Peddelen door Amsterdam aan de Weichsel

Trapgevels, bakstenen en een heuse watervesting verwijzen naar de nauwe band tussen Gdansk en de Lage Landen. De Poolse stad is, net als Amsterdam, het mooist vanaf het water

Verschenen in Trouw 6 mei 2017                                                meer foto's

We glippen de stad in door een ‘kattenluikje’ naast de grote sluisdeuren. Vaart maken met de kano, een beetje bijsturen, snel de peddels langszij en het donker in. Best wel eng. Maar al gauw is er weer licht en voert de rivier de Motlawa ons de oude stad in. Gdansk ligt aan de voet van de Kasjoebische heuvels in het laagland van de Weichseldelta. Aan de polderzijde is de stad afgeschermd door vestingwerken met een brede gracht. Op dat water wanen we ons in een Hollandse watervesting als Naarden of Heusden. Zwanen glijden door het water of zoeken voedsel: kont omhoog, kop onder water. Komen we te dichtbij dan zwemmen ze langzaam weg. Geen plek om fanatiek te kanoën, een paar slagen en dan lekker uitdrijven in het herfstzonnetje. Rustig peddelen, dat doen de fietsers ook hoog op de vestingwal. De bakstenen bastions heten hier Zubr (Bizon) en Wilk (Hert). Het is ongelooflijk: ondanks de oprukkende moderniteit reikt de polder nog tot aan de vestinggracht. We hebben zin om achter de leden van kajakclub ‘Zabi Kruk’ het weidse land in te varen, maar nemen toch het kattenluikje. Zonder goede kaart verdwaal je geheid in al de sloten en kanalen. Na een kwartiertje peddelen komen we in het toeristengewoel bij de middeleeuwse Kraanpoort. Alles hier ademt de sfeer van een Hollandse stad.

Een watertaxi scheurt ons voorbij, een kudde rode kano’s dobbert op een groen laken van kroos. Op de kades trekt een stoet dagjesmensen langs de overvolle terrassen. Van zuid naar noord liggen negen stadspoorten langs de Motlawakade, de zogenaamde waterpoorten. De Kraanpoort is de meest spectaculaire. De houten voorwand reikt ver over de kade. In de krochten van de poort liepen mannen als hamsters in een tredmolen om zakken graan in de schepen te takelen. Loodrecht op de kade negen straten die eindigen in landpoorten. Negen rechte straten, negen waterpoorten en negen landpoorten, makkelijker kan een stad het je niet maken om de weg te vinden.

“Proszę”, een vriendelijk suppoost van het Stadhuis schiet toe met helblauwe matjes. We liggen net met onze rug op de tegels van de Rode Zaal om het beschilderde plafond te bestuderen, maar wippen graag weer even op om onze lijven te verwennen. Het werk van Izaak van der Blocke is zo rijk aan details dat je hier niet zo maar weg bent. Hij was een van de schilders en bouwmeesters uit de Lage Landen die glans gaven aan de Gouden Eeuw van de havenstad. Van der Blocke laat de stad ook op het plafond schitteren, haar kerken en waterpoorten staan in volle glorie boven op een triomfboog. Op de voorgrond zien we groepjes burgermannen, allen in het zwart, als gelijken onder elkaar. Het ziet er vertrouwd Amsterdams uit. De Poolse koning had in die tijd net zo weinig over de stad te zeggen als Prins Maurits over de heren van Amsterdam. Ook was de stad niet katholiek zoals de koning maar protestants. Het tweede deel van de plafondschildering verwijst naar de aanvoer van hout, granen en salpeter uit het Poolse achterland, belangrijk voor de Oostzeehandel. Daarvan profiteerde ook de belangrijkste handelspartner, Amsterdam. Het rood/wit/blauw van de Republiek wappert fier op een schip boven ons op het plafond.

Het nazomerlicht doet de trapgevels fonkelen boven het geroezemoes van de Langstraat. De grondtoon is het bruin van baksteen en dakpan. “Die kwamen uit Holland, als ballast voor de schepen die vol Poolse waar teruggingen”, legt onze gids Iza uit. Het zijn vooral de kerken die er baksteen-Hollands uitzien. De woonhuizen daarentegen zijn kleurrijker en uitbundiger dan aan de Amsterdamse grachten. Overal staren je beelden aan en ook de kwast is vaak in de pot met goudverf gedoopt. Tot z’n twintig jaar geleden zat er nog maar bar weinig verf op de muren. Hoe we de stad van toen herinneren, is in sommige achterafstraten nog te zien. Grauwgrijs stucwerk en lange rijen huizen met steeds hetzelfde kozijnritme, resultaat van kordaat opgepakte herbouw in de karige jaren na de Tweede Wereldoorlog. Na de Russische verovering stond nog maar een vijfde van de binnenstad overeind. In een zaaltje naast de Rode Zaal hangt een zwartwit foto van de stad uit 1945. Niets dan puin, alleen een paar muren staan nog overeind. “Zijn die penseelstreken van Blocke op het plafond in de Rode Zaal dan wel echt?” vragen we een beetje teleurgesteld aan Iza. “Ja, hoor, die zijn echt Hollands, het raadhuis met zijn dikke muren bleef overeind”, lacht ze.

Bij het naoorlogse herstel werd niet teruggegrepen op het rijke Duitse verleden van de stad, maar werden de 16de-eeuwse invloeden van de Lage Landen in de gebouwen aangedikt. Er is een Dom Holenderski (Holland huis) maar naar Duitstalige gevelopschriften zul je te vergeefs zoeken. Als je aan mensen in Gdansk vraagt naar hun roots, dan liggen die niet in de havenstad. De grootouders van Iza komen uit Oekraïne. Die van haar man uit Wit-Rusland. Anderen noemen Litouwen en Galicië als het land waar hun familie vandaan komt. In 1945 is de voornamelijk Duitsprekende stadsbevolking verdreven en vervangen door Polen uit gebieden die toen door de Sovjet Unie zijn ingelijfd. Gek gevoel om in een oude stad te lopen waar de bewoners ‘nieuw’ zijn.

“Zullen we nog even langs Lech Walesa peddelen?” We liggen met onze kano in het riet op het punt waar de Motlawa uitstroomt in de brede Weichsel. Rondom fikse zeeschepen en grote kranen om ze van hun lading te verlossen. Even verderop liggen de restanten van de Leninwerf waar de opstand tegen het communistische regime begon. Daar waren we een paar dagen geleden in het gloednieuwe European Solidarity Centre, een imposant gebouw dat als een schip op de helling van de werf lijkt te liggen. Niet alleen vakbondsman met de grote snor houdt daar kantoor, je kunt er ook de val van het arbeidersparadijs herbeleven in een flitsende multimediale tentoonstelling. De werf zelf is behoorlijk onttakeld. Door de poort die Lech Walesa en zijn medestrijders barricadeerden trekken tegenwoordig alleen nog toeristen. Ergens achteraf worden nog wieken van windmolens gebouwd. Zuur dat slechts een fractie van de 7000 arbeiders hier nog aan het werk is. Een hekgolf van een speedboot laat ons bijna kapseizen. Snel zoeken we het stille water van de vestinggracht weer op.