Wandelen van Fatima naar Lourdes

Amsterdam heeft veel kerken. Die staan leeg of zijn gesloopt danwel verbouwd, horen we u denken. Toch zijn er veel meer kerkgebouwen waar nog gebeden wordt dan een verstokte atheïst wil geloven. Aan de hand van een wanderoute willen wij het verhaal van de Amsterdamse gebedshuizen vertellen. Dat doen we aan de hand van de Onze-Lieve-Vrouwe van Lourdeskerk. Die was gevestigd in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt, maar verhuisde in 1957 naar de Noordkant van de Sloterplas. We lopen de kerk achterna en doen onderweg allerlei kerken aan.

Ruim twintig jaar wonen wij in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. Regelmatig kwamen we op de Jacob Catskade langs een garagedeur met daarboven de tekst "Igreja Nossa Señora de Fatima". Een Portugese kerk in een oude garage dachten we dan, maar nooit  zijn we er binnengestapt om dat te checken. Vorige maand was een van ons voor een burenklus om de hoek op 3 hoog. Daar zag hij uit het achterraam tot zijn verbazing een echte kerk. Verstopt op het binnenterrein. Zonder toren, dat wel. 

  

De Portugese parochie bleek zich te hebben gevestigd in het verlaten kerkgebouw van de Onze-Lieve-Vrouw-van-Lourdesparochie. De kerk werd in 1919 ingewijd maar de parochie verhuisde in 1957 naar een nieuw kerkgebouw in de buurt Noorderhof in Slotermeer. Tegenwoordig ligt deze bijzondere kerk naar ontwerp van Granpré Molière in geklemd tussen de retrohuizen van de architect Rob Kriek. Bovendien is de naam, als gevolg van een fusie met twee andere katholieke parochies in Slotermeer, veranderd in Kerk van het Nieuwe Verbond. Meer een naam voor een neo-religie dan de Roomse moederkerk.

  

De roerige geschiedenis van de Onze-Lieve-Vrouw-van-Lourdeskerk in de tweede helft van de 20ste eeuw blijkt voor veel Amsterdamse kerken op te gaan. Door ontkerkelijking liepen Nederlandse gebedshuizen leeg, maar kwamen met de migranten een keur aan nieuwe geloofsgemeenschappen bij die allemaal een gebouw zochten.

 

Tags: 

Nuestra Senhora de Fatima, Jacob Catskade, Amsterdam

 

Op de Jacob Catskade 11 is het rolluik onder het bord met  "Igreja de Na. Sra. de Fátima omhoog. "Dan zijn ze er, gewoon aanbellen", roept de monteur van Garage Chaoui ons toe. We drukken op de bel en gluren door een spleet naar binnen. Een lange gang met links een garderobe annex bar, die in geen maanden gebruikt lijkt. Het blijft muisstil. Onze nieuwsgierigheid wordt gestild door de monteur. Hij opent zijn achterdeur naar de overwoekerde achtertuin. Het overdadige zonlicht filtert door de groene bladeren. "Zijn jullie een beetje lenig?", vraagt hij ons. Probleemloos wippen we over een gammel hek en komen op een groen binnenterrein. Wat een rust.


Er staat een hoge hal van baksteen met een flauwhellend pannendak. Bovenaan de kopse kant zit een groot rond raam. Aan de andere kant staat een wit, houten opbouw. Niet meer dan een aanzet van een toren. De kerk is net zo potdicht als de voordeur. Zelfs naar binnenkijken zit er niet in. Alle ramen zijn afgedekt. Er is een pleintje, het Kapelaan Kraakmanplein, waaraan nog een paar onbestemde ateliers liggen. In een hoek van de kerk staat een groen uitgeslagen Mariabeeld. "Heeft u ook gehoord of de kerk gaat sluiten?", vragen we een buurvrouw op een hoog. "Ik hoop van niet. Fijn om ze op zondag te horen zingen." In welke taal gezongen wordt, weet ze niet. 

Het is 5 juli, de eerste zondag sinds kerken zo veel gelovigen mogen ontvangen als mogelijk bij 1,5 meter afstand houden. Ik bel met Ivonni die de gastenlijst beheerd. "Er heeft net iemand af gebeld, dus je bent welkom. Wel 10 minuten eerder komen hoor", lacht ze vriendelijk. Om tien voor elf doe ik de voorderu open en kom in de lange gang. Aan het eind twee trappetjes af en kom ik een cafe-achtige ruimte waar het al redelijk vol is. Een enkele man met mondkap en vooral veel vrouwen van jong tot oud. Ze komen van heinde en ver om hier met andere Portugees sprekenden de mis te kunnen vieren. Bepaald geen buurtkerk dus. Als de mis begint zitten er ongeveer 50 mensen mooi verspreid over de banken. Rechtsvoor zit een vrouw geknield voor het Maria-altaar. De twee rijen banken aan weerszijde van het middenpad hellen duidelijk naar elkaar toe. Een gitarist, tenorsaxofoon en twee zangeressen spelen een lied. Ivonni heet ons in het Portugees welkom en repeteert met ons de Coronamaatregelen. Een vrouwelijke akoliet steekt de kaarsen aan en dan komt Bernardo de Boer op, de priester die de Heilige Mis doet. Voor mij in onberispelijk Portugees. Midden in zijn preek valt één Nederlands woord: "zorgzaam". Het hart van de mis, die ik dankzij de universele opzet als oud katholiek goed kan volgen, gaat in raptempo. De spanningsboog van de katholiek is de afgelopen vijftig jaar niet gewijzigd. Het valt me op dat de gelovigen naar binnen gekeerd zijn. Ieder op hun eigen manier.

De communie is wel heel anders. De priester legt de hostie niet in de hand van de kerkganger. Ze liggen uitgestald op een dienblad. Omste beurt neemt iedereen er onder toeziend oog van Bernardo een hostie. Sommige mensen nemen hun mondkap alleen maar af om de hostie in hun mond te stoppen. Na de zegen van de priester en een instructie van Ivonni gaan de mensen naar het cafe. Daar ruikt het al lekker naar koffie en churrasco. De meeste eten hier. "Op die manier zijn er nog wat extra inkomsten om de kerk te onderhouden", zucht de priester met het grijze baardje. "We willen hier weg want de noodzakelijke verbouwingen gaan tonnen kosten. Die hebben we niet. Vorig jaar is de hele kerk bij een fikse regenbui ondergelopen."Wanneer ze naar de Boomkerk trekken, weet de priester niet. De verkoop van het gebouw loopt niet lekker omdat het gebouw een maatschappelijke bestemming heeft. Bernard heeft zijn hele prietschap onder Portugeestaligen. Lang in Brazilië waar hij menige kerk heeft gebouwd, later in het Oude Westen van Rotterdam in de grote Kaapverdiaanse gemeenschap en nu dus in de Amsterdamse Fatima.

