Gezielte Landschaftsgestaltungen

Waar de rivieren Elbe en Mulde samenvloeien liggen twee Werelderfgoederen die ieder een breuk in de cultuurgeschiedenis markeren. De natuurlijke vormen van het uitgestrekte Gartenreich braken met de traditie van de geometrische baroktuinen. Bijna honderdvijftig jaar later brachten de Bauhaus-architecten de strakke lijn weer terug naar de stad Dessau. OLV wandelde langs gebouwen in een groene stad en door uitgestrekte parken vol gebouwen daarbuiten.

Verschenen in: Op Lemen Voeten 15-3
Foto's

Op fraaie lenteavond is het stil in het centrum van Dessau. Maar liefst een vijfde van de bevolking is verdwenen sinds de Wende. Alleen de biergarten van brouwerij “Zum Alten Dessauer” zit vol. Goudbruin bier uit eigen ketels smeert de kelen. Wat de oorlog met de stad heeft gedaan is vanaf het terras goed te zien. Na de oorlog is de stad volgeplempt met grauwe Plattenbau, waarvan al heel wat weer gesloopt is. Parken zijn er dan ook meer dan genoeg. Het Stadsmittepark wordt binnenkort volgebouwd voor een nieuw Bauhaus-museum in. Om te herdenken dat deze academie voor moderne toegepaste kunst 100 jaar geleden werd opgericht. Een wandeling langs de verschillende Bauhaus-gebouwen in de stad maakt duidelijk hoe radicaal deze breuk in de bouwkunde was.

De negentiende-eeuwse meubelen contrasteren met het strakke interieur van een Meisterwohnung uit 1925: lichtgele en grijsblauwe wanden, zwarte deurlijsten en glazen lichtschakelaars. “Dat gaf zeker aanleiding tot wrevel”, zegt Michael, de jongeman met de grote oranje schoenen die ons voortgaat door de atelierwoning. Wrevel tussen de bewoner, de kunstschilder Paul Klee, en zijn huisbaas Walter Gropius. Deze modernistische architect en bovendien directeur van de Bauhaus academie gruwde van de traditionele bouwkunde en wilde de mogelijkheden van nieuwe technieken en materialen benutten, zoals staal en beton. “Over de kleuren van het interieur was Gropius waarschijnlijk ook niet te spreken. Hij had alle woningen strak wit opgeleverd; van binnen en van buiten.”

Extreem strak

De woning van Klee is een van de zeven zogenoemde Meisterhauser, de woningen voor Gropius lerarencorps. Ze staan als een rij gestapelde witte blokken tussen donkere Corsicaanse dennen. Wat een verschil met de huizen in de buurt er om heen. De zwartwit foto van een Meisterhaus tijdens de nazitijd die Michael ons laat zien, maakt duidelijk wat de modale Dessauer toen voelde. Tien jaar na de bouw hebben de nazi’s de grote glazen ramen eruit geramd en vervangen door een kalkzandsteenwandje met precies in het midden een lullig vierkant raampje. Niks geen gulden snede. Ook de imposante glaswanden met spijlen in het academiegebouw met de iconisch letters BAUHAUS op de zijgevel kregen dezelfde behandeling.

De impact van Gropius is sinds kort veel beter invoelbaar bij de villa waarin hij zelf woonde. Een Engels bombardement veranderde zijn huis in een ruïne die pas deze eeuw werd herbouwd. De oorspronkelijk bouwtekeningen werden niet uit de kast gehaald, maar architect Bruno Fioretti Marquez kreeg de opdracht het Bauhaus-gedachtengoed van toen opnieuw te vormen met de technische middelen van nu. De nieuwe villa oogt als een vierkant ruimteschip dat net is neergedaald. Extreem wit en extreem strak dankzij innovatieve lichtgewicht betonnen wanden en de wit gematteerde glazen puien, die naadloos overgaan in de muren. En de deur openen? Je moet er even tegen drukken, een klink vind je er niet.

De tuin van Leopold III

Na een dagje strakke architectuur in een leeglopende stad is het tijd om de benen te strekken in het weelderige groen van wat met recht het Gartenreich heet. Het is geen landgoed waar je in een uurtje doorheen kuiert, maar een uitgestrekt landschap waar je dagenlang doorheen kunt dwalen over kronkelende paadjes tussen bospartijen. Het zicht over sappige weiden, helgele koolzaadvelden en het water van oude rivierlopen valt regelmatig op een slot, tempeltje, beeld, monument of kunstmatige rotspartij. Alles bij elkaar zijn er in dit rijk meer dan 100 van dit soort kleine en grote bouwwerken te vinden. In de tweede helft van de 18de eeuw werd dit 140 km2 grote ensemble onder de bezielende leiding van Leopold III van Anhalt-Dessau uit de grond gestampt. Zoals de Duitsers het alleen maar kunnen zeggen: de vorst wilde zijn vorstendommetje “durch gezielte Landschaftsgestaltungen aufwerten”. Tsja, “door specifieke landschapsmaatregelen opwaarderen” klinkt heel wat minder. Het moet gezegd, de specifieke maatregelen zijn bijzonder goed uitgepakt. Dat de Elbe hier regelmatig zijn vruchtbare slib heeft afgezet zal de vorst wel een zetje in de rug hebben gegeven, want het groen is meer dan weelderig. Een ideale voedingsbodem voor de natuurlijk ogende Engelse landschapstuin met zijn welvende vormen en vele doorkijkjes. Een reis door dat land inspireerde Leopold III om het eerste landschapspark op het vasteland van Europa aan te laten leggen. Een breuk met de strakke lijnen en de getrimde hagen van de baroktuin waar de Europese adel tot dan voor koos.

