Gaan we wandelen in de polder of het bos?

Nederlanders hebben niet zoveel met het polderlandschap. Waarom werd duidelijk na een groepswandeling door het Nederlandse landschap in een notendop: van de bossen in het Gooi naar het moeras van het Naardermeer

Als we de weg oversteken is er opeens vergezicht. Twee uur hebben we door het bos gelopen, waar je hooguit honderd meter ver kon zien. Nu zijn daar uitgestrekte weilanden van de polder, doorsneden door een kaarsrecht asfaltweggetje met twee grote moderne boerderijen er langs. Het licht dat door de grauwe wolken valt, belicht dit alles niet bepaald opwindend. Voor het eerst tijdens onze wandeling zijn er duidelijke verschillen in waardering op te vangen. Het overgrote deel vindt dit saai en stoort zich aan het geluid van de provinciale weg of aan de hoogspanningslijn die er langs loopt. "Leuk …. voor koeien". Maar er is ook iemand die zegt: " Nu het bos ophoudt, wordt ik pas alert en ga ik echt kijken". Aan het einde van de dag blijkt dat de helft van de groep dit polderlandschap het laagste heeft gewaardeerd. Slechts twee mensen vonden dit het hoogtepunt van de dag.

Van hier tot Wladiwostok
Er is iets vreemds met de Lage Landen bij de zee, waar de mens al ruim tweeduizend jaar zijn voeten probeert droog te houden. Zijn voortdurende strijd met het water heeft binnen Europa unieke landschappen opgeleverd. Het vlakke land omgeven door dijken, getooid met mooie luchten, beschenen door bijzonder licht en door 17de eeuwse schilders op het netvlies van de wereld gebrand. Maar de Nederlander heeft weinig met die polder, het icoon van de Nederlandse identiteit in de wereld. De familie Doorsnee gaat liever wandelen in de lichtglooiende halfopen landschappen op het zand dan in de polders. Bosrijke gebieden die achter Weesp beginnen en zich duizenden kilometers uitstrekken tot aan Wladiwostok. Alle onderzoeken waarin mensen wordt gevraagd wat ze van het landschap vinden, laten zien dat de Flevopolders het minst en het bosrijke gebieden van Drenthe en de Friese Wouden het meest populair zijn. En de stedeling die de stad al vroeg ontvluchtte, trok vanaf de 19de eeuw vooral naar de bossen van het Gooi, de Utrechtse Heuvelrug en de binnenduinrand, de plekken waar het meest koopkrachtige deel der natie nog steeds bij voorkeur samenhokt. En waar de meeste vakantiehuisjes staan.

Ontoegankelijk maakt onbemind
Ondanks al deze feiten ben ik toch niet overtuigd. Is het niet gewoon dat ontoegankelijke gebieden, onbekend blijven en daarom onbemind zijn? Waarom wordt je in de polders rond Amsterdam zoals Waterland en langs het Gein, op een mooie zondag van je sokken gereden door een meute fietsers. Komen die daar alleen omdat de stad zo dichtbij is en het bos te ver of heeft dit polderlandschap juist hun voorkeur? Met deze vragen nodigde ik een groep mensen uit voor een wandeling. Familie, vrienden en buren. Van acht tot achtentachtig, afkomstig uit verschillende delen van Nederland en daarbuiten. We beginnen bij station Hilversum-Noord en eindigen vijf uur later bij station Naarden-Bussum. We zijn dan door het Nederlandse landschap in notendop gelopen. Alle landschapskenmerken die zoals bekend de waardering van landschappen bepalen zijn we gepasseerd, van zeer gevarieerd tot monotoon, van verrommeld tot ongerept, van oud naar jong, van droog naar zeiknat en van open tot gesloten. Achtereenvolgens beleefden we het landschap van natuurontwikkelingsproject Zanderij Crailoo, het Spanderswoud, de landgoederenzone bij ’s-Graveland, het open weidelandschap van de Hilversumse Meent, het nieuwe moeras en het oude moerasbos van het Naardermeer. Aan het einde heeft iedereen een vragenlijst ingevuld met veel open vragen.

Josti
Het hoogstgelegen punt is een uitkijktoren. Die staat in een gebied dat voor de meeste maar moeilijk te plaatsen is. Ik zou het gewoon rommelig willen noemen. Het is vooral een wirwar van hekken; op een open terrein liggen veel boomstronken, zandhopen en kuilen met water. De felgele gaspeldoorn ,net in bloei,fleurt het gebied nog een beetje op. Lager liggen er twee strak vormgegeven waterpartijen die worden doorsneden door strak gebogen wandelsteigers. Dat het gebied toch nog hoog wordt gewaardeerd heeft twee redenen. De eerste is een kleurig informatiepaneel. Net als in een museum wordt de mogelijkheid om het schilderij onbevangen tot je te laten komen, ontnomen door menselijke honger naar harde feiten op het minuscule bordje naast het schilderij. Velen van ons buigen zich over het paneel. Het rommelige geheel blijkt te moeten worden geïnterpreteerd als een wildviaduct en natuurontwikkelingsproject "Zanderij Crailo". De "schilders"zijn de landschapsarchitecten van Vista uit Amsterdam. Zij grijpen terug naar de vormentaal van de Gooise landgoederen. De tweede reden voor een hoge waardering rijdt op een driewieler en begint ongeremd met enkele van ons een gesprek. De puberjongens onder ons weten hem meteen te classificeren als Josti. Een benauwend hokje maar ook een geuzennaam. Dat laatste blijkt als ik de formulieren van onze pubers doorblader. Alle drie geven ze aan dat dit het opwindendste deel van een verder dooisaaie tocht is geweest. Dat de pretparkfactor belangrijk is in de waardering van landschappen zal ook later nog blijken.

