Wat zien ik: een blik op het allerdaagse landschap

Melkveebedrijf Wormerland Windmolen het Windpaard Paardenbak Natuurontwikkeling in Kleine Geldersewaard, Zevenaar  
Melkveebedrijf Windboer Paardenbak Natuurontwikkeling
Warme grond Weesp
Pompoenenbedrijf Warme grond Strokenverkaveling Uitgewist landschap Mieden
Jongensland Maasvlakte Parnassia, hop en raaigras Bouwen aan de kust Vaarpolder

De rubriek “Wat zien ik” in Wandelmagazine Op Lemen Voeten heeft in juni 2015 een andere invalshoek gekregen. Stond daarvoor een bijzonder landschapselement centraal, de komende tijd is de blik gericht op het gewone allerdaagse van het Nederlandse landschap. 

Vanaf 2000 nam Jan van der Straaten in elk nummer “opmerkelijke elementen in het landschap onder de loep” in 300 woorden. Zijn eerste stukje ging over “slingerende slootjes in sappige weiden”. Zijn laatste van december 2014 ging over korstmossen. In maar liefst zestig stukken beschreef hij bijzondere landschapselementen die je op een wandeling onopgemerkt voorbij kan lopen. Jan putte daarbij uit zijn zeer rijke ervaring die hij op deed als wandelaar, natuurbeschermer en milieu-econoom. Hij schreef en redigeerde boeken, tijdschriften en artikelen over onderwerpen variërend van economie tot natuurbescherming en van milieuvraagstukken tot duurzaam toerisme. Op het ogenblik rondt hij een boek af over landschappen in Brabant. Tot slot is hij een fervent fotograaf van landschap en natuur. De resultaten zijn te vinden op www.freenatureimages.eu van door hem opgerichte Stichting Saxifraga, die bij wil dragen aan het behoud van biodiversiteit door hoge kwaliteitsnatuurfoto’s gratis beschikbaar te stellen.

Een ander project van Jan, Nederland in Beeld (www.nlinbeeld.org), vormt de basis voor het nieuwe “Wat zien ik”. Vanaf 2010 zijn vrijwilligers onder zijn leiding bezig om heel Nederland systematisch op de foto vast te leggen en op de eerder genoemde website toegankelijk te maken. Over Nederland is een netwerk van 1 bij 1 km gelegd; in totaal 36.000 punten. Die kunnen op het land van een boer liggen, op een sportveld of industrieterrein. De fotografen proberen zo dicht mogelijk bij dat punt vier foto’s te maken volgens een standaard protocol; in elke windrichting een. Tot nu is ruim een derde van die punten gefotografeerd.

Wat deze documentaire foto’s laten zien is het gewone, alledaagse landschap. Het spektakel van de artistieke landschapsfoto zal je op de website van NL in Beeld zelden tegen komen. Die fraaie molen valt net buiten beeld en de inkadering voldoet niet aan de meest basale wetten voor een mooie foto. Jan van der Straaten en Hans Farjon onthullen in de komende Wat zien iks het verhaal achter het alledaagse beeld van de foto’s van NL in Beeld. Ze hebben daartoe enkele fotopunten opnieuw bezocht, er wat meer fotogenieke foto’s gemaakt en noteerde het verhaal van de eigenaar van die plek. En ze plaatsen het verhaal in een bredere context.  De titel van het artikel bevat een nummer waarmee u de oorspronkelijk foto´s kunt terug vinden op de website.

Melkveebedrijf, Wormerland

 

We staan op het land van melkveeboer Ron Stuyt in de Wijde Wormer. In het zuiden zie je zijn stallen. Het uitzicht op de andere foto’s is wijds. Gras, water en lucht domineren de foto’s. Alleen in de verte, aan de noordkant van zijn land, is het enige zichtbare teken van verstedelijking te zien. Daar razen de vrachtwagens op de snelweg A7 voorbij van de Randstad naar de Kop van Noord-Holland.

De weilanden van Ron zijn weinig gevarieerd; er groeit vooral Engels raaigras afgewisseld met wat paardenbloemen. Maar liefst 60 melkkoeien en 32 pinken en kalveren eten op vijfendertig hectare grond hun buik rond. En zij niet alleen. Ron is steeds minder te spreken over het toenemende aantal ganzen die het gras voor de neus van zijn koeien weg bietsen. Op sommige dagen zitten er een paar duizend. Ook de grutto’s op zijn land hebben volgens Ron last van de ganzen, want die ziet ie steeds minder.

In het oosten is een statige rij essenbomen te zien. Aan deze 5,5 km lange Zuiderweg lagen ooit een dertigtal melkveebedrijven, nu zijn het er nog maar tien. De schaalvergroting in de landbouw is er aan af te lezen. Op dit moment groeit de melkveesector sterk door de vraag naar melk uit landen als China. Bovendien is begin april 2015 het melkquotum vervallen en kunnen boeren nog meer melk produceren. De prijs van landbouwgrond is de laatste jaren sterk gestegen. Verderop staat een stuk land te koop, ik schat voor ruim €40.000 per hectare. Dat is erg veel vindt Ron.

