Etappe 4 Van Opstandingskerk naar De Kandelaar

In het grootste deel van mijn leven gaf de roodbakstenen Kolenkit aan waar je de Ring over ging en de stad verliet. Voor mijn kinderen, opgegroeid in het centrum, is het ergste wat je kunt overkomen, wonen buiten de Ring. Daar wonen volgens hen de boeren, zoals overal buiten Amsterdam. Dat de Opstandingskerk, want dat is de officiele naam van de Kolenkit, vrijwel uit beeld is verdwenen, nu zo'n vijftien jaar geleden, heeft alles te maken met de populariteit van hun geboortestad.

Nu markeren de flats die over de Ringweg zijn gebouwd het moment dat het uitdijende bruisende hart van de hoofdstad zich over de Ring zou gaan uitbreiden. Dat transformatieproces is nog steeds gaande. Heel wat problematische wederopbouwwoningen gaan tegen de vlakte en de nieuwbouw van veel meer koopwoningen verdrijft junks en eerste generatie migranten voor de opkomende middenklassen met een migratieachtergrond en andere gelukszoekers. Nieuwsgierig lopen we verder.

    

We zoeken de ingang van de Nederlands Hervormde Opstandigskerk uit 1956. De vier loodzware deuren onder de toren zijn potdicht. Waarschijnlijk een overblijfsel van de tijd dat de Kolenkitbuurt een van de gevaarlijkste buurten van Amsterdam was. Tegenwoordig moet je aan de zijkant naar binnen. Een smal trappetje gaat naar beneden want de kerk, een ontwerp van ir. Marius Duintjer, is een kerk met twee verdiepingen. De onderste verdieping biedt ruimte voor allerlei maatschappelijke activiteiten, boven is de gebedsruimte. Dat was destijds heel modern. Na de oorlog  wilde de kerk midden in de samenleving staan. Het ontwerp was in vergelijking met de dooskerken die we eerder zagen meer traditioneel. De uitgekiende langerechte ramen, wat gedraaid, en de kolenkitvormige toren zijn weer heel modern. Het interieur, prachtig belicht door de lichtval, schijnt schitterend te zijn.

 
 

Tussen alle nieuwbouw in de Kolenkitbuurt is een Delftse Schoolwoningblok langs de Bos & Lommerweg behouden gebleven en vijf jaar geleden in oude luister hersteld. Of preciezer twee woningblokken, een aan het Jan van Schaffelaarplantsoen en de andere aan de Akbarstraat. Het door stedenbouwkundige Cornelis Van Eesteren in zijn Algemeen Uitbreidings Plan (AUP) gepropageerde open bouwblok is hier toegepast. Tussen de beide blokken ligt een gemeenschappelijke binnentuin die aan de kopse kanten zijn afgesloten met een hek en een muur. Toch willen we daar in. In de tuin ligt immers een kapel opgedragen aan Maria. "Hoe komen we in de kapel?", vragen we een bewoonster die over haar balkon hangt. "Daar mag je niet in, zelfs wij niet. Geen probleem want er valt toch niets te zien", zegt ze gedecideerd. Dan moeten we onze kerkenhonger stillen met het fraaie woningblok van architectenbureau Evers en Sarlemijn. Die waren katholiek en hadden, zo ging dat in die tijd, katholieke opdrachtgevers. Ze deden veel RK kerken en scholen, we komen er nog heel wat tegen. Ook deze opdrachtgever was van katholieke huize: woningbouwvereniging "Het Oosten". Bovenop de pilaren van de deurportalen staat een serie beeldhouwwerken met episodes uit het Oude en Nieuwe Testament. Wij lopen van de Kerstal naar de Herrijzenis.

 

We steken de straat over en lopen tussen de gloednieuwe elipsvormige flats door. De roomwitte gebouwen met veel glas zijn Rapshody in West gedoopt. Op het binnenterrein staat een als een moderne tegenhanger van de Mariakapel een glazen kas. Binnen staan jonge pompoen- en tomatenplantjes. Aan robuuste houten tafels zitten drie jonge vrouwen te praten. "Zijn jullie aan het bidden", vragen wij oneerbiedig. "Dit is een van de drie buurtkassen in de Kolenkitbuurt, waar buurtbewoners elkaar kunnen ontmoeten." Nieuwe bewoners zijn hier steeds meer. Achter de Akbarstraat is de afgelopen jaren fiks gesloopt en nieuw gebouwd. Het dictaat van licht, lucht en ruimte en het daarbij horende open bouwblok uit het AUP is losgelaten. Op de plek van vier rijen portiekflats zijn drie gesloten wooncarré's terug gekomen. De woonstraten zijn wat smaller geworden; de auto mag er niet meer in. Best wel aantrekkelijk al dat bruin gekleurd baksteen met het jonge groen. In het ontwerp van de gebouwen verwijzen de lijsten rond ramen en deuren naar het verleden zijn; niet meer van lichtgekleurd beton zoals bij de Delftse School maar in de zelfde bont gekleurd baksteen waar de gebouwen in zijn uitgevoerd. De fraaie reliefpatronen versterken de bonte kleuren van de baksteen. 

