Hemels wandelen op het Dantepad

Hoog in de Apennijnen tussen Ravenna en Florence raken we op het Dantepad in de ban van De Goddelijke Komedie, het epos van Dante Alighieri die bijna 700 jaar geleden stierf in Ravenna. Net als de Italiaanse scholieren huiveren we van opwinding bij het lezen van zijn tocht door de hel. En verbazen ons over de spiritualiteit van de mensen die we tegen het lijf lopen.

Think I am in heaven, but I am living in hell”, zingt Bob Marley en wij zingen en huppelen mee op de reggaebeat, de kilo’s op de rug voelen we niet meer. Praten over de hel doen we ook, heel veel zelfs. Dat heb je als je het Dantepad volgt. En sorry, het moet gezegd, we vinden het wel wat hebben die hel. Hoezo, horen we u zeggen. Nou, omdat de grootste schurken op deze aarde daar toch nog te grazen worden genomen. Oké, we weten ook wel dat het hellevuur niet bestaat en dat is maar goed ook. Maar het lucht op om even te fantaseren hoe Berlusconi – we zijn per slot van rekening in Italië – in Dantes hel zou worden ontvangen. We zien hem in een Romeinse arena onder een regen van vuur, een redelijk milde straf. De ergste kwelling is de kou. Diep in de hel wappert Lucifer met zijn vleugels een kille wind aan die alles doet bevriezen. Daar ontmoet Dante naast verraders zoals Kaïn, Brutus en Judas, ook een paar van zijn politieke tegenstanders uit Florence. Allemaal vastgevroren in het ijs.

Basta

Het Dantepad verbindt Dante Alighieri’s geboortestad Florence (1265) met Ravenna, de stad waar hij in 1321 stierf. Zijn veertiende-eeuwse klassieker, La Divina Commedia oftewel De Goddelijke Komedie, geldt als een van de beginpunten van de Renaissance. En zoals vaker met klassiekers: die ken je, maar je bent er nooit aan toe gekomen om hem zelf te lezen. De openingszin, ja die kennen we ook, maar veel meer ook niet: “Op het midden van onze levensweg bevond ik me in een donker woud, omdat ik van de rechte weg was afgedwaald.

Voor de Italianen die we ontmoeten is het volkomen anders. Voor hen was de Commedia verplichte kost op de middelbare school. Giordano, de voorzitter van de club die de Cammino di Dante ontwikkelde, weet nog goed het gevoel van toen terug te halen. “Basta!”, zegt ie terwijl hij zijn vuist balt en met zijn andere hand op zijn biceps slaat. “Op school had ik het helemaal gehad met Dante.” Nu kijkt hij anders naar de dichter. “Hij was de eerste die in de taal van het gewone volk ging schrijven. Geen Latijn, maar Italiaans. Dat was toen heel bijzonder.”

De Goddelijke Komedie beschrijft de avonturen van Dante op zijn tocht door de Hel, over de Louteringsberg (Vagevuur) en het Paradijs. De door hem bewonderde Romeinse dichter Vergilius en zijn jeugdliefde Beatrice begeleiden hem op zijn barre tocht langs de hoogmoedigen, de hebzuchtigen en al die andere verdoemden.

Krokodil

Onze eerste gids op het Dantepad heet Fabio. Hij werkt ’s nachts in een broodfabriek – dat sponzige brood eet ik zelf niet – en wandelt overdag. Hij heeft alle 360 kilometer van de Cammino afgelegd. “Maar toch kom ik niet in de hemel”, grinnikt hij. Wij vermoeden dat Fabio, voordat hij tot het paradijs wordt toegelaten, eerst een tijd op het zevende terras van de Louteringsberg moet doorbrengen, de plek van de wellustigen. Op het Dantepad hield hij samen met een vriend een ranglijst bij van de mooiste vrouwen. “Mijn Beatrice staat in een bar in Brisighella”, zegt hij zonder een spoortje van twijfel. We lopen met hem over een lange kam. Het pad heeft zich ingevreten in de grijsbruine zandsteen- en schalieafzettingen. De laagjes zijn zo dun als spekkoek. Dan dalen we af in het koele duister van een loofbos. Dat moet het donkere woud zijn waar Dante hulpeloos rondzwierf, fantaseren we. Anders dan hij hoeven we niet op onze hoede te zijn voor panters of leeuwen. Slechts een geknakte kastanje neemt in dit bos de gedaante aan van een eng monster. Groen bemost ligt hij roerloos als een krokodil te wachten op een prooi.

Goddelijk gezang

En dan op een heuvel, verheven boven het bos, staat een klooster met een gedrongen klokkentoren, de deuren wijd open. Het is alsof men ons verwacht. De bewoners, drie nonnen in getal, hebben met overheerlijke chocolademousse een priester uit het dal naar boven gelokt om de mis te lezen. Vriendelijk worden we aan de dis genood en als we willen kunnen we natuurlijk ook de mis bijwonen.

Helemaal alleen zitten we op de kerkbankjes te luisteren naar hun goddelijke gezang. Het klinkt prachtig, vol passie en zonder valse noot. Het afgelegen klooster, Ermito di Gamogna, is voor de vrouwen bijna net zo nieuw als voor ons. Ze zitten er pas een week. Overgeplaatst vanuit kloosters uit drie verschillende Europese steden naar een afgelegen plek op anderhalf uur lopen van een weg.

