De verdwenen dijken van de Dollard zijn niet weg

Eindeloos land onder een enorme hemel. De leegte van de Dollardpolders wekt de indruk van een ongerept cultuurlandschap. Hier heroverden mensen ooit polder na polder op de zee. Toch zijn de sporen van dit verhaal moeilijk terug te vinden. Ze werden zeer rigoureus uitgegomd om de landbouw voldoende ontplooiingsmogelijkheden te bieden. Wat rest zijn restanten van de dijken van de opeenvolgende inpolderingen. Onze wandeltocht snijdt dwars door de ontginningsgeschiedenis van de massieve zeedijk landinwaarts. De oudste dijken zijn met moeite terug te vinden.

De Punt van Reide is niet alleen een uithoek van Nederland maar ook  een breekpunt in de geschiedenis van Oost Groningen. Uithoek is tegenwoordig een relatief begrip. De treintaxi uit Delfzijl zet ons af op de Eemsdijk bij batterij Fiemel. We lopen de hoge dijk af in oostelijke richting. De Punt van Reide scheidt het water van Eems aan onze linkerhand van de Dollard aan de rechter. De Dollard is in de 13 en 14de eeuw ontstaan door overstroming van de Eems. Het oude land was bewoond. Hele dorpen verdwenen toen in het water. Restanten van dit oude land liggen rond Fiemel en op de Punt zelf. Het gebruik van de grond maakt het mogelijk om jongere Dollardpolders van het oude land te onderscheiden. Het oude land is hier vooral grasland. De jonge polders die vanaf 1545 tot 1924 op de Dollard zijn heroverd zijn in  gebruik als akkerland. De Punt is niet alleen de overgang van Eems naar Dollard (1300) en van oud naar nieuw land (1600-1900), maar ook van de sterke opleving van het natuurbesef in de vorige eeuw. Binnendijks van de Punt, aan onze rechterhand,  ligt een rechthoekig meer in een kleine polder ingeklemd door hoge zeedijken. Het is een moeilijk te duiden restant van het geplande Dollardkanaal. Enkele jaren geleden was het eenvoudiger om deze waterplas te duiden. Toen lag  hier in de Eemsdijk een groot sluizencomplex, dat toegang moest geven aan zeeschepen die door een nieuwe polder naar Nieuwerschans en Winschoten zouden varen. Dit project verbond de belangen van boeren (nieuw land) met die van de communistische bestuurders van Oost-Groningen (industriële werkgelegenheid). Acties van de Vereniging tot Behoud van de Waddenzee hebben uitvoering van de plannen voor verdere inpoldering en aanleg van het Dollardkanaal op het allerlaatste moment stopgezet. 

Coupure

We hebben gekozen om de gure noordoostenwind in de rug te houden. De vrieshemel boven de zeedijk vergoot het ruimtegevoel. In de jongste polder rechts van ons staan de trouwste medewerkers van Rijkswaterstaat; de Schotse Hooglanders zijn winterhard. Het wad is in het ijs gepakt. We zakken er soms doorheen maar de intrigerende ijsfiguren en luchtbellen maakt dat we blijven wadlopen zonder de zwarte voeten te krijgen die je normaal vlak onder de dijk oploopt. We wippen de dijk op om een blik te werpen in de Johannes Kerkenhovenpolder uit 1878. Niet een ingedijkte kwelder zoals alle andere polders die we verder nog zullen zien, maar ingedijkt rauw slik. Men kon blijkbaar het geduld niet opbrengen totdat de zeestromen aangemoedigd door noeste  kwelderwerken de zeebodem zo ver hadden opgehoogd dat het buitendijkse land begroeide. Ook nu is de begroeiing nog beperkt: bij elke opgang naar het land twee bomen. We verlaten de Dollard op de plek waar de Carel Coenraadpolder uit 1924 zich hecht aan de Kerkenhoven. We lopen over de dijk die beide polders scheidt en doorsneden wordt door een kloof waar en weg doorloopt: een zogenoemde coupure. In noodgevallen kan het gat gesloten worden met balken. Waar de dijk zich splitst komen de schapen ons tegemoet. Deze dijk is in 1862 gereedgekomen en beschermde de Reiderwolderpolder. Op de dijk staat een lange rij populieren. Regelmatig moeten we een hek zonder overstap zien over te komen. Je kunt je nauwelijks voorstellen dat al dit prikkeldraad voor schapen is bedoeld. Het lijkt wel of men wandelaars wil weren. We komen er steeds zonder kleerscheuren overheen. Na  de volgende coupure komen we bij de Olde Geut, een oude kreek.

