Projectontwikkelaars, schaatsers en skaters

In 1106 sloot de aartsbisschop van Bremen een overeenkomst met vier Utrechtenaren voor de ontginning van het laagveenmoeras bij zijn stad. Het landschap van de "Hollandse" polders Blockland, Hollerland,  en Sankt Jürgensland vertoont een treffende gelijkenis met het veenweidegebied waar zij vandaan kwamen. Wij liepen van Bremen naar het dorp Worpswede over dijken langs veen- en getijdenriviertjes. De gelijkenis met Randstad en het Groene Hart levert een feest van herkenning op: sloten, langgerekte kavels, zijdwenden, sluizen, gemalen, terpen, wielen en veel fietsers en skaters. En ook hier rukt de stad op.

Meer foto's

Aan de voorzijde van Hauptbahnhof Bremen ligt de oude Hanzestad. Wij kiezen voor de achteruitgang, de ingang van het Bürgerpark. Dit stuk land kregen de burgers van de stad rond 1300 cadeau van de bisschop en deed dienst als gemeenschappelijke Bürgerweide. In de 19de eeuw werd het een stadspark. Achter dit park ligt ons doel, de "Hollandse polders".
Bij de ingang van het park staat een gemetselde olifant in het gras: het Duitse koloniale gedenkteken van Fritz Behn, onthuld in 1931. Op het bordje lezen we dat havenstad Bremen in fascistisch Duitsland de "Stadt der Koloniën" wilde worden. Van deze episode in haar geschiedenis heeft de stad zich trachten te distantiëren door de president van Namibië een plaquette te laten onthullen waarop de stad haar verontschuldigingen aanbiedt voor de slachtoffers van het  Duitse kolonialisme.
Prachtig wijds is het polderland als we na een uur het dichtbeboste park uitlopen. Tot de 12de eeuw lag hier een moeras dat dagelijks overstroomd werd door de getijdenrivier de Wümme. De Hollanders ontgonnen het moeras op dezelfde manier als het gebied waar ze vandaan kwamen; smalle stroken land, gescheiden door ontwateringsloten haaks op riviertjes. We lopen langs het veenriviertje de Kleine Wümme. Ooit lagen hier meer dan dertig boerderijen op terpen. Vijf zijn er nog terug te vinden (kijkpunt 4). Een rij volkstuintjes slingert nu langs het water. Koninkrijkjes aan de rafelrand van de stad, vol bloemen, molentjes, waterputjes en stenen kabouters.  Angst voor de leegte van de polder lijken de eigenaars niet te hebben. Vanuit hun houten huisjes kijken ze uit op rechte sloten die reiken tot aan de horizon.
Het weer is onverwacht goed. De hele dag delen we het asfalt met fietsers en skaters uit de stad. Niet alleen is hier ooit een moeras getemd, recentelijk ook de auto. Alleen bestemmingsverkeer is toegestaan. Het zorgt er voor dat het heel wat prettiger wandelen is dan bij ons in het Groene Hart. Een boer vertelt ons dat de Bremenaar de fiets en skate 's winters verruilt voor de schaats. Bremen ligt nu verborgen achter bomen en een vuilnisberg. Een reusachtige "minaret", waarin onderzoekers valproeven uitvoeren, laat steeds zien waar de stad is gebleven.

Getij
Bij Dammsiel stroomt de Kleine Wümme via een sluis in zijn grote broer, de Grote Wümme. We vervolgen onze weg langs de hoge dijk die springvloed moet kunnen weerstaan. Kijkpunt 5.  De Grote Wümme is een zoetwater getijdenrivier, zoals de Hollandse IJssel. Alleen het verschil tussen eb en vloed is veel groter, namelijk twee en een halve meter. Kanovaarders laten zich meevoeren door het snel stromende water. Af en toe steken ze de peddel in de Wümme om een rietveld, wilgenvloedbosje of een dotterbloemenveld te ontwijken. Het gehele buitendijkse gebied met brede meanders is een beschermd natuurgebied. Zo zou onze Hollandse IJssel eruit hebben kunnen uitzien. Maar bij ons zijn de uiterwaarden reeds tientallen jaren opgehoogd en als industrieterrein of woonwijk in gebruik. De ranzige damp van de rivier vermengt zich met de aangename geur van mest.