Etappe 1 Staatslieden- en Frederik Hendrikbuurt

  

We komen zeker terug en lopen even naar de protestantse Nassaukerk op de Wittenkade. Wat een fraaie #Amsterdamseschool pareltje met die wybertjespatronen van baksteen en koperen toren van de  architect Krijgsman. Dat de kerk van binnen voor een gereformeerde kerk behoorlijk rijkelijk is versierd is ornamenten, schijnt zijn katholieke achtergrond te verraden. Hier zit een levende kerkgemeenschap die midden in de buurt wil staan. Naast de wekelijkse dienst, die nu alleen via internet live steam te volgen is, is het de thuisbasis van vrijwilligersorganisatie Kerk en Buurt. In het souterrain drijven zij een levendige kringloopwinkel en coordineren ze de inzet van burenhulp. Regelmatig is er een bijeenkomst waarin "Buren vertellen" over hun werk en passie. Verder organiseren zijn een inloop in de naastgelegen Schakel en maaltijden in Filah. 

Langs de Fatimakerk lopen we over de Jacob Catskade naar de hoek van de Eerste Kostverlorenkade en de Fagelstraat. De onderste verdieping is veel hoger dan de andere. In 1905 werd dit gebouwd als een gebedsruimte voor het Apostolisch Genootschap gebouwd. Nu  komen de Jehovah Getuigen er samen op donderdagen en zaterdagen. Een echte wereldgodienst; er zijn bijeenkomsten in het Portugees, Nederlands en Chinees. Ook hier komen we vaak langs en missen al reuring die hier zeker moet zijn in het oude normaal. Nu is het er stil. Niemand die ons meer kan vertellen.

 

Voor de deur van  de Koninkrijkszaal passeert mijn Marrokaanse bakker op weg naar huis voor een welverdiend middagdutje. "We zijn op weg naar jouw moskee", zeggen we. "Die wordt nu verbouwd omdat hij dicht is voor de Corona. Wordt heel mooi, buurman", lacht hij vriendelijk. We spreken af om samen de moskee te bezoeken als hij weer open mag. De Sonat Moskee aan Frederik Hendrikstraat maakt sinds 1983 gebruik van de Hersteld Evangelische Elimkapel uit 1911. Na verzoening van de Herstelden met Evangelisch Lutherse kerk in 1952 kwam het gebouw leeg te staan. Het is de tweede moskee van Amsterdam, de oudste staat aan de Weesperzijde. Net als andere moskeen waar we langs lopen, worden bespied door verschillende bewakingscamera's aan de gevel. Geen overbodige luxe. Voordeeltje voor ons is dat hier de deur opengaat. We groeten op afstand. Drie mannen zijn druk om een tussendeur te vervangen. De Corona heeft een ware verbouwwoede opgewekt, niet alleen thuis, maar ook in horeca en deze moskee.

Op het pleintje aan het begin van de Van Hallstraat zit mijn andere bakker in het zonnetje te chatten. "Weet je dat hier vroeger een grote kerk stond?", vragen we hem. We laten een foto de Nederlands Hervormde Prinsessekerk zien die op deze plek tot 1983 stond. Afgebroken en vervangen door nieuwbouw met appartementen en gezondheidscentrum. "Hee Achmed, weet je wel dat Louis van Dijk vroeger boven jouw bakkerij woonde?", breekt een vitale buurtbewoner in ons gesprek. Hij is  ruim zeventig jaar geleden geboren en bleef zijn hele leven de buurt trouw. De bekende pianist, net een paar weken geleden overleden, was de zoon van de koster van de Prinsessekerk. Hij leerde als zevenjarig orgel spelen op het fraaie Steinmeyer-orgel van de kerk. Meer over de van Dijks en de Prinsessekerk. En het bijzondere verhaal hoe het orgel uiteindelijk in Luxemburg belandde.

De kerk werd op 4 april 1918 ingewijd in aanwezigheid van het koninklijk paar en prinses Juliana. De koningin had er mee ingestemd dat het godshuis Prinsessekerk werd gedoopt. Het zou een enerverend bezoek zijn geweest. Aan het einde van de Grote Oorlog leed het volk in de hoofdstad honger. Dus riep het volk om brood toen de koets passeerde. Volgens sommigen is zelfs geprobeerd om het rijtuig om te kieperen. Hals over kop ontkwam de koninklijke familie. 

Etappe 2 Landlust en bedrijventerrein

We lopen het bedrijventerrein tussen Staatsliedenbuurt en Landlust over. Geen kerken zou je verwachten. Dat klopt maar wel drie gebedsruimten in bedrijfshallen. Goedkope vierkante meters en voldoende parkeerruimte. Dat laatste is belangrijk wantde moderne kerkgenootschappen zijn geen buurtkerken. Ze trekken gelovigen uit de wijde omtrek. De Yan Chuen Church aan de van Slingenlandstraat is een thuishaven voor Chinezen. Hier is de Bijbel een bron van inspiratie zo blijkt uit de rij blauwe boeken in de halen met "Bijbel" op de rug. En God komt hier ook zelf op bezoek. Dat zegt althans een glaszetter op het aanpalende kantoor van Akuut Glashandel die we vragen water er bij de buren gebeurt. "Ga maar kijken naar het enorme gat in de zijmuur, daar is God naar binnengevlogen", lacht hij vrolijk. We gaan kijken naar het enorme oranje dekzeil aan de zijgevel. Mijn visboer, Alicante, weet beter. Daar hebben een tijd zweverige types in een bus gebivakeerd. Ze zijn even de verkeerde kant opgereden.

 

Aan de andere kant van begraafplaats Vredenhof, waar een deel van de afgeknalde Amsterdamse penoze begraven ligt, vinden we op de Den Brielstraat twee Braziliaanse kerkgenootschappen. Naast de deur van de Pentecostal Deus É Amor hangt een briefje: "aub aanbellen". Een bel ontbreekt. Tussen de lammelen zien we een zaaltje vol de standaard horecastoelen. Op internet zien we videos van in Portugees zingen mannen en vrouwen. Verderop in de straat is de Amsterdamse vestiging van de Assembleia de Deus. Ze delen een bedrijfshal met Kesbeke Zuur.

 

In de bebouwing van Landlust komen we een echter kerk met torenspits tegen, de Boomkerk uit 1911. En nog wel van de moederkerk. Een echt complez: kerk, pastorie, school en waarschijnlijk vroeger ook nog een klooster. Het is oudste kerk op onze tocht waar nog steeds door hetzelfde geloof wordt beleden. Carlito, mijn Filipijnse schoonmaker, kwam hier regelmatig toen de Filipijnse gemeenschap in Amsterdam hier nog bijeenkwam. "Er staan enorme beelden van Josepf en Maria tegen de muur", eet hij zich nog goed te herinneren. Voor de ingang fietst een gesluierde vrouw met moderne bakfiets voorbij als wij de engelen boven de deur staan te bewonderen. "Mooi hé", roept ze ons toe. "Jullie moeten ook binnen kijken. Is ook mooi. Je kunnt er aan de andere kant in." Dat blijkt nu niet mogelijk.

 

Etappe 3 Sloterdijk, Bos en Lommer en Mercatorbuurt

We lopen de Admiraal de Ruijterweg af naar het dorpje Sloterdijk. Daar ligt, ingeklemd tussen snelweg en kantoorgebouwen, een eilandje van echt oude huizen met midden in een klein kerkje, de Petruskerk. Het is veruit de oudste kerk op onze tocht. De kerk uit 1479, verloor honderd jaar later, bij de Alteratie Van Amsterdam, het voorvoegsel Sint uit zijn naam en was bijna 400 jaar protestants. Nu kun je er alleen maar trouwen, kerkdiensten worden hier niet meer gehouden. Rond het kerkje liggen graven, de meeste behoorlijk oud. Er wordt nog steeds begraven onder het lommer van oude iepen. Ze komen niet van om de hoek. Zelfs een man uit Apeldoorn heeft hier zijn laatste rustplaats gevonden.

 

Langs een rijtje Amsterdamse Schoolwoningen en de Badr moskee, gevestigd in een oude school, lopen we Bos & Lommer weer in. Vanaf hier is alles na de oorlog gebouwd in de toen trendy architectuur van de Delftse School. De woningen langs de Sara Burgerhartstraat zijn een fraaie voorbeeld van. Om de vier trapportalen is een beeldengroep van beeldhouwer André Schaller aangebracht. Steeds een man en een vrouw. De vrouwen zijn allemaal stichtelijk bezig. Ze lezen een boek of verzorgen een kind. De mannen verstrooien zich met trompetspel of druiven snoepen. 

 

De kerken uit de wederopbouwperiode waar we verder langs wandelen zijn meestal fraaie variaties op een doos. De eerste die we tegen komen is een oogverblindend wit. Prachtig geometrisch ramenpatronen doorbreken de strakheid van de witte betonplaten als de kruissteken in een tafellaken. Niet voor niets heet dit gebouw in de volksmond het Theelichtje. Het gebouw oogt als een moskee, maar werd in 1954 gebouwd als de Gereformeerde Pniëlkerk. Nu is het een levendig cultureel centrum. Het cafe-restaurant verkoopt aan de deur tijdens de Corona lock down Marrokaanse lunchboxen om mee te nemen. "Ik wordt heel blij van dit gebouw. Weten jullie dat dit vroeger een katholieke kerk was", vertelt de barvrouw met donkere krullen spontaan. "Ik kan me nog goed herinneren dat ik hier als kind ben geweest met mijn vader", vertelt Herman die ons vergezelt. "Wij kerkten in de Vrijzinning Hervormde Westerkerk, maar soms wilde de ouwe weleens een andere predikant of organist horen." Hier was de trekpleister het orgelspel van Rob van Dijk, de broer van pianist Louis. Koster van Dijk was bij een kerkfusie met de Prinsessekerkgemeente hier heen getrokken. "Deze kerk was dus protestants", weet Herman heel stellig. Thuis zoeken we het uit. Tot 2000 kwamen zowel gereformeerden als hervormenden bijeen al dan niet in samengevoegde vorm. Toen zelfs fusies van protestantse broederkerken niet meer hielpen om de kerk te vullen, kwamen de Servisch Orthodoxen hier nog een tijdje samen. Dus niet alleen Herman maar ook de barvrouw heeft gelijk.

 

Ook de Lutherse Augustanakerk uit 1957 is een doos. Niet van wit beton maar van grijsbruine baksteen. Aan de zijkant zit een enorm kruis tegen de muur. Afgezien van een kapel waar voorbijgangers een kaarsje kunnen branden en rustig contempleren, zijn hier geen gebedsdiensten meer. Voor de deur staat een man met zijn fiets geduldig op zijn vrouw te wachten. "Die is nog even wat spulletjes bij elkaar aan het zoeken", lacht ie vriendelijk. "Ja ik woon hier samen met 25 andere mensen. Jong en oud door elkaar. Allemaal met de intentie om voor elkaar te zorgen." De Lutherse diaconie, nog steeds eigenaar, selecteert de bewoners. Daarmee past de Augustanahof in een mooie Lutherse traditie: het hofje. Niet meer voor begijnen maar voor een doorsnede van de Amsterdamse bevolking.

 

We steken het bruisende Erasmuspark door om een andere dooskerk te bewonderen. Niet voor niets maken we een fikse omweg door de Mercatorbuurt. Op het rustige Jan Mayenplein, een steenworp verwijderd van de drukte van de Jan Evertsenstraat en Mercatorplein, staat een pronkjuweel van de baksteenarchitetcuur van de Amsterdamse School: de Jeruzalemkerk uit 1929. Het roodbruine bakstenen gebouw staat met zijn rug tegen de koppen van twee woningblokken. Ook Amsterdamse School en ook roodbruine baksteen. Mooi een geheel. Blij verrast zien we dat de deur open staat. "Iedereen is welkom voor een gesprek of gebed", staat er op een bord voor de deur. Predikant Richard Saly in spijkerbroek en met een t-vormig kruisje om zijn nek, heet ons welkom samen met de sleutelbewaarder, een zestiger met grijs getinte brillenglazen. De van oorsprong Nederlands Hervormde kerk is een echt Gesamtkunstwerk van de hand van Ferdinand Jantzen, die ook de tegenover gelegen school ontwierp.

In het sobere donkerbruine interieur trekken vooral de glas-in-loodramen, de lampen en het bijzondere orgel de aandacht. Het orgel bestaan uit twee symetrische delen aan weerzijde van het raam boven het koor. Zoals alles hier, rechthoekig en symmetrisch. Alleen een recente met zorg aangebracht werk- en overlegplek voor de buurt op het linkerbalkon verstoort de symmetrie enigszins. "Het is best wel moeilijk om een levende kerk te zijn in zo'n mooi monument. We zouden best wel de harde klapstoeltjes willen vervangen. Dat kan niet nu het een Rijksmonument zijn", vertelt Richard, die ons ook trots de zaaltjes en kamers achterin de kerk laat zien. Allemaal even gaaf. Ik vraag hem welke ontwikkelingen hij in zijn gemeente ziet. "Dat de bevolking van de Baarsjes snel verjongd, zie ik ook terug in de samenstelling van de kerkgangers, maar ik ben nog geen jaar hier predikant", relativeert hij. Nee hij heeft hier niet gesoliciteerd, hij is beroepen. Dat is een beter basis, vindt hij. "Het grote verschil is dat de kerkenraad actief zelfs een andere predikant zoekt die past bij de opvattingen die leven binnen de gemeente. 

 

En de volgende doos, de voormalige RK Sint-Josephkerk, is helemaal van grijs beton. De kloeke kerk naar een ontwerp van G.M.H. Holt werd in 1952 ingewijd en bijna veertig jaar later weer verlaten. Na een klimhal, een groep uitgeprocedeerde asielzoekers van We Are Here, zit er nu een kinderspeelparadijs in. De kerk is in de oude luister hersteld en aangewezen als Rijksmonument. Niet omdat het gebouw zo oogstrelend is, maar omdat het de eerste  ker was die zo gebouwd werd.