Ron’s bedrijf is relatief klein: twee derde van de Nederlandse melkveebedrijven is groter dan het zijne. Ron wil naar eigen zeggen niet groeien om rijk te worden, hij investeert liever in zijn vrijheid. Trots laat hij zien dat zijn koeien de oude stal hebben verruild voor een moderne, lichte stal met melkrobot.  Samen met zijn zoon Sander, die later op het bedrijf wil werken, kijken we hoe de melkrobot eerst de spenen van Tina 21 schoon veegt en vervolgens deze met rode lichtjes aftast om de nappen van de melkmachine op de juiste plek te krijgen. Zo’n robot is niet alleen fijn voor zijn koeien, die nu zelf kunnen bepalen wanneer ze gemolken worden, maar ook voor de boer. Zo heeft Ron tegenwoordig meestal vrij op zondag en begint zijn werkdag een uur later.

 

 

Windmolen Windpaard, Zaanstad

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ten noorden van het standpunt ligt de boerderij van melkveeboer Jan van der Laan verscholen tussen de bomen op zijn erf. In het oosten is de oprukkende nieuwbouw te zien van de Vinex-wijk Saendelft. Verder oogt het landschap weids en open. Het kan hier, in de polders rond Assendelft, lekker waaien. Een goeie plek voor een windmolen. Op een heldere dag kun je vanaf dit punt drie van de circa tweeduizend windmolens in Nederland zien. De grootste van de drie, de 120 meter hoge Trompet, staat drie kilometer naar het westen en is eigendom van de gemeente Heemskerk. De helft kleiner is de molen van een boerin in ruste die met de inkomsten uit de molen haar AOW aanvult. Die draait anderhalve kilometer naar het zuiden. De kleinste, het Windpaard, steekt boven Jans bomen uit. Vergeleken met de modernste molens, zoals de bijna tweehonderd meter hoge Ambtenaar bij Medeblik, is de twintig jaar oude windmolen op het erf van Jan een dwerg: de wieken reiken maar tot veertig meter boven de grond.

Tot mijn verbazing blijkt Jan niet de eigenaar van de molen te zijn. Hij heeft alleen 23,6 vierkante meter van zijn erf beschikbaar gesteld en houdt het Windpaard in de gaten. Hij ziet het vooral als een vriendendienst aan de honderd leden van de Zaanse Energie Koöperatie (ZEK), die met eigen en geleend geld de molen aanschafte en liet plaatsen. Dat geld hebben ze er al lang uit. De ZEK is een voorloper van de ruim honderd lokale energiecoöperaties die Nederland telt. Zo’n coöperatie is een groep burgers die samen investeren in de opwekking van hernieuwbare energie en daar ook samen de vruchten van wil plukken.

Tegenwoordig gaan deze coöperaties vooral voor zonne-energie, ook de ZEK. De Zaanse heeft net geïnvesteerd in 240 zonnepanelen op het dak van een manege. Ze krijgt namelijk geen toestemming van de provincie om het Windpaard te vervangen door een moderne molen. Nog afgezien van de vraag of ze de miljoenen die daarmee gemoeid zijn bij elkaar krijgen. Niet vreemd dus dat in Nederland coöperaties maar 4% van de windenergie opwekken. Veel minder dan in Duitsland waar coöperaties een vijfde van de windenergie voor hun rekening nemen.

 

Paardenbak, Haarlemmermeer

 

Ingeklemd tussen Amsterdam en de uitdijende nationale luchthaven ligt nog een klein stukje oorspronkelijke Haarlemmermeerpolder. Die polder, in 1852 drooggelegd, was tot zo’n veertig jaar geleden vooral een boerenparadijs. De vruchtbare grond stond garant voor veel “graan voor visch”. Door een speling van het lot is juist het onland aan de oever van het meer gespaard uit de muil van Schiphol. Achter de bomenrij in het zuiden en oosten ligt nu het patserige golfterrein “The International”. De harde balletjes vliegen rond op de plaats waar het ophoogzand voor de luchthaven vandaan kwam. Twintig jaar geleden is de zandwinplas, die daarbij achterbleef, volgestort met het bouwpuin van Amsterdam. Geboerd wordt er allang niet meer op het gras dat op de foto’s te zien is. In het oosten scharrelen wat schapen, in het zuiden zijn twee paarden te zien. Ook zijn er in de weilanden een paar plassen uitgegraven om vogels een rustplek te bieden. In 1982 trok de familie de Jong in het huisje met paardenbak dat ten zuiden van het standpunt te zien is.