Dat horen we niet tijdens de overheerlijke lunch, daar mag niet gesproken worden, maar na de afwas als we samen koffie drinken in de kloostertuin. De komende jaren moeten de voormalige apotheekster, de ex-verpleegster en de architecte in ruste het met elkaar zien te rooien, zonder dat ze elkaar ooit eerder hebben ontmoet. “Door God geroepen”, zeggen ze met een glimlach. Mocht er een paradijs zijn dan zullen de engelen hen daar zeker een plaatsje geven naast pater Daniele Badiali. Begin negentiger jaren restaureerde hij samen met vrijwilligers het tot puin vervallen Romaanse klooster uit 1053.

Moeder Teresa

Dat deed hij ook met nog zo’n eenzaam gebouw een paar bergen verderop. Lucca, vandaag onze gids, heeft jaren in afzondering in dit klooster van Trebbana gewoond, na een zondig leven in de stad. “Moeder Teresa heeft mijn ogen geopend met haar spreuk: ‘als je alles hebt in het leven, heb je het leven verloren.’” Nu snijdt hij heiligenbeelden en bijbels uit hout. Niet iemand die direct naar de hemel kan, maar hij zal eerst voor een korte tijd op de Louteringsberg moet vertoeven, zegt hij. Wat er met hem in het hiernamaals zal gebeuren weet Lucca niet. Maar over het lot van Salvini, partijleider van de Lega heeft hij wel een duidelijk beeld: “Die komt op een overvolle boot terecht. Nergens mag hij aanmeren. Eeuwig op zee, een gepaste straf voor iemand die zo wreed omgaat met bootvluchtelingen.”

Verbannen

Vanaf de zeshoekige bakstenen Torre di Oriolo heb je een prachtig uitzicht over de bergen en de Povlakte. In het oosten zien we de flats van Ravenna, aan de andere kant de bossen van de Apennijnen zover het oog reikt. Aan onze voeten golven de wijn- en olijfgaarden als een deken over de heuvels. “Deze toren bewaakte de oostelijke grens van de stadstaat Florence tegen de machthebbers van Ravenna. Daar in het noorden en zuiden zie je nog meer van die torens,” wijst de wijnboer die de toren voor ons heeft geopend. “Florence was in Dante’s tijd voortdurend in oorlog met omliggende steden.” Dante vocht zelf nog tegen Arrezzo. Later werd hij diplomaat voor de stad. In 1303 was hij op missie bij paus Bonefatius VIII om te voorkomen dat de Franse koning Karel zijn stad zou binnenvallen. In Rome kreeg hij tot zijn verbazing te horen dat hij was verbannen uit Florence. De reden bleef voor altijd onbekend. Hij zou nooit meer terugkeren naar zijn geliefde geboortestad. Na lange omzwervingen belandde hij in Ravenna waar hij op zesenvijftigjarige leeftijd stierf, nu bijna 700 jaar geleden.

Wonderschone mozaïeken

Op de reis door het hiernamaals treft de schrijver heel wat figuren die hij in zijn leven verachtte. Ook hoort hij dat de aanstichter van zijn verbanning, paus Bonefatius, elk moment in de hel wordt verwacht. We fantaseren dat hij er dan net zo bij zal staan als Paus Nicolaas III: omgekeerd in een gat met voeten wapperend in de vlammen.  

Overal in Ravenna, de stad met de wonderschone mozaïeken, kijkt de schrijver van de Goddelijke Komedie ons vriendelijk aan. De organisatoren van de tentoonstelling Dante plus 2019 zullen wel gedacht hebben dat ze met een aardige Dante op het affiche meer bezoekers trekken. De meeste kunstenaars beelden hun geliefkoosd object minder aaibaar uit. We zien hem met een virtual reality bril en zelfs als een buitenaards wezen. Buiten rijdt een ijdele Dante met koptelefoon op een racefiets. Ze zijn bezig met opnames voor een videoclip waar de verstokte Dante-liefhebber van zal walgen. Die gaan liever naar de monumentale kapel waar de eminente dichter, geleerde en politicus in een robuuste sarcofaag ligt. DANTIS POETAE VLCRVM staat er boven de deur geschreven.

Het verhaal wil dat de sarcofaag een paar eeuwen leeg is geweest. Monniken hadden uit voorzorg de beenderen weggehaald toen het machtige Florence met hulp van de paus het geraamte opeiste. Ravenna zal Dantes resten nooit teruggeven aan de stad die hem ooit in de ban deed. Inmiddels lijken de Florentijnen zich daarbij neer te leggen. De delegatie uit Florence is alleen op zijn sterfdag welkom. Dan brengen ze een kruik olijfolie om de lamp in de kapel weer een jaar te laten branden. Het graf in de Florentijnse Santa Crocebasiliek, veel indrukwekkender dan de tombe in Ravenna, blijft leeg.

Wandelwijzer

In Italië is het Dantejaar gestart dat de 700ste sterfdag van Dante Alighieri (14 september 1321) herdenkt. Meer informatie op www.dante2021.it

De 360 km lange Cammino di Dante voert van Ravenna naar Florence en weer terug. Op www.camminodante.com staat een overzicht van de 21 etappes. De app voor Android en iOS, te koop voor € 9,99, is vooral handig voor de routekaartjes en positiebepaling en voor wandelaars die Italiaans kunnen lezen.

De spiritualiteit van de Apennijnen tussen Ravenna en Florence valt ook af te lezen aan het dichte netwerk aan goed bewegwijzerde pelgrimsroutes, die elkaar soms overlappen. Op sommige punten wemelt het van de routeaanduidingen. Dit netwerk maakt het mogelijk om ook kortere ronden te wandelen. Wij liepen ook stukken van: