The Black Fens: Kanalen, Tijgers en vruchtbare velden

In een glas-in-loodraam van de reusachtige kathedraal van Ely is een Nederlandse spreuk verwerkt: Niet Zonder Arbyt. Het raam herinnert aan de activiteiten van de Royal Airforce tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het vlakke terrein in East Anglia vormde een ideale uitvalsbasis voor de bombardementen op Duitsland. De spreuk was het devies van het Nederlandse onderdeel binnen de RAF en de lijfspreuk van Cornelius Vermuyden, Zeeuws waterbouwkundig ingenieur uit de 17de eeuw. Langs de kanalen die hij in East Anglia, Engeland liet graven, kun je nu nog wandelen.

Meer foto's

Omstreeks 1620 riep de Earl van Bedford de Hollandse drooglegger Cornelius Vermuyden te hulp om het veenmoeras rond Ely te veranderen in een zee van golvend graan. De verwachtingen van de Earl waren hoog gespannen, gezien de wonderen die Vermuyden elders In Engeland had verricht: het bedijken van de Theems bij dagenham en de drooglegging van de Hatfield Chase in Yorkshire. Als dank voor deze werken was Vermuyden door koning Charles I in de adelstand verheven. De financiers van de drooglegging van Hatfield Chase waren welgestelde kooplui-ondernemers, afkomstig uit de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden, die Adventurers werden genoemd. Het land dat drooggelegd werd kwam voor een deel in het bezit van deze geldschieters. Ook het project in de Fens werd gefinancierd door de Adventurers, deze keer niet alleen Hollanders. Een aantal Engelsen nam  deel aan het project, met de Earl van Bedford als belangrijkste opdrachtgever. De hedendaagse, hoog Adventurer die naar de Fens komt om te wandelen, zal zich vaak in Nederland wanen: het polderlandschap, de rechte wegen, al dat water, dijkjes, sluizen en gemalen. De grootste waterwerken mogen van een later tijdstip zijn, de ideeën van de 17de eeuwse Vermuyden hebben duidelijk sporen nagelaten. Wij gingen er lopen en probeerden ons voor te stellen hoe het landschap sindsdien vorm heeft gekregen.

Romeinen
De Fens, ooit een ondiep zeelagune, waren in de 17de eeuw nog een groot moeras, dat door drie rivieren werd doorsneden: de Welland, de Nenne en de Great Ouse die vanuit de heuvels van Cambridgeshire, Norfolk en de Midlands naar zee stroomden. Menselijke bewoning was alleen mogelijk op de eilanden die boven de veenmoerassen uitstaken. In de loop der tijd zijn er pogingen ondernomen om kleine delen van de Fens droog te leggen. Zo bonden de Romeinen reeds de strijd aan met het water en de welig tierende malariamug. Echter zonder resultaat. Middeleeuwse monniken slaagden er evenmin in het water te keren. Pas in de 17de eeuw leek succes verzekerd. De tijd was rijp om de zaken grootser aan te pakken. De vraag naar landbouwproducten nam toe als gevolg van verstedelijking en bevolkingsgroei. Drooglegging van een vruchtbaar gebied was een aantrekkelijke optie. Sir Vermuyden werd ingeschakeld.

Discourse
Diens plannen behelsde het graven van een groot aantal afwateringskanalen, waarbij dat Earith naar Denver (32 km) het belangrijkst was. Via dit kanaal zou een deel van het water uit de kronkelende Great Ouse versneld naar zee worden geleid. Het kanaal kwam in 1630 gereed en kreeg de naam van de Earl: Bedford River. Zeven jaar later waren de moerassen drooggevallen en kregen de Adventurers toestemming om het land in bezit te nemen. Slechts voor korte tijd want in 1638 werd de vergunning alweer ingetrokken. Het land dat in de zomer droog lag overstroomde in de winter nog regelmatig. Vermuyden bezon zich en kwam in 1642 met zijn "discourse on the drainage of the Fens", waarmee hij het tanende vertrouwen van de Adventurers weer wist te winnen. Hij stelde voor een New Bedford River aan te leggen, parallel aan de Old Bedford River. Het gebied tussen de kanalen, de Washes, was bedoeld om in tijden van grote regenval of stormvloed het te veel aan water van de Great Ouse op te slaan. Om de kosten te drukken werden 10 000 Schotse krijgsgevangenen in gezet. Na de nederlaag van admiraal Tromp bij Dover stuurden de Engelsen ook nog een 500 Hollanders de bagger in. Op 27 maart 1653 stroomde voor het eerst water door de New Bedford River en werd een dankdienst gehouden in de kathedraal van Elie.