 

Etappe 4 Van Opstandingskerk naar De Kandelaar

In het grootste deel van mijn leven gaf de roodbakstenen Kolenkit aan waar je de Ring over ging en de stad verliet. Voor mijn kinderen, opgegroeid in het centrum, is het ergste wat je kunt overkomen, wonen buiten de Ring. Daar wonen volgens hen de boeren, zoals overal buiten Amsterdam. Dat de Opstandingskerk, want dat is de officiele naam van de Kolenkit, vrijwel uit beeld is verdwenen, nu zo'n vijftien jaar geleden, heeft alles te maken met de populariteit van hun geboortestad.

Nu markeren de flats die over de Ringweg zijn gebouwd het moment dat het uitdijende bruisende hart van de hoofdstad zich over de Ring zou gaan uitbreiden. Dat transformatieproces is nog steeds gaande. Heel wat problematische wederopbouwwoningen gaan tegen de vlakte en de nieuwbouw van veel meer koopwoningen verdrijft junks en eerste generatie migranten voor de opkomende middenklassen met een migratieachtergrond en andere gelukszoekers. Nieuwsgierig lopen we verder.

    

We zoeken de ingang van de Nederlands Hervormde Opstandigskerk uit 1956. De vier loodzware deuren onder de toren zijn potdicht. Waarschijnlijk een overblijfsel van de tijd dat de Kolenkitbuurt een van de gevaarlijkste buurten van Amsterdam was. Tegenwoordig moet je aan de zijkant naar binnen. Een smal trappetje gaat naar beneden want de kerk, een ontwerp van ir. Marius Duintjer, is een kerk met twee verdiepingen. De onderste verdieping biedt ruimte voor allerlei maatschappelijke activiteiten, boven is de gebedsruimte. Dat was destijds heel modern. Na de oorlog  wilde de kerk midden in de samenleving staan. Het ontwerp was in vergelijking met de dooskerken die we eerder zagen meer traditioneel. De uitgekiende langerechte ramen, wat gedraaid, en de kolenkitvormige toren zijn weer heel modern. Het interieur, prachtig belicht door de lichtval, schijnt schitterend te zijn.

 
 

Tussen alle nieuwbouw in de Kolenkitbuurt is een Delftse Schoolwoningblok langs de Bos & Lommerweg behouden gebleven en vijf jaar geleden in oude luister hersteld. Of preciezer twee woningblokken, een aan het Jan van Schaffelaarplantsoen en de andere aan de Akbarstraat. Het door stedenbouwkundige Cornelis Van Eesteren in zijn Algemeen Uitbreidings Plan (AUP) gepropageerde open bouwblok is hier toegepast. Tussen de beide blokken ligt een gemeenschappelijke binnentuin die aan de kopse kanten zijn afgesloten met een hek en een muur. Toch willen we daar in. In de tuin ligt immers een kapel opgedragen aan Maria. "Hoe komen we in de kapel?", vragen we een bewoonster die over haar balkon hangt. "Daar mag je niet in, zelfs wij niet. Geen probleem want er valt toch niets te zien", zegt ze gedecideerd. Dan moeten we onze kerkenhonger stillen met het fraaie woningblok van architectenbureau Evers en Sarlemijn. Die waren katholiek en hadden, zo ging dat in die tijd, katholieke opdrachtgevers. Ze deden veel RK kerken en scholen, we komen er nog heel wat tegen. Ook deze opdrachtgever was van katholieke huize: woningbouwvereniging "Het Oosten". Bovenop de pilaren van de deurportalen staat een serie beeldhouwwerken met episodes uit het Oude en Nieuwe Testament. Wij lopen van de Kerstal naar de Herrijzenis.

 

We steken de straat over en lopen tussen de gloednieuwe elipsvormige flats door. De roomwitte gebouwen met veel glas zijn Rapshody in West gedoopt. Op het binnenterrein staat een als een moderne tegenhanger van de Mariakapel een glazen kas. Binnen staan jonge pompoen- en tomatenplantjes. Aan robuuste houten tafels zitten drie jonge vrouwen te praten. "Zijn jullie aan het bidden", vragen wij oneerbiedig. "Dit is een van de drie buurtkassen in de Kolenkitbuurt, waar buurtbewoners elkaar kunnen ontmoeten." Nieuwe bewoners zijn hier steeds meer. Achter de Akbarstraat is de afgelopen jaren fiks gesloopt en nieuw gebouwd. Het dictaat van licht, lucht en ruimte en het daarbij horende open bouwblok uit het AUP is losgelaten. Op de plek van vier rijen portiekflats zijn drie gesloten wooncarré's terug gekomen. De woonstraten zijn wat smaller geworden; de auto mag er niet meer in. Best wel aantrekkelijk al dat bruin gekleurd baksteen met het jonge groen. In het ontwerp van de gebouwen verwijzen de lijsten rond ramen en deuren naar het verleden zijn; niet meer van lichtgekleurd beton zoals bij de Delftse School maar in de zelfde bont gekleurd baksteen waar de gebouwen in zijn uitgevoerd. De fraaie reliefpatronen versterken de bonte kleuren van de baksteen. 

 

 

We lopen onder het spoorwegviaduct door Bos & Lommer uit en komen Slotermeer in terecht. Dat is het deel van de Westelijke Tuinsteden dat in de eerste jaren van de vijfiger jaren uit de grond werd gestampt om de naoorlogse woningnood te lenigen. Meteen links tussen het weelderige groen langs de spoorbaan zien we het meest geisoleerde huis van Amsterdam. In een waterpartij ligt een soort mini-uitvoering van Mont St-Michel. Kennelijk is de bewoner thuis. Door het kleine raampje zien we een lamp branden en een rode roeiboot ligt voor de deur. We slaan rechts af door de groenstrook en lopen tussen de met spetterende graffiti versierde pilaren van de spoorlijn naar een bijzonder flatgebouw. Vanaf de Haarlemmerweg waren we altijd onder de indruk van het strakke gebouw met iets uitstekende kozijnen; rechthoeken fraai verdeeld in vierkanten. Nu we het gebouw, een creatie van een zoon van de beroemde Rietveld, kunnen aanraken, zien we dat de kozijnen niet van zwart staal zijn, maar van donker ongeschilderd tropisch hardhout. Naast de ingang hangt een bordje "Rijksmonument". Bij de toekkening van deze status is de gebruikswaarde voor de bewoners kennelijk niet zwaar meegewogen. De omvang van de balkonnetjes heeft duidelijk geleden onder de vormwil van Jan Rietveld. Je kunt er net een vuilnisbak kwijt.

 
 

We lopen door een buurt die zowel Klein Turkije als het Buitenmuseum van Eesteren wordt genoemd. Hier staan alle orginele woningblokken uit begin jaren vijftig nog overeind, zoals bedoeld door de beroemde stedenbouwkundige. Enkele jaren geleden is dit deel van het AUP als beschermd stadsgezicht aangewezen. De laagbouwstroken kunnen ons niet erg bekoren. De portiekflats langs de Burgemeester Fockstraat zijn veel oogstrelender met de aan de voorzijde geplaatste schoorstenen, de ingebouwde balkons, de vele raampjes in de portieken en de scheve schuurtjes . 

