Priester Hendrik en de Hollandse dorpen langs de Elbe

Waterwerken, daar zijn Nederlanders altijd goed in geweest. Willem Alexander brengt tegenwoordig deze kunde buiten Nederland aan de man. Priester Hendrik uit het gehucht Jacobswoude ging hem daarin ruim 900 jaar geleden voor in Noord-Duitsland. In het Altes Land bij Hamburg staat zijn standbeeld en kennen de Duitsers zijn geschiedenis.

Verschenen in Op Lemen Voeten 2007-4

Meer foto's

Vanaf de dijk kijken we uit over smalle stroken groen, opgedeeld door het zilvergrauw van brede sloten. Door het veenweidegebied lopen is prachtig, maar vanuit het vliegtuig moet het nog veel mooier zijn. Dan kun je pas echt goed zien hoe het grasland door al die sloten in lange repen wordt verdeeld. Het is moeilijk voor te stellen dat 1000 jaar geleden het land ruim vier meter hoger lag. Toen stak het veenmoeras nog boven de riviertjes uit. Nu is dat omgekeerd: het rivierwater stroomt tussen dijken boven het polderland, het gevolg van het oxideren en inklinken van het ontwaterde veenkussen. De ontginning van de drassige veengrond begon met het graven van sloten. Men groef vanaf de rivier het moeras in. Het water kon daardoor uit het moeras naar de laaggelegen rivier stromen. Zo werd na al dit geploeter de bodem geschikt om er boekweit op te verbouwen. Priester Hendrik was één van die noeste werkers die het zompige moeras in cultuur brachten. Dat deed hij niet alleen in Holland, maar ook ergens langs de monding van Elbe. Op zoek naar het standbeeld van deze voorganger van Willem Alexander lopen we door het dorpje Rijnsaterwoude aan de oever van de Brasemmermeer.

Overeenkomst
‘Weet u waar het beeld staat van priester Hendrik’, vragen we een vrouw te paard. Ze heeft geen idee. We vragen het de postbode ‘Nee, ik zou het niet weten’ glimlacht hij verlegen. Zijn vaste route ligt elders, hij valt in. ‘Daar bij de kerk,’ wijst een tractorbestuurder. Erg ingenomen is hij niet met het beeld. ‘De gemeente had wat geld over en ik mocht niet meebeslissen’. We slaan de bocht om en zien een in brons goten monnik bij de ingang van de Hervormde kerk zitten. De beeldhouwer heeft van priester Hendrik een uit de kluiten gewassen man gemaakt die met kop en schouders boven zijn tijdgenoten moet hebben uitgestoken. Een man die in zijn eentje een heel veenmoeras aan zou kunnen. Maar een schop is er niet te zien, de priester is in gedachten verzonken. Hendrik is afkomstig uit het nabijgelegen Jacobswoude. In 1113 sloot hij een overeenkomst met aartsbisschop Frederik I van Bremen en Hamburg. Samen met vijf streekgenoten mocht hij de moerassen langs de monding van Elbe ontginnen. Namen als Hollerland en Hollerdeich, maar ook de specifieke vorm van de percelen, zijn de sporen die ze achter lieten. Heel wat Hollanders uit hun tijd deden hetzelfde in de omgeving van Bremen en Hamburg. Steinkirchen bij Hamburg eerde hem in 1993 met een beeld, Rijnsaterwoude volgde met een kopie in 2001. Het is koud. We zoeken de warmte op in het café aan het kerkplein. Daar hangt de kerstversiering nog steeds boven de bar. ‘Die laten we nog een tijdje hangen voor ze weer koud in het laatje moeten liggen’, zegt de uitbundig getatoeëerde barman. Volgens hem is de reus op het kerkplein nog maar kort geleden naar Duitsland vertrokken.