Het is een van de ruim 80.000 plekken in Nederland waar alles bij elkaar zo’n 450.000 paarden gehouden worden. In twee van de drie gevallen gaat het om burgers die louter voor hun plezier enkele paarden houden. Ook de paardenbak van de familie de Jong hoort daarbij. Hier strekken de ruinen, Tobias (16) en Zimmore (11), dagelijks hun benen. Moeder Ans laat trots haar beide Fjordenpaarden zien, een Noors ras dat dicht bij het wilde Przewalskipaard staat. Ze hebben mooie pony’s  en een fraaie donkere streep op hun rug. Nu het zo nat is buiten staan de ruinen op stal. Dat is niks voor hen. Binnen is het veel te heet, zeker nu het zo zacht is. “Vorige week hebben we hun dichte wintervacht moeten wegscheren. Ze stonden te zweten als otters,” verzucht dochter Masha. Ze kan niet wachten tot het droog genoeg wordt voor haar grote passie: de marathon enkelspan mennen. Om in goede conditie aan de start te komen, moeten er nog heel wat kilometers gemaakt worden met Tobias voor haar karretje. “Diegene die het snelst twee trajecten vol met natuurlijke hindernissen aflegt, wint”. Dat kunnen diepe plassen zijn of een smal kronkelpad tussen de bomen. “Als je niet oppast, kantelt je wagen met paard en al!  Ik heb wel eens met paard en al ondersteboven in de sloot gelegen.”

 

Natuurontwikkeling, Zevenaar

Hoe snel Nederland kan veranderen laten de twee foto’s hieronder van een zelfde punt de Kleine Gelderse Waard zien. Precies vijf jaar na elkaar genomen, toevallig allebei op de 3de van de grasmaand.  Het is duidelijk dat ik sinds 2006 over een beter fototoestel kan beschikken en ook het weer was veel mooier dan toen. Over wat je ziet kun je van mening verschillen. Mijn vrouw vindt het er nu mooier met dat spiegelende water en de dobberende witte zwanen. Ik vind van niet, maar ben dan ook als geomorfoloog opgeleid. Ik zie op de linkerfoto spectaculair golvend grasland. On-Nederlands groot is het hoogteverschil van anderhalve meter over een afstand van honderd meter. Micro-reliëf dat je in Nederland steeds minder aan kunt treffen. Buiten zie je dat goed; op de foto is het behelpen. Gelukkig loopt door het laagste deel een greppel en een hek. Ze buigen met een fraaie boog naar rechts. De langgerekte ruggen aan weerzijden van de greppel zijn opgeworpen door de Rijn die tot het begin van de 18de eeuw ongetemd door dit gebied stroomde. De woest stromende rivier kon in een nacht een langgerekte hoop zand langs zijn oevers opwerpen. Later toen de rivier verlandde verloor de Rijn zijn wilde kuren. Alleen bij heel hoog water liep dit gebied nog onder.  Het langzaam stromende water voerde alleen nog fijne kleideeltjes mee. Zo verdween het zand onder een meter klei. Tot 2015 bleef dat zo. Boeren pachtten het weiland van de Baronesse van Heeckeren van Wassenaer die het land in 1953  over deed aan Stichting Twickel. Ze maaiden er het gras en lieten er hun jongvee groter groeien.

In 1986 veranderde het plan Ooievaar het denken over de inrichting van het rivierengebied. De wegkwijnende landbouw in de uiterwaarden zou plaats moeten maken voor natuurontwikkeling. Dertig jaar later is ook hier die omslag ingezet. Zo snel gaan veranderingen dus ook weer niet. De grondeigenaar liet het afgelopen jaar de kleilaag afgraven. Dat levert niet alleen inkomsten van de baksteenindustrie op, maar ook betere kansen voor oorspronkelijke riviernatuur: strangen, wilgenbossen en rietmoerassen. Die kleiwinning moest wel slim gebeuren. Hier is de meter klei weg geschraapt tot op het zand van de ruggen. De zandruggen steken nu nog boven water uit. Misschien is het nog te vroeg om daar over deze verandering te oordelen; de graafmachines die deze metamorfose hebben aangericht zijn nog maar net weg. Op de kale grond ziet het geel van klein hoefblad, een plantje dat goed gedijt op kale grond. Over een paar jaar zal het hier wemelen van het riet en de wilgen.

Fotokwartet uit 2011

 

Pompoenenkwekerij, Lelystad


We staan hier in Flevoland tussen de bloeiende pompoenen van Dennis van der Weerd. Gek genoeg zijn er op alle foto’s bomen te zien waar je een oneindige horizont verwacht. Dit is een atypisch hoekje akkerland met kleine percelen tegen de stadsrand van Lelystad. Alleen de grote schuur in het noorden voldoet aan de verwachtingen. In 1984 heeft de Rijksdienst der IJsselmeerpolders hier kleine bedrijven van 25 hectare uit gegeven. Zoals aan alles in de nieuwe polder lag ook hier een vooruitziende blik aan ten grondslag, namelijk biologisch tuinbouw. De biologische landbouw groeit sterk. In 2001 nam Dennis een van die bedrijven over en wist sindsdien zijn bedrijfsoppervlak te verzesvoudigen. In vier jaar tijd is zijn pompoenomzet verdubbeld. Naast de oranje vruchten verbouwt hij onder andere uien, pastinaken en zelfs bloembollen. Elk jaar staan de pompoenen op een ander perceel om uitputting van de grond te voorkomen. Alles wat hij verbouwd is biologisch. “Dat is een manier van boeren die je uitdaagt, gangbare landbouw is werken op de automatische piloot.” De preivlieg bestrijdt hij met heel veel knoflook, de bemesting is een mengsel van compost en dierlijke mest. Zijn tractoren zijn uitgerust met GPS om te voorkomen dat hij zijn plantjes zaait op de plek waar hij vorige jaar met zijn tractor reed.