Maar dat is de buitenkant. De enorme varieteit waarmee de ingebouwde balkons naar de hand van de bewoners is gezet is minder strak. Daar hangt een net om de duiven te weren, hier  helemaal dichtgetimmerd met witte schrootjes. Overal hangen satellietschotels. Deze huizen worden vooral door mensen met een Turkse migrantenachtergrond bewoond. Dat blijkt als we later de bruizende Van de Vlugtlaan oplopen. Alles Turks wat hier de klok slaat: Hallal Fried Chicken, Bahklavapaleisen en kledingswinkels waar je lange, ruime jurken kunt kopen. Gezellig druk op straat.

 De Om de moskee te zien, moeten we een zijstraat in. Voor het gloednieuw bedrijfsgebouw waar de Mescid-I-Askamoskee gevestigd is, staan picknicktafels waar vriendelijke mannen van middelbare leeftijd de warme Ramadanmiddag met elkaar uit zitten. Heel gedisciplineerd op anderhalve meter van elkaar. Fotograferen vinden ze geen probleem. 

 

De laatste kerk van deze etappe is de Kandelaar. In 1964 gebouwd om de razendsnel groeiende Vrijgemaakt Gereformeerde Gemeente te huisvesten. Dat het snel moest, is wel een beetje te zien aan het gebouw. Evenals de Opstandingskerk langerekte ramen die scheef op de wand staan, maar veel minder subtiel uitgevoerd. Er konden 450 mensen in. Binnen tien jaar was de gemeente als zo ver gekrompen dat ze kerk moesten over doen aan het Leger des Heils. Zo snel ging ontkerkelijking in de jaren zestig. Het Leger weet zich met veel inzet voor alle bewoners van de buurt, probleemloos staande te houden.

We vragen een oudere dame of ze wel eens binnen is geweest. "Ja, dit lichtval is best wel mooi . Jammer genoeg is de toren niet meer verlicht", vertelt ze met weemoed in de stem. Tussen de vier betonnen palen, die bovenin samenkomen, scheen vroeger een lamp, die de kerk de naam de Kandelaar opleverde.

Etappe 5 Slotermeer

 
 

Sint-Sharbel is een Servisch Orthodoxe kerkgemeenschap waarvan de ongeveer 400 leden kerken sinds 1993 in het complex van voormalige RK kerk Sint-Catherina. Best wel passend een orthodoxe geloofsgemeenschap in een kerk die met zijn drie beuken en laag pannendak oogt als een Vroeg-christelijke kerk in Italië. Heel andere koek dan de modernistische dooskerken die we tot nu toe vooral aandeden. Toch is de kerk nog geen 70 jaar oud. Architectenbureau Evers en Sarlemijn bouwde de kerk in de stijl van de Bossche School. De naam van architectuurstroming verwijst naar de plaats waar vlak na de oorlog een stoomcursus voor katholieke bouwmeester werd gegeven die voor de vervanging van de door oorlogsgeweld vernielde kerken moesten zorgen. Deze kerk is een mooi exemplaat van de Bossche School arcitectuur en staat niet voor niets op de gemeentelijke monumentenlijst.

Van haar riante balkon op drie hoog in een gloednieuw appartementencomplex, pal tegenover de kerk, heeft de bewoonster uitstekend zicht op de kerk. "Ik ben er niet meer binnen geweest sinds de orthodoxen er in getrokken zijn; daarvoor wel," bekent ze. Elke zondag hoort ze de grote klok in de lage toren slaan. "Vijf keer, nooit meer." Ze wijst naar de woning waar de pastoor met zijn kapelaans woonden. "Het was een echt katholiek bastion,"weet ze van vroeger. "Langs de Haarlemmerweg zit tegenwoordig een school voor blinden. Achter de kerk staan nog twee scholen: een katholieke basisschool en een Portugese school voor kinderen van 4 tot 18 jaar."

 

In dit deel van Slotermeer staan de oorspronkelijke gebouwen van het Algemeen Uitbreidingsplan nog fier overeind. Het is aangewezen aan beschermd stadsgezicht. Op de Floris van der Laakenstraat zit een relaxte Surinamer in de voordeur van zijn twee kamer woning. Tot onze verbazing staan deze lage bejaardenwoningen op de gemeentelijke monumentenlijst. Afgezien van het aparte bakstenenverband van de bergingen die aan de voorkant van de woning ziujn aangebouwd, is er weinig wat ons kan bekoren. Eddy vindt het een fijne woning. "Alleen voor mensen boven de 45", glimlacht hij. De grens voor seniorenwoningen daalt, terwijl de levensverwachting stijgt. "Je moet even om de hoek kijken." Daar hangt een kingsize-straatnaambord zoals in de hele buurt. De straten zijn genoemd naar mannen uit het verzet die in WO2 zijn vermoord door de bezetter. "Verzetsvrouwen hadden ze vergeten", grinnikte Eddy. "We mogen nu stemmen over nieuwe namen." Al eerder heeft de gemeente de vergeten verzetsvrouwen geëerd door de bruggen in de buurt naar hen te noemen.

 

De El Hjira Moskee zit in de voormalige Gereformeerde Kerk De Olijftak die in 1965 gebouwd werd als Doopsgezinde kerk. Op een stompe hoek van het gebouw zit een vierkant van lichtere stenen. We vragen een passant, die zo te zien al wat langer in de buurt woont, wat daar gezeten heeft. "Ik zou het niet weten, sorry", loopt hij onverstoorbaar verder. Op een oude foto zien we dat hier een beeld van een soort vogel naar buiten heeft gestoken. Nu siert het sculpuuur, Vliegend/Vogel van Wessel Couzijn, de gevele van de Doopsgezinde Kerk aan het Singel. Waarschijnlijk al verhuisd toen de dopers in 1969 wegtrokken. Pas heel kort verdwenen is het bijgebouw met een fraaie assymetrische schoorsteen, Gesneuveld om de uitbeidingsplan van de drukke moskee mogelijk te maken. Op de bouwtekeningen zien we dat er dan ook een halve maan toegevoegd wordt aan het groen koperen torentje van de Olijftak.

 

De toren van de volgende kerk op onze tocht, de voormalige NH kerk de Hoeksteen naar een ontwerp van architect P. Zanstra, is zelfs helemaal verdwenen. Gesloopt rond 1980 wegens instortingsgevaar, maar  15 jaar oud. Mooi symbool van de snelle teloorgang van de christelijke kerken. Wel staat op  de luifel aan de voorgevel een groot expressionistisch betonreliëf van Dick Elffers te pronken. Tegenwoordig gaan de Baptisten van de Verbinding gemeenschap hier kopje onder. Voor de ingang hangt Saïd die graag een praatje maakt. Hij vindt het vermakelijk om te horen dat christen water over zich heen krijgen als ze geboren zijn. "Bij ons wordt er gezongen en gaat het mes langs de piemel", vertelt zijn buur op de bank met pretogen. Of hij ooit binnen een mandiep vat of bad heeft gezien, waarin de baptisten gedoopt worden, vragen we hem. Nee, maar hij zal het vragen aan zijn vriend die hier schoonmaakt. 