 

 

We lopen onder het spoorwegviaduct door Bos & Lommer uit en komen Slotermeer in terecht. Dat is het deel van de Westelijke Tuinsteden dat in de eerste jaren van de vijfiger jaren uit de grond werd gestampt om de naoorlogse woningnood te lenigen. Meteen links tussen het weelderige groen langs de spoorbaan zien we het meest geisoleerde huis van Amsterdam. In een waterpartij ligt een soort mini-uitvoering van Mont St-Michel. Kennelijk is de bewoner thuis. Door het kleine raampje zien we een lamp branden en een rode roeiboot ligt voor de deur. We slaan rechts af door de groenstrook en lopen tussen de met spetterende graffiti versierde pilaren van de spoorlijn naar een bijzonder flatgebouw. Vanaf de Haarlemmerweg waren we altijd onder de indruk van het strakke gebouw met iets uitstekende kozijnen; rechthoeken fraai verdeeld in vierkanten. Nu we het gebouw, een creatie van een zoon van de beroemde Rietveld, kunnen aanraken, zien we dat de kozijnen niet van zwart staal zijn, maar van donker ongeschilderd tropisch hardhout. Naast de ingang hangt een bordje "Rijksmonument". Bij de toekkening van deze status is de gebruikswaarde voor de bewoners kennelijk niet zwaar meegewogen. De omvang van de balkonnetjes heeft duidelijk geleden onder de vormwil van Jan Rietveld. Je kunt er net een vuilnisbak kwijt.

 
 

We lopen door een buurt die zowel Klein Turkije als het Buitenmuseum van Eesteren wordt genoemd. Hier staan alle orginele woningblokken uit begin jaren vijftig nog overeind, zoals bedoeld door de beroemde stedenbouwkundige. Enkele jaren geleden is dit deel van het AUP als beschermd stadsgezicht aangewezen. De laagbouwstroken kunnen ons niet erg bekoren. De portiekflats langs de Burgemeester Fockstraat zijn veel oogstrelender met de aan de voorzijde geplaatste schoorstenen, de ingebouwde balkons, de vele raampjes in de portieken en de scheve schuurtjes . 

Maar dat is de buitenkant. De enorme varieteit waarmee de ingebouwde balkons naar de hand van de bewoners is gezet is minder strak. Daar hangt een net om de duiven te weren, hier  helemaal dichtgetimmerd met witte schrootjes. Overal hangen satellietschotels. Deze huizen worden vooral door mensen met een Turkse migrantenachtergrond bewoond. Dat blijkt als we later de bruizende Van de Vlugtlaan oplopen. Alles Turks wat hier de klok slaat: Hallal Fried Chicken, Bahklavapaleisen en kledingswinkels waar je lange, ruime jurken kunt kopen. Gezellig druk op straat.

 De Om de moskee te zien, moeten we een zijstraat in. Voor het gloednieuw bedrijfsgebouw waar de Mescid-I-Askamoskee gevestigd is, staan picknicktafels waar vriendelijke mannen van middelbare leeftijd de warme Ramadanmiddag met elkaar uit zitten. Heel gedisciplineerd op anderhalve meter van elkaar. Fotograferen vinden ze geen probleem. 

 

De laatste kerk van deze etappe is de Kandelaar. In 1964 gebouwd om de razendsnel groeiende Vrijgemaakt Gereformeerde Gemeente te huisvesten. Dat het snel moest, is wel een beetje te zien aan het gebouw. Evenals de Opstandingskerk langerekte ramen die scheef op de wand staan, maar veel minder subtiel uitgevoerd. Er konden 450 mensen in. Binnen tien jaar was de gemeente als zo ver gekrompen dat ze kerk moesten over doen aan het Leger des Heils. Zo snel ging ontkerkelijking in de jaren zestig. Het Leger weet zich met veel inzet voor alle bewoners van de buurt, probleemloos staande te houden.

We vragen een oudere dame of ze wel eens binnen is geweest. "Ja, dit lichtval is best wel mooi . Jammer genoeg is de toren niet meer verlicht", vertelt ze met weemoed in de stem. Tussen de vier betonnen palen, die bovenin samenkomen, scheen vroeger een lamp, die de kerk de naam de Kandelaar opleverde.