De vruchten beginnen zich net te vormen aan de onderkant van de mooie gele bloemen. De planten staan op ruggen zodat het meeste onkruid met machines kan worden gewied. De rest halen veertig Poolse landarbeiders met de schoffel weg. De zaadjes gaan half mei de grond in en in september worden de grote oranje vruchten geoogst. Dat is maar enkele maanden hard werken zou je denken, maar de teelt van pompoenen is slechts een van vele activiteiten van dit bedrijf met wereldwijde vertakkingen. Hier wordt nooit stilgezeten. In de grote schuur staan begin oktober maar liefst 2500 enorme kisten vol pompoenen opgestapeld. Slechts een tiende van die pompoenen komt van eigen teelt. De rest van andere Nederlandse boeren die hier hun pompoenen laten opslaan, wassen, sorteren en verpakken voor diverse grootgrutters in Nederland en Duitsland. Die verdwijnen vooral in de soeppan. In februari zijn de Hollandse pompoenen op en komt een nieuwe lading uit Argentinië. Vandaag liggen er nog maar een tiental vroege pompoenen uit Spanje op de sorteertafel. Nog twee maanden wachten.

Nieuwe oogst in de maak De laatste pompoenen voor de nieuwe oogst zijn verpakt

Warme grond, Weesp

 

Hierboven zien we de weilanden van de Bloemendalerpolder tussen Weesp en Muiden. De foto’s lijken sprekend op het melkveebedrijf waarmee deze serie begon. Toch is de melkkoe hier al 15 jaar geleden verdwenen. We kijken uit over “warme” grond. Grond die zich in bijzondere belangstelling kan verheugen van mensen die grond willen kopen omdat andere mensen het ook graag zouden kopen. Het spel begon eind 2000 toen wethouder een Nood-Hollandse gedeputeerde het idee opperde om hier woningen te bouwen. Ook zag de gemeente Muiden de kans om hun dorp te verlossen van de herrie op de snelweg A1. Gewoon het asfalt een beetje richting Weesp  opschuiven zodat de weg onder in plaats van over de rivier de Vecht zou gaan. Vrijwel meteen begonnen bedrijven met schimmige namen grond te kopen van boeren. In dat jaar ging zo’n zestig  hectare van de hand. En dat ging door. Twee jaar later werd er al tien keer zoveel voor betaald als voor landbouwgrond.

Voor wie beter kijkt ziet in het oosten een graafmachine. Die graaft een gleuf waar een straat zal worden komen. En in het zuiden zien we voor de bebouwing van Weesp wit schitterend zand waarop de eerste rijtjes huizen gebouwd gaan worden. Over een paar jaar staan alle foto's vol huizen van de wijk Weespersluis. De geluidschermen in het noorden staan er pas net, langs de verplaatste en verbrede A1, die in oktober is geopend. Tot twee jaar geleden was er van dit alles nog niets te zien. Dat er sinds 2001 niet veel meer gebeurd is lag niet alleen aan de economische crisis. Er is heel wat commotie geweest over dit stukje open land. De polder werd tegen bouwplannen beschermd door de wetgeving van de rijksoverheid. Het had de status van rijksbufferzone. Die bescherming werd in 2009 opgeheven. Ook waren de bewoners van Muiden tegen woningbouw. Het aantal inwoners van het dorp zou in een klap meer dan verdubbelen. Sinds kort zijn de gemeentes Muiden en Weesp gefuseerd maar blijven de dorpen gescheiden door een smalle strook groen en een hele brede snelweg. Hoeveel Rijkswaterstaat aan de koopjesjagers uit 2000 heeft betaald om de A1 te kunnen verplaatsen is niet bekend.

PDF met meer achtegrondinformatie uit 2004 is onderaan de pagina te downloaden

Strokenverkaveling, Woerden

 Noord                                                                                                            West
 
Zuid                                                                                                               Oost

Ik sta begin april op het meest afgelegen punt van het Groene Hart. Het uitzicht over uitgestrekte weilanden doorsneden door sloten is wijds, vooral naar het westen en het zuiden. In het noorden zien we een rij bomen. Die staan op de scheidingskade tussen Utrecht en Holland. Dat was ooit de provinciegrens. Na de herindeling van 1989 hoort dit stuk land ook bij de provincie Utrecht. In het oosten zien we de bebouwing van Woerden. Om hier te komen heb ik drie kilometer over ontluikend gras gelopen. Ik ben vertrokken van de boerderij van Arie en Truus van der Lely, die aan de rivier de Oude Rijn in het zuiden ligt. Het hele stuk liep ik in een rechte lijn over hun land; een van het langste kavels in Nederland. De afstand tussen de sloten aan weerszijden van de kavel is maar veertig meter.

