Nederlandse droogmakerijen

Een droogmakerij is een bemalen gebied dat voor de bemaling een meer  of een afgesloten zeearm was. Veruit de meeste droogmakerijen in Europa liggen binnen Nederland. In Nederland wandelden we door de Beemster en de Noordoostpolder. Buiten Nederland bezochten we de Börmerkoog in Duitsland en de Moeren in België. Hier een kort verhaal over kenmerken van het droogmakerijenlandschap en het voorkomen in Nederland en daarbuiten.

 

Kemmerken van het droogmakerijenlandschap

  • Het land ligt enkele meters lager dan omliggende water en oude land. Meestal meer dan 2 meter beneden NAP. Het laagestpunt van Nederland ligt in de Alexanderpolder bij Rotterdam.

  • Ringdijk met ringvaart. De dijk keerde het omliggende boezemwater. De ringvaart zorgt voor voldoende afvoer van het maalwater van de droogmakerij. Men legde de ringvaart en ringdijk meestal op het oude land.

  • Bemaling met windmolens en gemalen. Windmolens stonden in de diepere doormakerijen van in een molengang. Door enkele molens in serie te schakelen kon het water trapsgewijs hoger opgevoerd worden dan met één molen. Veel molens zijn later vervangen door stoom-, diesel of electrische gemalen. Nog bestaande molengangen zijn de nog steeds actieve molenviergang van Aarlanderveen en de museale molengangen van Kinderdijk en de Schermer bij Schermerhorn. Van veel molengangen zijn nog sporen te vinden in het verkavelingspatroon, zoals in de Beemster.

  • Rechthoekig kavel-, wegen, en afwateringspatroon. In de Beemster is dit patroon vierkant.

  • Statige, vaak monumentale boerderijen met stevige erfbeplanting eromheen

  • Grote openheid begrensd door lange snoeren van bomenrijen met kralen van beplante boererven.

Nederlandse droogmakerijen

In Nederland komen 175 droogmakerijen voor met een totale oppervlakte van 276.000 hectare. Ze zijn vooral ontstaan in de 17de, de 19de en 20ste eeuw. De eerste droogmakerijen waren ondiep en konden met enkele molens worden drooggemalen. De eerste was de Achtermeer, die tegenwoordig onder de bebouwing van Alkmaar is verdwenen. De diepe meren zijn pas ontgonnen toen met de techniek van de molengang, 3 of 4 molens in serie geschakelde molens, beschikbaar kwam, en Amsterdamse kooplieden er in gingen investeren. De Beemster die in 1612 droogviel is de eerste van de grote droogmakerijen van Noord-Holland. Ook voor de veel grotere Haarlemmermeer zijn toen al plannen ontwikkeld (zie Leegwater's Haarlemmermeerboek), maar deze werden pas uitvoerbaar toen de centrale overheid een rol ging spelen. De aanschaf van stoomgemalen was een financieel riskante onderneming en de belangenconflicten tussen de drie grote steden rond het meer (Haarlem. Leiden en Amsterdam) moesten worden geslecht. In de 20ste eeuw werd de rijksoverheid alles bepalend bij de drooglegging van de IJsselmeerpolders. In de Noordoostpolder was het hoogtepunt van staatsinvloed, zelfs de bewoners werden gescreend. Veel grond is nog steeds in bezit van de rijksoverheid.

Klik voor alle droognakerijen in Google Maps

Buitenlandse droogmakerijen

Ook elders in de wereld komen incidenteel droogmakerijen voor (zie kaart met alle droogmakerijen buiten Nederland op Google Maps). Meer dan 95% van de Europese droogmakerijen ligt in Nederland. De betrokkenheid van Nederlanders is beperkt (Börmerkoog in Duitsland, Ogata-mura in Japan).

In Europa gaat het om vooral om kleine meertjes, zoals Börmerkoog, Whittlesey Mere in Engeland en Lammefjord in Denemarken. Groter is de Moeren op de grens tussen België en Frankrijk. De andere grote meren in Europa zijn ontwaterd door doorsnijding van omliggend hoger gelegen terrein, en ontwateren dus zonder pompen: Marseilette in Frankrijk, Avvezano in Italie, vele kleine meertjes in Denemarken en het Copiasmeer in Griekenland.

In Azië komen enkele zeer grote droogmakerijen voor van recente datum, zoals Ogata-mura in Japan (1977) en Sae-man-guem in Zuid-Korea (2010).