Boerderijverplaatsing
In de vakwerkboerderijen loeien nog steeds koeien. Bemiddelde stedelingen op zoek naar rust hebben er nog nauwelijks kans gekregen. In tegenstelling tot het Groene Hart heeft hier slechts een enkeling een boerderij weten te bemachtigen. Om te getuigen van een rotsvast geloof in de Heer schreven boeren ooit hun gevels vol religieuze teksten. "Ich und mein Haus ehren den Herrn" was de kortste belijdenis die we lazen.
Deze boerderijen langs de hoge Wümmedijk zijn veel later gebouwd dan die langs de Kleine Wümme. Deze dijk is pas tweehonderd jaar na de Hollandse ontginning aangelegd. Weer veel later, pas in 1600, zijn hier boerderijen verschenen. In de periode daarvoor zijn de meeste boerderijen langs de Kleine Wümme verlaten als gevolg van pestepidemieën en de economische crisis in de Late Middeleeuwen. Een deel van het land lag braak. De overgebleven boeren verplaatsten hun boerderij naar de meest bedreigde dijk, die langs de Grote Wümme. Het gemeenschappelijk onderhoud van de dijken kwam immers op minder schouders terecht.
Loodrecht op de dijk langs de Grote Wümme lopen enkele paden die ooit dwarsdijken waren. Deze ‘Sietwenjes’, of zoals we in Nederland zeggen zijdwendes, zijn kenmerkend voor de Hollandse ontginningen. Een zijdwende moest voorkomen dat water van de stroomopwaarts gelegen polder de stroomafwaarts gelegen polder onder water zette. Deze waterstaatkundige grens vinden we nog terug langs de dijk in de namen van  nederzettingen: bij de Sietwenje staan de straatnaambordjes Niederblockland en Oberblockland naast elkaar. Het lukt ons niet om via deze zijdwende terug te keren naar Bremen. Vroeger waren deze dwarsdijken gemeenschappelijk land en openbaar toegankelijk. Nu staan er vakantiehuisjes met bordjes met "verboden toegang" en "wacht u voor de hond". Dus verder over de slingerdijk langs de Grote Wümme. Boeren bieden langs de weg bloedworst te koop aan. Rechts ligt een hoog opgetaste brandstapel, klaar om op Paasavond te branden. In de verte staat nog steeds de universiteitstoren. De volgende polder heet Hollerland. Ook ontgonnen, zoals de naam al aangeeft, door Hollanders. Het is een natuurreservaat met weidevogels en planten zoals krabbescheer. Maar Bremen rukt op. Achter het bordje "Natuurreservaat" bouwt men aan een landhuis.

Gemaal
De volgende ochtend lopen we aan de andere kant van de grote Wumme over een grasdijk. Kijkpunt 8. Deze Truper- en Höftdeich beschermen de derde Hollandse polder, Sankt Jürgensland. Hier geen boerderijen. Die liggen twee kilometer van de rivier af op een lage zandrug in het veen, waar we later komen. De boeren zijn in deze polder in tegenstelling tot de polder Blockland niet naar de rivierdijk verhuist. Het is bekend dat in deze polder rond 1500 nauwelijks boerderijen zijn verlaten. Dat deze landerijen in het bezit waren van het Ciscestiëncerklooster in Liliënthal schijnt daarbij een rol te hebben gespeeld (Kijkpunt 10). Borden in de wei manen hondenbezitters tot aanlijnen: gevaar voor hondsdolheid. We komen bij een grote gemaal uit 1883. In de tijd van de Hollandse kolonisten was bemaling nog niet nodig. Het land lag toen een paar meter hoger dan nu. Bij eb zette men de sluisjes in de dijk open en het water stroomde uit de polder. Als het rivierwater steeg gingen ze weer dicht. Door de ontwatering klonk de zachte veenbodem echter geleidelijk in en kwam steeds lager te liggen. Na enkele eeuwen was de bodem zo ver gedaald dat bemaling noodzakelijk werd. De eerste vermelding van een watermolen in dit gebied stamt uit 1469, iets later dan in Nederland.
Even verderop, bij een voetgangerspontje, verlaten we de slingerdijk langs de Wümme voor een rechte weg noordwaarts door de veenpolder. Na een paar kilometer passeren we de rij boerderijen op de zandrug van waaruit Sankt Jürgensland is ontgonnen. Kijkpunt 13. We steken door de weilanden en komen in veel minder open landschap. Ruige weiden worden omzoomd door berken. Een buizerd vliegt op uit het veld. Reeën hollen voor ons uit. Even verderop moet aan schrikdraad geknoopt plastic kalveren behoeden voor een stroomstoot. We hebben het laagveengebied verlaten en lopen nu door een hoogveengebied dat pas in de 18de eeuw ontgonnen is. Hoogveen was minder goed toegankelijk en veel minder vruchtbaar. Het is daarom pas veel later ontgonnen. Dit gebeurde op initiatief van het land Hannover. Niet om turf te steken zoals in de vergelijkbare Drents-Groningse veenkoloniën, maar voor de verbetering van de landbouwgrond. De karakteristieke turfvaarten in de Nederlandse veenkoloniën, bedoeld voor de afvoer van turf, ontbreken hier dan ook. De landerijen zien er hobbelig (14). In de slootranden is te zien dat de dikte van het restveen varieert. De percelen zijn  minder lang gerekt dan in het laagveen van de "Hollandse polders". Bovendien zijn ze 3 tot 4 keer zo klein. In zeshonderd jaar verbeterde de landbouwtechniek dusdanig dat een boerengezin met veel minder land kon rondkomen. Tot de komst van de kunstmest heerste er echter grote armoe.