Cope
Hoog op de dijk lopen we langs de Elbe. Breed stroomt de rivier richting zee. Het Altesland achter de dijk, staat vol met kale fruitbomen gehuld in een sluier van mist. Over een tijdje zal hier het land weer open barsten van nieuw leven, dan kleuren de bomen naar het roze en wit van de bloesems. Nu staan de knoestige donkere stammen in lange rijen op bolle stroken land gescheiden door sloten, maar op veen, zoals in Holland, groeien ze niet. De langgerekte strokenverkaveling doet wel sterk denken aan het veenweidegebied waar Hendrik vandaan kwam. Langs de Elbe liggen verschillende dorpen waarvan de naam op kopp of koop eindigt; net zoals de dorpen Nieuwkoop, Papekop of Boskoop in het Hollandse veenweidegebied. Deze namen grijpen terug naar het soort contracten die de bisschoppen van Utrecht en de heren van Holland afsloten met boeren die het moeras drooglegden; de cope. Hierin werd bepaald dat de kavelstroken allemaal even diep dienden te zijn. Bovendien, en dat was het meest bijzondere, werd iemand die zo’n contract aanging een vrije boer. Elders heerste nog het feodale systeem van horigheid. Het contract dat Heinricus Sacerdos (priester Hendrik) met de aartsbisschop van Bremen en Hamburg afsloot leek heel veel op deze cope contracten.

Aan de voet van de dijk langs het getijdenriviertje de Litsch liggen prachtige vakwerkboerderijen met op de gevel lange vrome teksten. Door patronen van wit geschilderde balken en rode bakstenen weet iedere boerderij zich te onderscheiden van de ander. Alleen een bezem- en molenpatroon komen regelmatig terug. "Dat houdt de duivel weg en brengt voorspoed" zegt een vrouw tegen ons. We gaan de dijk af, de boomgaarden in. Eenzaam langs de landweg staan een paar degelijke herenfietsen. Waar zouden de berijders zijn? Helemaal op ons gemak voelen we ons niet. Mag je hier eigelijk wel lopen? Even later is er oogcontact. We proberen te zwaaien als mensen die zich van geen kwaad bewust zijn. Vanaf hun ladders zwaaien de mannen vriendelijk terug met snoeischaren. Een vrouw met hoofddoek komt ons tegemoet met eten voor de arbeiders. Een ree schiet weg tussen de bomen.

Weltmeisterbokal
‘Waar staat het beeld van priester Hendrik’, vragen we aan een tractorbestuurder. "Aaah der Monch Heinrich". Hij komt zijn cabine uit en wijst naar een torenspits die boven de fruitbomen uitsteekt. Even later staan we oog in oog met de zelfde reus als in Rijnsaterwoude. Alleen heeft deze Monch Heinrich een mistdruppel aan zijn neus hangen. Wanneer we de weg naar het station vragen aan een ouder echtpaar, willen ze weten wat ons naar deze streek heeft gebracht. ‘priester Hendrik’ antwoorden we. Dat is een schot in de roos. ‘Hebben jullie het beeld al gezien? Vragen ze enthousiast. Helemaal tevreden zijn ze er niet over. Het had op een veel mooiere plek moeten staan, vinden ze. Vervolgens lepelen ze moeiteloos het juiste jaartal op van de komst van de Hollanders en de exacte maten waarin Hendrik het land verdeelde. Het kan toeval zijn, maar in Nederland kwamen we zulke mensen niet tegen. Misschien heeft het Nederlandse onderwijs het historisch besef aangetast. Kritiek heeft het echtpaar op de boeren die het ontgonnen land van priester Hendrik op de schop hebben genomen. Eerst had je lange stroken land met drie rijen fruitbomen en om de zes meter een sloot. Dat vonden de boeren maar niks. Ze dempten een hele rits sloten, maar de bomen hadden daar van te lijden. Die zijn nu veel gevoeliger voor vorstschade. Of we zin in koffie hebben, vragen ze. ‘Nee geen tijd, de trein komt er aan’. Ze nemen afscheid: ‘Tot over een paar maanden in Duitsland bij het wereldkampioenschap voetballen, wanneer Nederland wereldkampioen wordt’. ‘Zoveel vertrouwen als jullie, hebben we niet’, lachen we terug.