Rookpluim

Het is een van de weinige onregelmatige vormen in dit strak verkaveld land. De kreek volgde de hartlijn van de westelijke Dollardinham. De inbraak van de Eems vormde twee inhammen gescheiden door het hoger gelegen schiereiland van Winschoten dat door het ijs is opgestuwd. Het zeewater reikte nog vijftien kilometer verder richting Scheemda en Noordbroek. De Geut is ons spoor opzoek naar de drooglegging. Vanaf hier doorsneed dit water nog zes dijken. We zakken de dijk af  en lopen langs de rand van de sloot. Op de topografische kaart hebben we zorgvuldig de noordzijde uitgekozen om niet verrast te worden door onneembare zijsloten. De bevroren grond maakt dat we er goed kunnen lopen. Bij de eerste zijweg wacht ons de eerste verrassing. De Geut is geheel verdwenen. Hij is zelfs voor een geoefend oog niet meer te ontwaren. Een knap staaltje egaliseren! We vervolgen over het asfalt, maar slaan bij een verlaten boerderij weer de velden in en lopen weer langs de Geut. De volgende boerderij ligt op de dijk van 1819. Verder is er weinig meer van te zien. Aan de andere kant van de Geut is het een diepe wetering geworden. De leegte wordt versterkt door de industrie bij Delfzijl aan de rechterhorizon en voor ons een witte rookpluim die door  harde noordenwind is uitgerekt. Het volgende stuk loopt langs een bewoond huis dus kiezen we voor een stuk weg. Dit stuk Dollard is land gebleven, het voormalige eiland Munnikeveen. Daar is niet veel meer van terug te vinden, ook niet in de verkaveling. De boerderijen liggen er uitgestorven bij, het land is in rust. Waar de weg de Geut weer raakt ligt volgens onze kaart het Oude Zijl, wat wijst op een uitwateringssluis in een dijk. Deze stamt uit 1796 en beschermde de Oosterwolderpolder  tegen de zee. De naar links buigende weg ligt er op. Ook in de landerijen zijn nog wel bobbels te zien, maar veel van de dijk is verdwenen. De Geut leidt ons in een paar bochten naar de grasdrogerij die de rookpluim uitstoot. Een kort bezoek leert ons dat hier meer veevoeder wordt gedroogd. Ook de kleine drolletjes die we aan allerhande huisdieren voeren, komen hier vandaan. We kunnen mooi opwarmen want we zijn wel koud geworden. Vanaf hier is de Geut een rechte sloot. Aan het einde van het perceel komen we ook de eerste barrière tegen. We moeten de zijsloot een eind volgen om het te kunnen oversteken. Halverwege het volgende perceel moeten we echt op zoek naar de dijk van 1701. Het is dat we het weten want anders hadden we het lichte hoogteverschil niet meer gezien. Ook de boerderij ten noorden van ons ligt duidelijk op een restant van de dijk. Het is hier echt rustig en de blik oneindig.

Doorbraakkolken

Verderop knabbelt een kudde reeën aan de sprieten van de braakliggende akker. Bij de weg gaat de Geut niet verder meer. Op de kaart van 1865 loopt ie nog twee kilometer verder. Een aanwijzing dat hier sindsdien veel is veranderd al lijkt het oneindige landschap eeuwige stilstand te suggereren. Dezelfde kaart laat een langgerekte opstrekkende verkaveling zien die alleen nog maar terug te vinden is in de lange wegen en het vrijwel ontbreken van boerderijen. Het gras op de oude kaart blijkt verdwenen. Eind 19de eeuw heeft de veepest het gras doen verdwijnen.  De introductie van het graan was de opmaat voor de "graanrepubliek" in de Oldambt. We lopen de weg af richting Midwolda, dat op de oever van het schiereiland van Winschoten ligt. Aan onze rechterhand passeren we een klein bosje met een kolk. Deze kolk ontstond bij een doorbraak van de dijk uit 1665. Ook bij de boerderij verderop ligt nog zo'n doorbraakkolk. Van een dijk is niets meer te zien. Even verderop slaan we een pad in dat globaal de oudste gesloten dijk van de Dollard uit 1545 volgt. We komen langs drie doorbraakkolken. Aan het eind van het pad ligt een echte verrassing, niet aangekondigd door een informatiebord, het oude kerkhof van Midwolda. Hier lag het Middeleeuwse dorp dat bedreigd werd door de zee. Men heeft het hele dorp een kilometer verplaatst. Uit het feit dat het kerkhof er nog ligt valt af te leiden dat de zee hier bedeesd aan het land knaagde. Het water was lastig maar niet levensbedreigend.

 

We lopen naar het huidige Midwolda en komen uit bij de Ennemaborg. Als we het landgoed oplopen zijn de runderen en paarden niet van de lucht. Ze staan tussen berijpte struiken. Zij zijn een voorbode van de nieuwste landschapsgeschiedenis van de Dollard. Op dit landgoed vonden in Nederland de eerste experimenten met jaarrond begrazing in het natuurbeheer plaats. Grazers zoals Schotse Hooglanders en Konikspaarden vreten jonge boompjes en houden het landschap open. Nu de graanboeren in Oost-Groningen het niet meer redden op de wereldmarkt, dreigen de Dollardpolders dicht te groeien. En daarmee zouden ook de laatste sporen van de oude Dollardlandschap verdwijnen.