Dergelijk lange, smalle kavels zijn kenmerkend voor middeleeuwse veenontginningen langs de Noordzeekust, van Sleeswijk tot Calais. Vanaf de tiende eeuw ontgonnen kolonisten van elders in korte tijd alle veenmoerassen met toestemming van lokale machthebber. Men spreekt van de Grote Ontginning. De machtshebbers, hier de graaf van Holland en achter de scheidingskade de bisschop van Utrecht, verleenden de kolonisten het recht van opstrek. De ontginners vestigden zich langs veenriviertjes en mochten het moeras achter hun boerderij ontwateren door sloten loodrecht op de rivier te graven. De diepte van de kavels in de veenontginningen varieert naar gelang de omstandigheden. Op dit punt zijn de kavels 3 km diep, aan de andere kant van de scheidingskade, waar de bisschop de regels stelde, zijn de kavels maar honderd meter. Voor langste kavels in Nederland moet je naar Staphorst , waar sommige kavels bijna 7 kilometer diep waren.

Boeren op zo’n smalle en lange kavel is in tijden van schaalvergroting en intensivering een grote uitdaging. Vroeger kwam de boer zelden op de achterkant van het perceel, hooguit om een keer te hooien.  Het was er niet alleen ver weg maar ook zeiknat. Zijn melkkoeien hield ie lekker dicht bij huis. Eigenlijk doet boer Arie nog steeds hetzelfde.  Het achterste stuk land pacht hij tegenwoordig van Natuurmonumenten. Daar mag hij na 15 juni hooien en zijn pinken inscharen. Arie’s 65 melkkoeien zijn “wat steviger dan normaal”. Ze zijn zodanig geselecteerd dat ze de vier kilometer per dag wandelen, van de stal naar achter en weer terug, gezond doorstaan.  Dat levert Arie wel wat minder melk op.

Uitgepoetst landschap Hollumermieden

 

Rondom klinkt gekrijs van scholeksters op zoek naar een partner. Het is half maart. De kieviet en grutto zijn nog niet gearriveerd uit het zonnige zuiden. Ganzen eten hun buik rond, het gras is bezaaid met hun groenbruine keutels. Verder hangen er wat paarden en schapen rond. Deze weilanden rond Hollum, op de foto’s noord en oost, is het rijk van de hobbyboer. Er is geen grote boerenschuur te bekennen, alleen wat schuilhutjes en in groenblauw plastic geperste hooibalen. Ik raak aan de praat met Cees Visser die in een van de witte huizen in het oosten  woont. Hij kijkt al 50 jaar uit over de Westermieden. Mieden betekent hooiland. Grasland dat pas laat in de zomer wordt gemaaid.

Tot in de jaren dertig van de vorige eeuw vormden de mieden samen met akkers en de meent een uitgekiende landbouwsysteem. Elk van deze drie onderdelen had zijn eigen functie en plek in het landschap. De akkertjes lagen net als het dorp, waar alle boerderijen stonden, op de overgang van polder naar duin. Niet te nat en niet te droog . Het loslopende vee graasde op de meent, de gemeenschappelijke weidegronden van het dorp, in de duinen en op het buitendijkse kwelderland. In de mieden mocht de dieren niet komen, anders aten ze hun wintervoer op. Een ring van lage dijkjes beschermde de hooilanden niet alleen tegen dat vee maar ook tegen de zee. De kaart uit 1731 laat deze landschappelijke driegeleding nog prachtig te zien. De opdeling van de meent rond 1900 en de ruilverkavelingen van 1926, een van de eerste van Nederland, en 1955 hebben vrijwel alle sporen van dit landschap uitgegomd. Eerst werd de verkaveling van de landerijen en de waterhuishouding ingrijpend veranderd. Hierdoor verdubbelde de hooiproductie. De tweede verkaveling veegde alle lage dijkjes van de kaart. Alleen aan enkele doorbraakkolken kun je vermoeden waar die dijkjes ooit lagen.

Toch hebben deze dure ingrepen van staatswege maar 100 jaar iets opgeleverd. In de Westermieden heeft serieuze landbouw plaatsgemaakt voor de hobbyboer zoals de schoonzoon van Cees. Die heeft honderd schapen en tien rijpaarden, maar rijdt ook een taxi. Zijn schapen zijn net kort geknipt, de sporen van de tondeuse staan nog in hun vel. De Wolfederatie koopt de wol op voor een prijs waarvoor je ze niet kunt laten scheren. Gelukkig levert de verkoop van lammeren wel wat op. Morgen verwacht Cees de eerste worp. Een andere aanvulling op het inkomen is de vergoeding voor de vraat van de ganzen. “Ik ken een schapenboer die alles bij elkaar wel een ton vangt. Je bent gek als je melkvee wilt houdt”, lacht Cees vrolijk.