 

De Oase, even verderop, het wemelt hier echt van de kerken, heeft een koperen klok aan de muur. Twee jongeren draaien een joint voor de deur. Of ze weleens de kerkklokken horen luiden? Nee nooit. Samen fantaseren we dat de fietsketting die naar binnen gaat, in verbinding staat met een fiets waar de koster op trapt om de klokken te luiden. Hierbinnen huist volgens de eigentijdse website "een eigentijdse en multiculturele kerk met een hart voor God en Amsterdam Nieuw-West". De bijbelteksten die achter het glas hangen, klinken nog steeds zo bedreigend als vroeger. Snel lopen we verder op zoek naar een verlichtere kerkgemeenschap.

 

De Verfdoos langs Slotermeerlaan

 

Recht tegenover de Kleine Verfdoos kerkt de Evangelische Ambonezengemeenschap kerkt sinds 1993 in Gunung Batu kerk. 

 
 

De meest verrassende kerkvondst doen we langs de lange Lodewijk van Deysselstraat. In de bijzondere winkels onder hoog oplopende schuine daken zitten allerlei buurtvoorzieningen; allemaal met grote gele letters getooid. Onder letters Buurtkeuken staat Gerard de Cock in een poloshirt met blauwbruin bloemetjemotief een beetje bij te komen van het rondbrengen van tientallen soeppakketten aan buurtbewoners. De oud-aardrijkskunde leraar blijkt de predikant van een pinkstergemeenschap die zich New Life West noemen. Dertien jaar geleden opgericht om een andere groep gelovigen te bedienen. Ze komen in de Buurtkeuken niet alleen bijeen om te eten te maken en op te eten maar ook voor hun gebedsdiensten. Maximaal 25 kerkgangers kunnen er in. Lekker intiem. Hier komen we zeker nog eens terug. Niet om de wonderen van de inspiratie van de Heilige Geest te zien, maar om de mensen te leren kennen die daar wel voor open staan. Of zou er toch meer tussen hemel en aarde zijn?

Etappe 6 Geuzenveld

 

Net buiten de geurcirkel van de beste haringtent van Nieuw-West, Visspeciaalzaak Molenaar, staat een onopvallend gebouwtje aan de brede Burgemeester Roëllstraat. De enige jeu is een soort dakkapel met een muntgroen schot boven de donkergroene toegangsdeur. Op dat schot staat "Nieuw Apostolisch Zendingskerk". Een snelle check van Wikipedia leert dat daar eigenlijk nog II achter hoort. In 1969 heeft deze gemeente zich afgesplitst van de kerk met die naam. De Amsterdamse gemeente van 32 zielen is een van de tien Nederlandse NAZKII gemeenten. Dat ze niet groot zijn, weten ze heel goed. Op hun website introduceren ze zich met: "We zijn in het zo verdeelde kerkelijk landschap een kleine groepering, zodat u ons waarschijnlijk niet kent." Toch willen ze alle mensen samenbrengen in één kerk ter voorbereiding op de wederkomst van God. En de tijd dringt, want de terugkeer zal niet lang op zich laten wachten. Hartverwarmend dit idealisme. Maar die ene kerk schiet nog niet erg op. De familie van Apostolische kerken die rond 1800 in Engeland ontstond, is alleen maar verder opgesplitst. In Amsterdam zijn zo'n tien gemeenten die zich Apostolisch noemen. Bijna veertig gebouwen in de stad hebben korter of langer als Apostolisch gebedshuis gefungeerd. Een daar van zijn we al aan het begin tegen gekomen: de Koninkrijkszaal aan de Fagelstraat. 

 

Van klein maar levend komen we bij eens groot maar nu dood. Net als de andere roomskatholieke  basiliekkerk die we passeerde, de Sint-Catherina, is de Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten een groot complex met bijbehorende scholen en een klooster. De kerk is in 1960 ingewijd en 33 jaar later te leeg om verder te gaan. Het klooster van de Paters Kruisheren is toen verbouwd tot appartementen. Sinds 2016 vangt HVO-Querido er daklozen op en bieden ze 30 mensen met psychiatrische problemen onder dak. Twee medewerkers gaan door de poort. Nieuwsgierig kijken we naar binnen. "Kennen jullie de kerk van vroeger?", vragen ze. Er wordt vaker aangebeld door oud-buurtbewoners op sentimental journey. We bekennen dat we  nooit binnen zijn geweest en graag een keer terug komen als het virus is bedwongen. "Dat zou ik maar niet doen", klinkt het weinig uitnodigend. Aan de achterkant staat een bijzondere golvende muur met een fraaie nis waar jongeren heerlijk kunnen hangen. Over de muur kijken we zo de kerk in, grote ramen in het dak om de duisternis te verdrijven.

 

De volgende Wederopbouwkerk waren we bijna voorbij gelopen. Langs de doctor H Colijnstraat staat een kantoorgebouw met vier verdiepingen. De eigele gevelpanelen knallen je tegemoet. Met grote letters staat Erdem boven de ingang. Alleen de bakstenen zijwanden en het betonnen ingangsportaal verraden de oorsprong van het gebouw. We lopen om het gebouw heen. De beide zijwanden bestaan voornamelijk uit een grote glaswand met betonskelet; aan de achterzijde bakstenen in een vierkant verband gemetsteld. De vele bewakingscamera's hebben al verklapt dat hier een moskee moet zitten. Binnen komen we de imam tegen, die voorbereidingen treft om met kleine groepjes weer bijeen te komen. De moskee Erdem zit al jaren in de voormalige Gereformeerde Sionskerk van architect C. van der Bom. Opgeleverd in 1957, in 2006 verlaten en omgezet in Turks dienstencentrum met moskee. Jammer dat er zo ingrijpend is verbouwd en aangebouwd. De karakteristieke toren is niet alleen zijn kruis kwijt, maar ook deels in de eigele opbouw "gezakt".

 
 

Ook de volgende gebedsruimte op onze route is een moskee: El Ishane op de Mendes da Costahof. Hier komen geen mensen met Turkse achtergrond maar Nederlanders met een Marrokaanse voorgeschiedenis. Het is een gloednieuw gebouw met fraaie gele baksteen, prachtige groen en blauwe accenten en fraaie schermen voor de ramen. Het gebouw zou zo in een marrokaanse kasbah kunnen staan. Ook grijpt  Architect Gerard Rijnsdorp terug naar de Wederopbouwarchitectuur. De gele baksteen verwijst naar Dudoks gemeentehuis in Hilversum. Thuis checken we of hier een kerk is gesloopt, maar Google Earth laat zien dat hier twee rijtjes laagbouw stonden; een soort bedrijfsruimtes. 