Wandelen
Wandelen door het drooggelegde land en langs de kanalen van Vermuyden kan goed langs de Black Fens. Dat is het zuidelijke deel van de Fens waarde uitgestrektheid onderbroken wordt door de "eilanden" die in vroeger tijden boven veenmoerassen uitstaken. Wij combineerden delen van gemarkeerde wandelroutes tot een tocht van een week. Zo konden we de verschillende aspecten van de Fens zien. Het middelste gedeelte van de Hereward Way, 68 kilometer van Petersborough naar Ely, voet door een weids polderlandschap, waar de wandelaar het werk van Vermuyden goed kan aanschouwen. Ook zijn er de sporen van de Romeinse en Middeleeuwse pogingen tot drooglegging te vinden. Voor vogelliefhebbers is het pad langs de New Bedford River prachtig; de Washes nog steeds het overloopgebied tussen de twee kanalen van Vermuyden, is voor een groot deel vogelreservaat.
De kathedraal van Ely is al lang van te voren zichtbaar en markeert de overgang naar een wat golvender land. Hier volgden we de 15 kilometer lange Bisshops Way. Het is een wandeling door een besloten landschap met houtsingels; een contrast met het open "waterland". Van de heuvels rond Ely heb je een mooi uitzicht op de vlakke met water doorsneden Fens.
Van Ely naar Camebridge volgden we de Fens Rivers Way langs de rivieren de Great Ouse en de Cam. Ook deden we nog even Wicken Fen aan, het laatste stuk oorspronkelijk veenmoeras in de Fens. Het ligt nu hoger dan het omringende land en moet - ironisch genoeg - nat worden gehouden.

Tegenspoed
Het moeras werd land, maar het volk morde. Zowel de drooglegging van de Hatfield Chase als die in de Fens leverde droog land op ten koste van wateroverlast elders. Vissers, vogeljagers en rietsnijders raakten hun bron van inkomsten kwijt. Oude rechten op het afgraven van turf en het kappen van hout werden ingetrokken. Boeren werd het recht ontnomen op het gemeenschappelijk van woeste gronden, de Commons. Het drooggelegde land viel in handen van de koning, Vermuyden en de groep Adventurers. Als het aan de bevolking lag stond het nieuwe land weer onder water en dienden de Adventurers zwemmend als eenden de streek te verlaten. Net zoals in Hatfield Chase kwamen de bewoners van de Fens in verzet tegen Vermuyden zijn Adventurers. Pamfletten werden geschreven en rechtzaken aangespannen. De zogenaamde Fen Tigers kanalen dicht, staken dijken door en verbrandden gereedschap. Het conflict niet alleen tot materiele schade, de Tigers gooiden werklieden in het kanaal, hielden ze met stokken onder water en sneden hun de keel af. Sabotage van waterwerken werd niet minder wreed bestraft. Een saboteur kon levend begraven worden in het gat van de dijk die hij veroorzaakt had. Niet alleen de bevolking maar ook de natuur werkte tegen. Door het droogleggen van het moeras daalde het maaiveld als gevolg van inkrimping en oxidatie van het veen. Dit maakte het land weer kwetsbaar voor overstroming. Dat gevaar werd versterkt door zwakke dijklichamen die uit ondeugdelijk materiaal waren opgebouwd, evenals de ophoping van slib in rivier en kanalen. De Fens keerden dan ook regelmatig terug in hun oorspronkelijke staat. En de reputatie van Vermuyden ging ten onder. Pompen werd noodzakelijk. In het begin van de 18de eeuw verschenen de eerste windmolens. Daarna werd het land droog gehouden door stoom- en vervolgens dieselgemalen. Zelfs dat was niet voldoende. De afgelopen 150 jaar bleken nog meerdere grote waterbouwkundige werken nodig om de Fens als land te behouden. Zo werd in deze eeuw, na de watersnoodramp van 1947, een ooit door Vermuyden gepland kanaal als nog gegraven.

Telefoonpalen
Denkend aan Nederland zien we niet de rij ondenkbaar ijle populieren van Marsman. In de Fens lopen we langs telefoonpalen. We zien witte vlakken op het landschap en denken aan overstroomde velden. Het blijkt plastic te zijn, waaronder worteltjes groeien. En wat op hooibergen lijkt,  zijn in de Fens voorraadschuren. Boeren gooien de bieten en aardappels op een hoop die ze ommuren tegen vorstschade. Het weidse polderlandschap van de Fens kent geen statige boerderijen verscholen in boomgroepen, zoals we dat thuis zijn gewend. De boeren zijn op "eilanden". Zij die het waagden om hun boerderijen wel in de polder te bouwen, zagen hem niet zelden verzakken in de slappe veengrond. Een boerenbedrijf is dan ook niet meer dan een verzameling loodsen. Soms staat daar een klein woonhuis tussen met een gewapende betonplaat als fundering. Ook de tractor heeft in de Fens iets extra's nodig: rupsbanden.

Laatste pomper
De onderhoudsmonteur van het gemaal aan de New Bedford River maakt een gebaar als om alle vruchtbare velden rondom te omvatten. Volgens hem zal dit alles binnen dertig jaar zijn verdwenen. Het land blijft dalen als gevolg van inklinking en wegrotten van het veen. "Ga maar kijken naar de Holme Post, een ijzeren paal die in 1851 in het toen nog ongecultiveerde veen geslagen werd bij Holme ten zuiden van Peterborough. Nu steekt de top 3,5 meter boven het maaiveld uit". De monteur is somber gestemd. Hij denkt één van de laatste "pompers" te zijn. " Wanneer het veen is verdwenen, zullen ze de dijken doorsteken om ruimte te bieden aan de pleziervaart". Verder wandelend lijkt het ons een aanleiding voor de wederopstanding van de Fen Tigers. Dit keer niet om de dijken doorsteken, maar om dat te voorkomen.