Bohémiens
De omgeving van Bremen is niet alleen een paradijs voor vlakwandelaars. In de buurt van ons einddoel, Worpswede, moeten we omhoog (kijkpunt 15). Op de top van de stuwwal staat een monumentje ter nagedachtenis aan Jürgen Christian Findorff, "der father der moorbauer" (16). Het omringende hoogveen werd onder leiding van deze Moorkommissar drooggelegd en ontgonnen. Er volgt een steile afdaling naar Worpswede. Het hoort bij Bremen zoals Laren bij Amsterdam: eind vorige eeuw vonden bohémiens en kunstenaars uit de stad hier de natuur terug.
Bij het gemeentehuis lezen we dat enige minuten na aanvang van de raadsvergadering de bombardementen op Joegoslavië begonnen. De fractievoorzitter van de CDU verliet daarop de zaal om contact te zoeken met zijn in Macedonië gelegerde zoon. De andere raadsleden toonden begrip. De bus brengt ons van hier rechtstreeks terug naar het station in Bremen.

Kijkpunten
Cijfers tussen haakjes in de tekst verwijzen naar nummers op routekaarten, die bij info zijn te downloaden

4 Sluisje bij de Clutswettern
Onderstaande kaart laat zien dat deze wetering een oorspronkelijk landschapselement uit de Hollandse ontginning is. In Nederland is deze ontginningswijze nog goed bewaard in de polders Geverskop en Kockengen tussen Woerden en Breukelen. De eerste ontginning langs de Wummes bestond uit kleine poldertjes langs de Kleine Wumme. De grote Wumme kon nog een groot deel van de latere Polder Blockland overstromen. De dijk lag halverwege Kleine en Grote Wumme (op kaart Mittelweg). Elk poldertje kende afwateringssloten loodrecht op de Wumme. De weteringen liepen in de richting van de terreinhelling, bijna parallel aan de Kleine Wumme In de ontgingsperiode vond de afwatering op de Kleine Wumme plaats bij laag water door een soort sluisje zoals hier nog te zien valt.
 

5 Alte Wettern
Bovenstaand kaartje laat zien dat de Alte Wettern ligt op de plek van de oude achterdijk van 11de eeuwse Hollandse ontginning. Het gebied ten noorden (links vanaf het kijkpunt) van de dijk werd overstroomd door de Wumme todat de Hoge Wummedijk werd aangelegd.

8 Fietsbrug over de Wumme
Deze voormalige spoorbrug over de Wumme is nu bestemd voor fietsers. Er is sprake om hier een nieuwe autoweg van te maken. Op de brug is het getij op de Wumme goed te zien.

10 Beekverlegging van Ciscestiencers van Kloster Lilienthal
 
13 Wuhrden: oude Hollandse boerderijen op rivierduin
De boederijen liggen op een langerekte rug die enkele meters hoger ligt dan de omgeving. Het is een rivierduin die in de ijstijden is ontstaan. De riviervlakte van de Weser was enkele kilometers breed en spaarzaam begroeid. De westelijke winden bliezen fijne zanddeeltjes opeen in grote duinen. In de moerassen die later ontstonden bleef het rivierduin een hoogte die zich goed leende als vestigingsplaats.

15 Weyerberg: stuwwal
Deze heuvel is een stuwwal uit een van de ijstijden.