 

Helemaal achterin Geuzenveld wordt de sfeer dorps. Treurige rijtjes eensgezinswoningen staan afwisselend met rijtjes wit geschilderde bejaardenwoninkjes rond groene hofjes met lommerrijke bomen. De witte rijtjes schijnen een van de laatste ontwerpen van de grote architect Dudok te zijn. Hij doopte ze "boerderijwoningen"  We zijn er niet van onder de indruk. Daarbij komt nog dat de straten hier de namen van de grootste Nederlandse bouwmeesters van de afgelopen 150 jaar dragen. Onbegrijpelijk dat naam van Michiel de Klerk, de man die ons de meesterlijkste baksteen kunstwerken van de Amsterdamse School heeft geschonken, juist de meest treurige hof is toebedeeld. De Bazel, Berlage en Pierre Cuypers hebben het iets beter getroffen me de Dudokboerderijtjes. Ze hebben gewoon de pech dat ze geëerd werden in de Wederopbouwperiode waarin razendsnel met beperkte financiele middelen woningen uit de rond gestampt moesten worden.

 

Ook de dictatoriale zwemtrainster Ma Braun die haar dochter in 1928 en in 1936 de Rotterdamse Rie Mastenbroek naar gouden zwemmedaille dreef, is er bekaaid afgekomen bij de Straatnamemcommissie van Amsterdam. Haar pad loopt van Geuzenveld naar Osdorp langs een restant veenweidegebied, de Osdorperbinnenpolder. Je kunt even lekker ver weg kijken. We passeren een molen en even later een woonwagenkampje. Er staan heel wat joekels van woonwagens waar geen wiel meer onder lijkt te zitten. De eerste, van witte kuntstofplanken, draagt een kruisje. "God heeft U lief", staat er op de voorgevel van het kerkje dat Klein-Jerusalem is gedoopt. De Woonwagenzending die hier de diensten leidt behoort to de stroming van pinkstergemeenten. We gluren door de gesloten voordeur. Plafond en muren zijn bekleed met witte draperiëen. Aan de muur hangt een oproep om de zigeuners in Roemenië te steunen. Bewoners laten zich niet buiten zien. Op naar Osdorp.

Etappe 7 Osdorp Oost en Noord

In Osdorp wemelt het vooral van de moskeëen. Er is natuurlijk maar één islam maar de diversiteit aan gebedshuizen is enorm. In Nederland speelt daarbij vooral de hand van het moederland een belangrijke rol. Turkse moskeëen hebben altijd de Turkse en Nederlandse vlag voor de deur, bij Marrokaanse ontbreken die. Wat verder de diversiteit bepaald (behoudend of liberaal; sjietisch of soenitisch) hopen we te ontdekken in Osdorp, maar nu ze nog behoorlijk dicht zijn zal dat wel moeilijk zijn.

 

Bij de eerste moskee, de Turkse Süleymaniye moskee, is het na 1 juni al weer gezellig. Aan de tafels in de tuin zit een tiental oudere mannen. Bovendien wordt er flink gesloopt. Aan de muur hangen de tekeningen, die laten zien dat het gebedshuis zeker eens zo groot moet worden. Een gesprek met de mannen verloopt stroef omdat er maar een Nederlands spreekt. "Ja dit is een kerk geweest", weet hij te vertellen. "De twee minaretjes zijn nieuw." In de nieuwbouwplannen blijft dat zo. Tot begin jaren negentig kerkte hier de Gemeente van Christus. Toen was het een onoogelijk rechthoekig gebouw zonder toren. De plek waar de naam van de kerk geschreven stonden is nog steeds een zwarte vlek op de lichtgele bakstenen. Daarna was het kort een sportschool, waarna in 1995 de minaretten verschenen.

 

Om de hoek op Vrijburg zijn ook nieuwbouwplannen. Hier bij moskee Faried-Ul-Islam geen gezelligheid voor de deur. Het hek zit potdicht en het plein voor de ingang van een glimmend bedrijfsgebouw is leeg. Hun webpagina is heel wat toegankelijker want hier is niet Turks maar Nederlands de voertaal. Je kunt er doneren voor de verbouwing, maar wat deze moskee anders maakt dan de anderen wordt niet duidelijk. Voor het geld komt er een minaret en koepel bij in Osdorp.

 

Ha daar staat weer eens een ouderwetse kerktoren. Het witte beton steek omhoog met kruis en klokken erbij. Maar oei, ook dit gebouw is in tijdelijk beheer van de Zwerfkei. We zijn ze al heel wat oranje affiches tegen gekomen het afgelopen uur. Meestal een aankondiging van sloop en nieuwbouw. Of de sloopkogel ook door deze RK Lucas kerk uit 1965 gaat is niet duidelijk. De schepping van architect Th. Nix, veel lichtgele baksteen en glas, is wel aangewezen als gemeentelijk monument.  Misschien dat het helpt. Binnen was de kerk vernieuwend. De banken staan niet meer achter elkaar, maar in drie blokken geschaard rondom het altaar. De nieuwe eigenaar Soka Gakkai is een Japans-boedistische stroming met 12 miljoen leden wereldwijd. SoKa betekent waarde creëren en Gakkai vereniging. De leden geloven dat "werkelijk geluk een diepe vreugde is die je ervaart als je in staat bent om onder alle omstandigheden waarde te creëren en nooit op te geven." Mooie uitdaging voor de vereniging om dit vervallen gebouw dat nogal te lijden had onder inbraken, haar oude waardigheid terug te geven. 

 
  

Tussen het groen van de weelderige straatbomen van de Saaftingestraat prikt een betonnen heipaal omhoog. Op 18 oktober 1960 sloeg minister van Aartsen hier de 100.00ste paal het opgespoten land van de Westelijke Tuinsteden in. Daar was maar 9 jaar voor nodig. Zo snel werd er toen gebouwd. Tussen het lover zien we ook drie koepels van een gebedshuis. Niet weer een moskee blijkt als we dichterbij komen. Op de koepels geen halve maan maar iets wat op een euro-teken met iets er aan lijkt. Vanuit het raam boven de ingang kijken twee bontgekleurde poppen ons aan. Moeilijk om te zien in het het felle licht en door het spiegelende gras. Door het zand van de wegopbreking schiet een mountainbike met een hippie voorbij. "Dit is een hindoestaanse tempel", vertelt hij. "Soms is het heel druk, vooral als er weer zo'n schitterende bruiloft is."

Het gebedshuis uit 2000 heet Radha Krishna Mandir. Mandit is Hindoestaans voor tempel. In Nederland wonen ongeveer 75000 Hindoestanen, voornamelijk afkomstig uit Suriname en India. Een van de richtingen binnen het hindoeisme is Sanatan Dharm waar toe deze mandir behoort. Het is een van de acht tempels in Nederland. De helft daarvan staan in Den Haag. Deze Amsterdamse geloofsgemeenschap heeft een kleine duidenzd actieve leden.

 

We maken een omweg over het bedrijventerrein Akerpoort aan de Ookmeerweg, waar in een heel sjofel bedrijfsgebouw naast de Extra beveiligde rechtbank van Amsterdam de Lifehouse gemeente bij elkaar komt. De bovenverdieping is dicht getimmerd maar de voordeur staat open. In het donker komen we bij een dubbele deur die potdicht zit, zoals meestal in deze Coronatijden. De website is wel goed toegankelijk. We blijken met een familiebedrijf van doen te hebben. Deze Indonesisch-Nederlandstalige gemeenschap, die is aangesloten bij de Verenigde Pinkster- en Evangeliegemeenten in Nederland, is 1994 opgericht door John Tan en zijn vrouw Atie nadat ze Indonesië een visioen van God hebben gekregen. Een paar jaar geleden hebben ze het stokje overgedragen aan hun zoon Timothy  en zijn vrouw Claudia Tan-Styns. Zij zijn van plan om deze gemeente eerst gezond te laten worden. De buitenkant van het gebouw laat wel zien dat die klus nog niet is geklaard.