Taaie kost

Zijn geometrische vormen maken het okergele Schloss Oranienbaum tot een buitenbeentje in het Gartenreich. De rondleiding is net begonnen als we het bordes oplopen. Net op tijd om de stamboom van de bewoners uitgelegd te krijgen. Taaie kost waar de rest van het gezelschap, één ouder Duits echtpaar, niet genoeg van kan krijgen: het gemis van een Duits koningshuis doet zich voelen. De kern van de vertakkende lijntjes op het bord is dat in 1659 onze stadhouder Frederik Hendrik van Oranje-Nassau zijn dochter Henriëtte Catharina uithuwelijkt aan de overgrootvader van eerdergenoemde Leopold III. Een stap van honderd jaar terug in de tijd. Haar man schonk de Oranjeprinses het dorpje Nitschwitz en omliggende landerijen die na de verwoestende Dertigjarige Oorlog niet veel belasting meer opbrachten. Met behulp van landgenoten werden dijken en kanalen hersteld en kreeg de nijverheid een impuls. Ze doopte het dorpje om in Oranienbaum. Dorp, slot en park zijn prachtig aan elkaar geklonken in het Hollands-classicistisch ontwerp van de vestingbouwer en architect Cornelis Ryckwaert. Deze landgenoot van Henriëtte liet in zijn ontwerp de vormen van het slot en het omliggende park spiegelen in een vierkant groen marktplein in een ‘bos van de huizen’.

Binnen zijn de fraaiste elementen de beschilderd lederen wanden en een zaal vol kristal. “Hier raakte jullie koningin Beatrix maar niet op uitgekeken toen ze hier op bezoek was in het slot van haar verre voorouder”. Het mooiste buiten is de 175 meter lange en twee verdiepingen hoge glaswand van de oranjerie die ons aan het glazen Bauhaus doet denken. Achter het glas staan honderden sinaasappelboompjes in kuipen die de naam Oranienbaum eer aan doen.

Zicht op het landschap

Naar de wens van Leopold III ging het noordelijke deel van Ryckwaert’s barokke tuin op de schop. Hier kwam een trendy Engels-Chinese theetuin naar ontwerp van de Engelse tuinarchitect Sir William Chambers. Uit het bos werd een zichtas gekapt op het omliggende landschap richting de Wörlitzer Anlage, zo’n uur wandelen verderop. Daar in Wörlitz is in tegenstelling tot Oranienbaum bijna niets recht. Naar de natuur vormgegeven door mensenhanden om het oog te behagen. De natuurlijke vormen zijn niet meer van de gemaakte onderscheiden. Schloss Wörlitz is wel uitermate recht. Vier klassieke zuilen staan er voor de deur. In het park wemelt het van de bouwwerken die aan van alles en nog wat uit het verleden refereren zoals het Elysium, de Venustempel en het curieuze Huize Stein op flank van een mini-Vesuvius. Op hoogtijdagen wordt een echte vulkaanuitbarsting nagespeeld. Om alles te kunnen duiden heb je echt een gids nodig. Goethe vond het indertijd allemaal oneindig mooi:  “Hoe hebben de goden het de vorst toegestaan een droom om zich heen te scheppen.”

Hij was niet de enige. Het is hier veel drukker dan op andere landgoederen zoals Luisium of Mosigkau. Mensen roeien over een oude arm van de Elbe, de terrassen en restaurants zitten vol. Wij ontvluchtten de drukte over de Elbedijk de weidsheid van het rivierenland in. Lopen langs de Elbe voelt heel vertrouwd. Alles lijkt het een kopie van het Nederlandse rivierengebied: de meanderende rivier die door kribben in bedwang wordt gehouden, de uiterwaarden, oude rivierlopen en uiteraard de dijken, die de Hollandse prinses ooit liet herstellen. Vlak voor Coswig is er een geel gierpontje die fietsers overzet. In het veerhuis kan je heerlijk asperges eten en slapen. Alleen de koeien in de rivier ontbreken. Ook zijn de uiterwaarden met zijn  ooi- en moerasbossen hier echt uitgestrekt. Een deel van bevers die in het land van de Oranjeprinses nog de ruimte hebben zijn in Nederland uitgezet om de soort te herintroduceren.