Verdwaalbos
Het Spanderswoud kent menig Amsterdammmer van de jaarlijkse herfstzondagmiddag-paddenstoelen-wandeling. De veelheid aan vormen van de bomen in het woud wordt fascinerend genoemd. Ook de herinnering aan de geur van het bos wordt geroemd. Die valt vandaag trouwens wat tegen. Maar naast een harde kern van bosliefhebbers loopt ook een vrij grote groep boshaters. Die laatste vindt de bomen saai en storen zich eraan dat deze het uitzicht belemmeren. Maar ook jeugdtrauma’s spelen een rol. Ron vertelt: "Hier moest ik op zondagmiddagen altijd met mijn ouders wandelen. We verdwaalden altijd en konden de auto pas na lange tijd terugvinden". En of de duvel er mee speelt, ook hier, op een plek waar rechte wegen toch een beetje blijken te buigen en de stalen paddenstoelen te weinig houvast bieden, raken wij het spoor bijster. Een klimpartij over een hek brengt ons weer op het juiste spoor. We komen in het 18de eeuwse landschap van de Engelse landschapstuin. Het ontwerp van deze tuinen, aangelegd rond de buitens van Amsterdamse kooplieden bij ’s Graveland, heeft alles wat mensen lijken te begeren: afwisseling, geborgenheid, vergezichten, imposante oude bomen, fraai gerestaureerde historische gebouwen en niervormige waterpartijen. Ik had verwacht dat juist dit gebied veruit het hoogst zou scoren. Maar in de enquête blijkt het niemands favoriet te zijn en ook het rapportcijfer is gewoonweg gemiddeld. De onduidelijkheid over de route heeft waarschijnlijk avontuur doen omslaan in onzekerheid en dat is dan niet goed voor de waardering van landschappen, denk ik.

Modderwater
Onder luid gejuich belandt een dame in een bruinzwarte plas naast de loopplank. De modderige bodem zuigt aan haar wandelschoenen. Het water staat hier hoog. Onze jongste wandelgenoot, Luka, die al de hele tocht elk plasje heeft bezocht, heeft dit modderwater al een tijdje in zijn laarzen staan. Dit laatste deel van de wandeling voert over het laarzenpad door de rand van het oudste natuurmonument van Nederland, het Naardermeer. Iedereen is enthousiast. "Ik wist niet dat dit zo dicht bij Amsterdam mogelijk is" zegt Harret. Dat je op deze manier door de polders kunt wandelen is sowieso bijzonder. Meestal gaat de wandeling immers over het asfalt. Het nieuw aangelegde moeras dat het oude Naardermeer beschermt tegen invloeden van buiten, is niet alleen avontuurlijk, maar toch ook heel gevarieerd. Er zijn stukken met nieuw aangelegde waterpartijen en rietvelden, oude weilanden en dijkjes en een mooie essenlaan. Maar ook overstapjes, loopplanken en de nieuwe halfwilde koeien met het rode lange haar.
Votre points
Als we moe en voldaan de balans op maken dan blijkt het avontuurlijke stuk door het Naardermeer de absolute favoriet. Bijna de helft van de groep vond dit het mooiste stuk van een afwisselende wandeling. Zoals eerder vermeld ging de meeste afkeuring naar het saaie stuk polder. Polderlandschappen worden dus heel verschillend beoordeeld. Als ze gevarieerd en natuurlijk zijn en de mogelijkheden voor avontuur bieden, kunnen ze de concurrentie aan met het bos. Eigenschappen die de lage waardering bepalen zijn het gebrek aan afwisseling en de aanwezigheid van storende elementen zoals verkeer(sgeluid), hoge bouwsels en asfalt. Het Deltaplan Landschap van Stichting Nederlands Cultuurlandschap lijkt bij uitstek geschikt om onze historisch waardevolle polderlandschappen aantrekkelijk te maken voor de Nederlander. Dat mooie landschappen maakbaar zijn bewijst het positieve oordeel over de twee nieuwe natuurlandschappen langs onze tocht.

Tags: 

Wandelroute & achtergrondinformatie Polder of Bos?

Naar de polder of naar het bos? weergeven op een grotere kaart

Algemeen
Wandeling door de bossen van het Gooi, de landgoederen bij ’s Graveland, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en het Naardermeer.

Wandelroute
Ongemarkeerde wandeling van 14 kilometer van station Hilversum-Noord naar station Naarden-Bussum over voornamelijk onverharde paden. Het laarzenpad langs het Naardermeer kan zeer nat zijn. Op dit deel van de route zijn honden niet toegestaan. Download routebeschrijving aan onderkant van deze pagina.

Bereikbaarheid
De route is goed bereikbaar met de trein (zie www.ov9292.nl ).

Horeca
Alleen aan begin en het einde van de route.

Meer informatie
Natuurbrug Crailo
Schaap & Brugh
Buitenplaatsen van 's Graveland
Naardermeer