Aquaducten in de achtertuin

Geen mooier systeem om een stad te verkennen dan huizenruil. Je komt in contact met ‘gewone’ inwoners en ontdekt plekken, die de reisgidsen onbesproken laten. Zo leidt huizenruil met Rome tot een verrassende kennismaking met Cinecittà en het park met de zeven aquaducten.

Tekst: Bert Stok

Verschen in Trouw

Sabina pikt ons op bij metro-uitgang Giulio Agricola in het zuidoosten van de stad. Zij heeft deze zomer al in mijn huis gewoond, terwijl ik zolang bij mijn vriendin bivakkeerde. Sabina doet dat anders, zij gaat naar haar familie ergens diep in de laars van Italië. Haar appartement ziet er prachtig uit met in alle kamers marmer. Zij geeft uitleg over de wasmachine, het espressoapparaat en hoe je op zes hoog warmwater kunt krijgen: “Komt dat niet uit de kraan, speel dan met de knoppen”. De buurt nodigt uit tot verkenning. Direct wordt duidelijk dat we vlakbij Cinecittà wonen, het filmkwartier van Rome. Over een zwierig afgewikkelde filmrol, in zwart wit op het trottoir geschilderd, loop je er heen. De filmstad heeft, net als een echte stad, verschillende wijken. Een heel mooie is die van het Forum Romanum, het oude centrum van het Romeinse Rijk. Opgebouwd voor Ancient Rome, een Amerikaanse serie in zes delen. Triomfbogen, tempels en beelden zijn er niet wit, maar hebben een kleurtje. “Dat was toen heel gebruikelijk”, vertelt de vriendelijke gids van Cinecittà. In het museum zien we een  zelfbewuste Sophia Loren auditie doen in een van de studio’s in Cinecittà.

Sabina belt, of we ons al een beetje thuis voelen. Ja, wij vinden het fijn in haar huis. Dat het goddelijke ligbad slecht  leeg loopt, zeggen we niet. Over dit soort kleine ongemakken zwijg je als huizenruiler. Wanneer wij de straat bij ons huis uitlopen doen we een wonderlijke ontdekking: twee aquaducten in de wei, het ene nog betrekkelijk gaaf het andere zwaar gehavend. Vooral het ruïne-aquaduct maakt indruk, losse boogconstructies staan verspreid in het open landschap. Een familie heeft over een kolossale steen die ooit uit het aquaduct is gevallen een tafelkleedje gelegd. Pa en ma lopen met een glas witte wijn, de kinderen zijn aan de cola. Zij wachten op de sardientjes die liggen te geuren op de barbecue.

Waar beide aquaducten elkaar naderen zit een man op een steen, een boek dicht geslagen op zijn schoot. We groeten en maken een praatje. De plek waar wij zijn, noemt hij het park van de zeven aquaducten. “Dat daar”, hij wijst naar het gave aquaduct, “heet Felice. Paus Sixtus V bouwde het in de 16 eeuw.”  Het gehávende bouwwerk heet Claudio en is even na Christus door keizer Claudius gebouwd.  Maar waar staan de andere vijf aquaducten?  “Felice rust op de fundamenten van Marcia, Tepula en Julia”, glimlacht de man. Waar nummer zes en zeven zich verborgen houden, blijft onbesproken. Voor ons  breekt een hondengevecht uit. “Caesar, hier”, roept een man. Met de staart tussen de poten keert de hond terug naar zijn baasje. Verderop in het groen bij Torre del Fiscale, een middeleeuwse uitkijktoren, gaan Felice en Claudio gezamenlijk verder. Wanneer het aquaduct uiteindelijk omsingeld wordt door voortrazend verkeer, gaan we ondergronds om met de metro terug te keren.

De stapel folders en boeken op de tafel van Sabina geeft meer informatie over de aquaducten. Zo blijkt Marcia, een van die zeven aquaducten, het badhuis van Rome gevoed te hebben. We lopen er heen door de Caffarella Vallei, dat aan onze wijk grenst. Om dit stuk natuur te behouden hebben de bewoners van Rome veel strijd geleverd, vertelt een trotse Claudio van het bezoekerscentrum Parco Regionale dell’Appia Antica. In 1988 is het tot beschermd gebied verklaard, waarna de uitbreiding van de stad boven op de heuvel, aan de rand van de vallei, tot stilstand kwam. Volgens onze geoloog Claudio blijft de vallei door de vulkanische ondergrond altijd een beetje zompig, waardoor ook in de zomer, wanneer elders in Rome de natuur verdort, het hier nog groen oogt.

Na het passeren van de stadspoort volgt een rustige weg langs statige villa’s, die leidt naar een imposante ruïne tussen parasoldennen: de thermen van Caracalla. Dagelijks kwamen hier 6000 Romeinen, maar niet alleen om te baden. Het complex omvatte bibliotheken, sportzalen en ook ruimtes om gezellig te kletsen. Je kunt er ook een kijkje in de kelders van  het badhuis nemen. Daar onder de grond reden wagens met vier paarden, volgeladen met hout. Om de baden en de badruimtes te verwarmen was per dag wel tien ton hout nodig. De belangrijkste reden voor de bouw van aquaducten was de ongekende behoefte aan badwater.

We bezoeken al de highlights van Rome. Ook de Trevi fontein. Die fontein kun je niet meer zien zonder een badderende Anita Ekberg in haar strapless jurkje. Niet alleen deze scène, maar ook de opening van Fellini’s  meesterwerk La Dolce Vita is beroemd: een christusbeeld  dat, hangend aan een helicopter, langs een vervallen aquaduct vliegt. Dat is Claudio, het aquaduct in onze achtertuin. We zijn in de ban en volgen hem de stad uit.  Waar hij  in de grond verdwijnt - het grootste deel van het waternetwerk ligt ondergronds - keren we terug over de Via Appia Antica, de ‘A one’ waarlangs Romeinse legioenen naar Brindisi marcheerden, de haven naar Griekenland. Een kaarsrechte weg tussen  cipressen, parasoldennen en grafmonumenten die hun schaduw werpen op klassieke keien met uitgesleten karrensporen.

Wij weten het zeker, naar Rome ga je niet één keer. Wat een stad! Zou Sabina weer met ons willen ruilen? Zij houdt ons voorstel in beraad. Amsterdam vond ze ook mooi en over een tip van ons, een uitstapje naar de Beemster, was ze enthousiast: “Lopen waar water was, best wel een beetje spannend.”  “Net een badkuip zonder afvoer, die je leeg moet blijven pompen”, zeggen we als we verder praten over Hollandse droogmakerijen en Italiaanse aquaducten.