Jongensland, Rotterdam

 Noord                                                                                                            West
 
Zuid                                                                                                               Oost

Dit is jongensland. Een enorme zandbak waar alles de overtreffende trap van groot is. We staan op de Europaweg, de grens van de oude en nieuwe Maasvlakte. Tot 2009 lag hier de kustlijn. Het nieuwe land ligt aan de westzijde, het oude aan de oostzijde. In vier en een halve jaar tijd werd hier 360 miljoen kuub zand gestort. Een investering van 2,9 miljard euro. Op het oude land in het oosten zien we energieopwekking uit het fossiele tijdperk. De UNIPER kolencentrale is nagelnieuw; pas een jaar oud. Rechts daarvan ligt buiten beeld de oude centrale waar net het vuur gedoofd is; zoals afgesproken in het Energieakkoord.  De raffinaderij van Neste (noord) lijkt een old skool kraker van aardolie, maar blijkt zich te specialiseren biodiesel met 25% minder CO2 uitstoot. Op het nieuwe land (west) wordt hard gewerkt aan de energie van de toekomst, wind. 

Die enorme roestige buizen achter het hek zijn de palen waarop windmolens op zee komen te staan. Van hier brengen boten ze naar de windparken op 30 kilometer voor de kust. Een kolfje naar de hand van het gigantische schip Pioneering Spirit, even verderop in de prinses Alexiahaven. Die kan in zeven seconden een compleet olieplatform tien meter omhoog kan trekken. De foto’s zijn niet op de exacte locatie van punt 60-422 genomen. De vriendelijke portier van de Offshore Terminal Rotterdam in het schuurtje in het westen was onverbiddelijk. Absoluut ontoegankelijk zonder toestemming van zijn baas.

In het zuiden ontneemt de dijk met helmgrasbegroeiing het zicht op nog meer gigantisch. Rechts op die foto steken de lichtblauwe kranen van de volledig automatische APM containerterminal omhoog die in juni helemaal plat ging door een aanval van hackers. Als het allemaal soepel werkt, verlaat elke seconde een container de Rotterdamse haven. Volledige gescand op inhoud zonder dat een vrachtwagen of treinstel hoeft te stoppen. Dat is ook wel nodig om de 20.000 containers van het grootste containerschip ter wereld, de Vasco da Gama, te lossen.

Achter de helmgrasdijk  wacht nog een verassing. Op de plek waar het koelwater van de centrale de haven instroomt, staan mannen op zeebaars te vissen. Hoe groot vragen we Henk. “Zo groot.” Zijn handen laten een maatje zien die op de Maasvlakte niet meetelt.

 

Meer foto's 

Wandelen op de Maasvlakte

Vanaf station Hoek van Holland Haven brengt een veerpont je snel naar de Tweede Maasvlakte

Parnassia, hop en raaigras

Noord                                                                                                             West
  
Zuid                                                                                                                Oost

Dit Achterhoekse landschap heeft twee gezichten. In het noorden zien we een felgroen biljartlaken waar de boer vijf keer per jaar gras maait. Bestemd voor zijn koeien in een stal verderop. Hier komen ze niet meer; dus kon het prikkeldraad ook weg. In het zuiden zien we een half verhard pad met rijtje knotelzen. In het oosten en westen oogt het gras bruingroen. Pal voor ons staat het bordje: ‘Natuurgebied‘.

Ruim 35 jaar geleden kwam ik als jonge fysisch geograaf hier voor het eerst. Ik deed mee aan een multidisciplinair onderzoek naar de landschappelijke gevolgen van ruilverkaveling Zieuwent-Harreveld uit 1960. Anton, de bioloog van het team, was geboren en getogen in het dorp. Zijn jeugdverhalen en de resultaten van ons onderzoek hebben mijn beeld van het zandlandschap behoorlijk duister ingekleurd. Zandruggen en poeltjes bleken vlak geschoven, percelen en beekjes rechtgetrokken. En kilometers bomenrij waren gekapt. Collega Wim noteerde bij een boer: “Boomn hörn tuus in ’t bos”. Maar vooral was er die gigantische hoeveelheid mest, elk jaar weer. Belast met die kennis meed ik voortaan het zand en ging wandelen in de polder. Vandaag ben ik terug met Anton en Wim om te zien hoe het er nu bij staat. Zij zijn eigenlijk nog veel somberder dan ik. Percelen worden met GPS tot op een paar millimeter vlak gestreken. Na de koe verdwijnen nu ook de insecten uit het landschap; en met hen de vogels die ze eten zoals zwaluwen. Het voortdurende gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (sic) breekt hen op. Dat verhaal zien we op het noordelijk deel van het fotokwartet.