We gaan weer een woonwijk in richting de Waterschapstraat. Daar wordt de Arrabitha Al-Islamia moskee flink verbouwd. Er heerst echt een moskeebouwwoede in Osdorp. In 1970 was dit een gymzaal. Vanaf wanneer dit gebouw in gebruik kwam als moskee is niet goed terug te halen. Pas tegen 1980 ontstonden de eerste moskeëen in Amsterdam. Dit gebouw droeg tot 1990 de naam Essalam Moskee. Op een foto uit 2002 is duidelijk de contour van de gymzaal terug te zien waarvoor een stuk is aangebouwd, inclusief toren. Nu is de verbouwing aan de gang , waarbij opmerkelijk de minaret gaat verdwijnen. Zo het een kwestie van geld zijn, zoals vroger bij chistelijke kerken ook wel gebeurde. Vandaag was slechts 43% van het benodigde geld bijelkaar gebracht.

 

In een roestbruine doos onder groen lover houden de Jehova's Getuigen zich schuil. Het blauwe logo jw.org doet het goed tegen het roestbruin. Of deze fraai vormgegeven bunker van zogenoemd cortenstaal bedoeld is om dieven of pottenkijkers buiten te houden is niet duidelijk. Het schijnt dat cortenstaal eigenlijk niet gebruikt kan worden voor wanden omdat ze op den duur doorroesten. Voor Jehova's waarschijnlijk geen probleem want zze zijn overtuigd dat het einde der tijden nabij is. Alleen zij, met het enige juiste geloof, zullen worden gered.

Op een steenworp afstand is een Turkse moslimgemeenschap in een oude school aan de Osdorperweg getrokken. Aan de trekken van de Amsterdamse School valt af te leiden dat het gebouw ruim 90 jaar oud is. Vreemd genoeg gebouwd op een dam midden in een brede vaart die dwars door Osdorp loopt. Het fraaie gebouw wordt door lelijke bouwmarktschuttingen uit het oog ontrokken. Op het schoolplein zitten weer mannen aan pikniktafels thee te drinken tot de moskee open gaat. Tot nu toe alleen bij Turkse moskeëen. Mijn kapper uit Marokko bevestigt wat ik gezien heb tijdens de eerste knipbeurt na de lockdown. Volgens hem zijn de Turkse moskeën beter georganiseerd. In elke moskee is een theehuis.  "Komen hier alleen mensen met een Turkse achtergrond?", vraag ik een vriendelijk jongeman met zwarte snor. "Nee, iedereen is hier welkom voor zijn gebed", zegt hij met een uitnodigende lach.

Etappe 8 Osdorp Midden

 

We komen op onze wandeling bij het 40ste gebedshuis. Aan de Tussenmeer staat een onooglijk appartementengebouw met winkelplint die in 1991 de plek van een wederopbouwkerk innam.  Hier stond de Nederlands Hervormde kerk de Uitweg die in 1964 geopend werd. De fusie met de Gereformeerden van de Opgang, iets verderop, betekende het einde. Opmerkelijk is dat dit pas de tweede kerk op onze tocht is, die gesloopt is. De eerste was de Prinsesskerk in de Staatsliedenbuurt. Ook Nederlands Hervormd. Ook hier gedoe rond het orgel, na de sloop ging het naar de Noorderkerk in het Centrum. Nu staat het in de nieuwbouw van de Opgang, even verder op.

El Mouahidine is een kleine Marokaanse moskee. Mijn groenteboer en kapper leggen uit hoe het zit met al die verschillende moskeëen in Osdorp. Er zijn Turkse, Marokkaanse, Egyptische en Indonesische moskeëen. Hier zijn er zelfs 3 Marokkanse gebedshuizen binnen een straal van 800 meter. "Die zijn ook wel nodig, want ze zijn klein en er wonen hier veel moslims," Hoor ik terwijl mijn lange Corina-manen gekortwiekt worden. Verder blijkt het fijn dat er een dicht netwerk van gebdsruimten is. Goede mohamedanen horen meerdere keren per dag te bidden. Dan is het fijn dat je snel de  moskee om de hoek kan binnen wippen. Dan gaat een Turk gewoon naar een Marrokaanse moskee. "Op vrijdag is het anders," vertelt Mustafa. "Dan wil je de imam kunnen verstaan. Dan ga ik naar een Turkse moskee en mijn Arabisch sprekende broeders naar een Marokkaanse."

 
  

De Hervormden van de Uitweg verlieten hun kerk en gingen samen met de Gereformeerden van De Opgang iets je verderop aan Tussenmeer. Die kerk uit 1964 hield het 25 jaar langer stand. In 2008 is de kerk vervangen door een multifunctioneel gebouw, waar heel wat mensen wonen, kinderen worden opgevangen en naast de PKN kerk ook nog de Brazilaanse Congregação Cristã na Holanda te kerken. We kijken door de ramen. In de gebedsruimte staan de stoelen wijd uit elkaar om voldoende afstand te kunnen houden tijdens de dienst. Je komt alleen binnen als je jezelf een dag van te voren hebt aangemeld.

Hoe divers het moskeeaanbod in Osdorp is, blijkt pas goed op de Ekingenstraat. Onopvallend onder een paar nieuwe flats zitten er twee naast elkaar Masjid Euromoslim en Dar el Huda. Euromoslim blijkt in de jaren zeventig opgericht door Indonesische studenten die toen ze kinderen kregen aan "goed islamitisch onderwijs" en een eigen moskee. In 2005 wisten zij dit met eigen middelen te realiseren. Dat hier een hechte gemeenschap bijelkaar komt blijkt uit de aankondig van een gemeenschappelijk bezoek aan Eurodisney.

 

De laatste stop aan deze etappe is de Roomskatholieke Sint Pauluskerk. Een kerk met veel beton en baksteen oogt gedrongen en gesloten. Fraai is de toren: een betonnen poort waarin een groot kruis en een kerkklok zijn te zien. Het ontwerp van architect Jos van Leeuwen werd in 1967 ingewijd. Binnen heeft de kerk een voorruimte waar niet religieuze bijeenkomsten worden gehouden. Oorspronkelijk bood de kerkzaal plaats aan 1000 bezoekers.  Nadat de opstelling veranderde kunnen er nog 680 gelovigen plaatsnemen. Boven het altaar, in het tentdak, zit een lichtkoepel, die voor een bijzondere lichtval zorgt.

De kerk is nu in gebruik bij de fusieparochie De Vier Evangelisten. In 2008 kwam daar de Poolse Missie parochie van de Heilige Geest bij. Hun missen zijn in het Pools.