Het zuidelijk deel laat een ander, hoopvol gezicht zien. Als we het bruingroene grasland in lopen, ontwaren we de witte gloed van parnassia. Nog nooit zag ik er in Nederland zoveel bij elkaar. Anton gaat helemaal uit zijn bol als hij een onooglijk wit plantje ontdekt: “Karweiselie!, die is maar op een paar plekken in Nederland gevonden!”. Onvoorstelbaar, zeker als je bedenkt dat dit perceel tot tien jaar geleden zwaar werd bestront door varkensboer Jan ten Have. We lopen hem tegen het lijf bij de prachtige houten schuur die de plek van zijn varkensstallen heeft ingenomen. Nu een rustpunt voor de wandelaar. “Door allerlei malheur moest ik stoppen met de varkens,” vertelt Jan. Hij heeft het recht om op dit land te boeren verkocht aan de overheid. “Met hun steun is de bodem enkele decimeters afgeschraapt. Die plantjes waar Anton zo gek van is, verschenen van zelf.” Hoe het allemaal kan en of het zo blijft, Anton weet het eigenlijk niet. Dus genieten we er maar van.

Op de foto’s is meer hoopvols te zien. Het pad is een schakel in het kerkenpadennetwerk dat de bewoners van het dorp Zieuwent opnieuw hebben aangelegd en samen onderhouden. Zo kunnen hun kinderen veilig op de fiets naar school. In het noordwesten klimmen dit jaar voor het eerst de metershoge ranken van de hop van Reinier en Riet Hogenelst omhoog. “We proberen de planten zonder landbouwgif te oogsten”, zegt Riet trots. Laten we duimen dat het haar lukt.

 
De hopranken van Riet Hogenelst                                                               Parnassia

Praktische informatie
Het Rustpunt.nl van Jan en Annie ten Have ligt aan Olde Maat 2 7136 JL Zieuwent. Zie ook Facebook
De hopkwekerij Hogenelst Hop ligt aan Wilgendijk 1 Zieuwent, Gelderland. Meer informatie op www.hogenelst.nl 
Meer over de kerkenpaden van Ziewent

Voor het plannen een wandelroute naar dit punt (knooppunt U10) en over de Ziewentse kerkenpaden zie knooppuntenrouteplanner Bijvoorbeeld 13 km vanaf station Lievelde langs Erve Kots en natuurgebied Koolmansdijk naar Ziewent. Kies V77 - V12 - V73 - V22 - A37 -A36 - V24 - V13 - U10 -V56. De buurtbus kan je terugbrengen naar het station.

Vaarpolder, Broek op Langendijk

Noord                                                                                                             West

Zuid                                                                                                               Oost

We staan in de vlet van Jacques op het water van de Oosterdel, een plas ten oosten van Broek op Langendijk. We zien vrijwel overal water behalve in het noorden waar een rietkraag het zicht op land belemmert. Dat riet is de laatste, onneembare hindernis om op het middelpunt van het kilometerhok te komen. Dat ligt zeventig meter noordelijker op het eilandje met de prachtige naam Heiligegeestweidje. Het is alleen over water te bereiken, zoals alle omliggende percelen in deze vaarpolder. Je kunt er alleen op de schaats of met een boot komen. Gelukkig wilde Jacques me er heen brengen, maar door de riet prikken mag ie niet.

Tot dertig jaar geleden was het eiland een van de ruim 15 000 eilanden van het zogenoemde Rijk van Duizend Eilanden. De oorspronkelijke naam van dit gebied aan weerzijden van de Langendijk is Ghestmonnerambocht. Die naam verwijst naar het werk van de mannen van de geestgronden dat het zompige moerasgebied in de 11de eeuw begaanbaar maakten en  het in duizenden perceeltjes opdeelde. Door ontwatering daalde het land geleidelijk en kon de zee bij dijkdoorbraken een dun laagje zeeklei afzetten over het veen. Zo’n tweehonderd jaar geleden zetten tuinders de natte weiden om in akkers waar ze groente voor de groeiende stedelijke bevolking gingen verbouwen. Zij hoogden het land op met vruchtbare zeeklei die ze uit de sloten opdiepten. Door dat “slikken” werden de sloten steeds breder en het land kleiner. Er is hier bijna net zoveel water als land. Met hun rijke oogst voeren ze naar de Broekerveiling. In het dorp kun je in het prachtig gerestaureerde veilinggebouw zien hoe dat ging. De tuinder stuurde zijn volgeladen vlet vol kolen of penen tussen de bankjes van de opkopers door. Op een grote klok was te zien wat zijn noeste arbeid had opgebracht. Maar de tijd van de varende tuinder is voorbij. Gewoon te omslachtig en te tijdrovend al dat water. Rond 1970 zijn vrijwel alle eilanden verdwenen bij een ruilverkaveling of zijn ze omgetoverd in een waterrijke villawijk. Nu resten slechts zo’n 200 onbebouwde eilandjes van het landschapsreservaat Oosterdel.

 “Kijk daar vaart de boerenkoolkoning”, roept Patrick enthousiast. “Dat is de laatste tuinder hier. Maar niet meer voor heel lang, want die moet biologisch gaan boeren.” Onder het toeziend oog van Jacques poten Patrick en zijn twintig collega’s van Zorgtuinderij Oosterheem uien. Een lange rij gele narcissen markeert hun territorium. Enthousiast laat Patrick de pastinaken en uien zien die ze verkopen in het standje langs de weg. Niet de tuinder maar de zorgsector houdt hier het eeuwenoude cultuurlandschap van het eilandenrijk in stand.

 
De medewerkers van Zorgtuinderij Oosterheem poten uien                    De akkers van Oosterdel zijn alleen per boot bereikbaar

Meer foto's

Wandelen en kijken

Met behulp van de markering van het Wandelnetwerk Noord-Holland is vanaf de Broekerveiling een rondwandeling van 5 km om het landschapsreservaat Noorderdel te maken. Volg vanaf de ingang van het museum de makering naar 85, 80, 87, 86 en weer terug naar 85 en de veiling.

Bezoek de Broekerveiling. Je kunt er deelnemen aan een veiling en een rondvaart maken door het landschapsreservaat.

Oorverdovend stil - Súdwest-Fryslân

Noord                                                                                                             West

Zuid                                                                                                               Oost

Wat is deze plek ongelofelijk saai. Oké, ik geef het toe: de beelden in het vierluik van deze rubriek blinken sowieso niet uit door variatie. Niet zo vreemd als je bedenkt dat 45% van het Nederlandse landoppervlakte buiten de bebouwing in beslag wordt genomen door weilanden. Dan kom je in ons vlakke land vaak uit op een groen vlak onder een hemel gescheiden door een kaarsrechte horizon. Ook hier, in het buurtschap it Heidenskip bij Workum, is dat het geval op deze zonovergote dag half mei. Niet alleen het beeld is saai, ook de andere zintuigen worden hier niet geprikkeld. Het is er oorverdovend stil. Geen gekwetter van vogels of gezoem van insecten. Geurende bloemen en grassen, zo ze er al zijn geweest, zijn al een week of twee geleden omgelegd door de maaibalk van een tractor.

Geen hooi meer te bekennen,  afgevoerd naar een boerderij hier kilometers vandaan. Daar staan de koeien die dit gras eten, maar hier nooit mogen komen. Sommige boeren zeggen dat ze niet  anders willen, dat ze zich er meer senang bij voelen. Tsja was will das Tier? Sla Harari’s meeslepende boek Sapiens er maar op na, hoe het selectieproces van 9 000 jaar steeds volgzamere dieren heeft opgeleverd. En de weidevogels en insecten? Die bezwijken onder de druk van schaalvergroting in de landbouw. Als je over heel Nederland alle vogels van boerenland netjes bij elkaar optelt is sinds 1990 een derde verdwenen. Maar de neergang begon al veel eerder. Gevoelige soorten zoals de grutto zijn daarbij gehalveerd en de gans rukt op. De berichten over het verdwijnen van insecten en wat  dat betekent voor insecteneters zoals de zwaluw zijn minstens zo alarmerend.

Nee om op deze plek iets te beleven moet je het met de verhalen van vroeger doen. In het noorden is de voorname boerenhoeve Groot-Welgelegen te zien, in het zuiden het schooltje van it Heidenskip. Er loeit geen koe meer of er zucht geen scholier. Beiden gebouwen zijn omgetoverd tot aangename woonsteden. Maar hun geschiedenis en die van het buurtschap is prachtig tot leven gebracht in Hylke Speerstra’s boek De Oerpolder. Vanaf dit voorjaar ook te beleven met de gelijknamige app die je meeneemt langs 13 verhalen op een bijna 20 km lange fietsroute vanaf station Workum, die ook goed te wandelen valt. Ook te beleven na afloop van het jaar Leeuwarden Culturele Hoofdstad.

 

Weidevogelreservaat it Heidenskip Staatsbosbeheer                                  Lekker veel grutto’s (foto: Wouter van der Vegt)

Wandelen

De luisterapp Expeditie Oerdpolder is te downloaden op www.oerpolder.nl De app is bedoeld als fietsroute, maar valt ook goed te wandelen. Start bij station Workum, volg de route naar Branburren, it Heidenskip van 12 km. Vandaar 5 km teruglopen naar bushalte Koudummerzijl  of station Workum. Als je naar de bushalte loopt kom je langs weidevogelreservaat it Heidenskip met in het broedseizoen grutto's, tuureluurs en kemphanen.

Achtergrondinformatie

Informatie over de stand van boerenlandvogels in het Compendium voor de Leefomgeving 
Hylke Speerstra. 2008. De oerpolder: het leven achter de dijken. Atlas Contact, Amsterdam ISBN 9789025427696. 463 p
Yuval Noah Harari. 2017. Sapiens: een kleine geschiedenis van de mensheid. Thomas Rap, Amsterdam ISBN 9789400407930. 461 p.
Jantien de Boer. 2017. Landschapspijn: over de toekomst van ons platteland. Atlas Contact, Amsterdam. ISBN 9789045033907. 112 p.
Pim Vugteveen & Arjen van Hinsberg. 2017. Achteruitgang Insecten. Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag.