Verdwenen dijken, geluwde klassenstrijd

Waar moet je heen in een land zonder woeste bergen en donkere wouden? Het Oldambt levert het antwoord. In die uithoek van Oost-Groningen vind je eindeloos land en brede horizonten. De weersvoorspelling voor dit wandelweekend klinkt onheilspellend: hagel, sneeuw, onweer en felle wind. Weer dat past bij een grimmig stukje Nederland waar de strijd tussen landarbeiders en herenboeren  soms fel oplaaide.

Meer foto's

Finsterwolde lijkt één lang gerekte straat met krappe arbeiderswoningen, in felrode baksteen. Maar dan ineens wijken die huisjes voor grote stijlvolle boerderijen. Sommigen half verscholen achter bomen, alsof de bewoners zich schamen voor hun rijkdom. Landarbeiders en herenboeren woonden aan dezelfde straat. Maar door een deur konden ze niet.

Op de vlucht voor aanrollende zwarte wolken stappen we nog even een behaaglijk warme supermarkt in. De eigenaar, in witte stofjas, weet waar logement Hommes ligt, een rood nest waar ooit de kiem werd gelegd voor de roerige klassenstrijd in Oost-Groningen. De eigenaar van het hotel, die zijn geld had verdiend met de dijk- en wegenbouw, bracht  andere sociaal-anarchisten en vrijzinnige liberalen zoals Domela Nieuwenhuis en de grootvader van Sicco Mansholt bij elkaar om de sociale kwestie te bespreken. Het prachtig geschreven boek van Frank Westerman "De graanrepubliek", over de strijd tussen landarbeiders en de graanbaronnen van deze streek, kun je niet lezen zonder naar een blik op dit logement te verlangen. Maar Hommes is Hommes niet meer. Het is een werkplaats. Achter de ramen waar ooit de revolutie werd gepredikt, staan nu kerkorgels te wachten op restauratie.

Door dood'lijk schot gevallen

We trekken de jas nog wat dichter om ons heen en stappen in een hagelbui door de rechte dorpsstraat naar de vrijstaande kerktoren. Daarachter op de begraafplaats moet een monumentje staan voor een arbeider die tijdens de landarbeidersstaking  van 1929 werd dood geschoten door de politie. Op het kerkhof drukken boomwortels statige zerken gevaarlijk schuin voorover. Om de namen te lezen moet je door de knieën. Verderop  steekt een gedenknaald fier omhoog. Het monumentje voor de martelaar is heel wat makkelijker te ontcijferen:

'Terwijl wij streden met zijn allen
iets meer gezinsgeluk
en daarbij hielden voet bij stuk
is hij door dood'lijk schot gevallen' .

Later lezen we er Westerman nog eens op na. De man heette Eltjo Siemens. Het symbool van de Groningse landarbeidersstrijd was geen staker maar een groenteventer. Hij werd door een verdwaalde politiekogel in de maag getroffen. De staking begon met een eis tot loonsverhoging van drie cent per uur, maar die weigerden de herenboeren te betalen. Het werd hard tegen hard. De graanbaronnen haalden Zuid-Hollandse landarbeiders om de oogst toch binnen te halen.

Rokende grasfabriek

Een brede asfaltweg voert vanuit de bebouwing naar een weids akkerland, waar zonnestralen de wolken steeds verder openscheuren. We laten het asfalt voor wat het is en slaan linksaf een schouwpad in. Drainagepijpen spuwen water in diepe smalle sloten en uit de schoorsteen van de grasfabriek, die eenzaam in het wijde land staat te roken, komt de geur van stroop. Ze maken er van die kleine drolletjes die we thuis in Amsterdam aan onze poezen voeren. In de verte staan donkere figuren roerloos op het land. Ze moeten ganzen uit het veld houden, maar veel helpt het allemaal niet. Alleen als wij dichterbij komen gaan ze op de wieken om een paar honderd meter verderop weer te landen. Een nieuwe hagelbui onttrekt Finsterwolde aan het zicht en even later vliegt de hagel weer rond de oren. Wij trekken de ijsmuts verder omlaag en buigen voorover. Tien minuten duurt het, dan kaatst het zonlicht weer terug van de gevallen hagelstenen.

Hongerige Wolf
Langs een gebogen weggetje staan een paar monumentale Oldambtster boerderijen er haveloos bij. De ruggengraat van het lange dak van één van de immense graanschuren is geknakt. Honden blaffen nerveus vanuit de bouwval. De boer en de boerin wonen buiten op de oprijlaan, in een caravan. Ze zwaaien, wij zwaaien terug. De rode bakstenen rijtjeshuizen van het gehucht Ganzedijk staan er heel wat florissanter bij. Dat was vijf jaar geleden heel anders. Het gehucht haalde toen de voorpagina’s van alle kranten als het eerste slachtoffer van de krimpende bevolking in dit deel van Nederland.  Er stonden zoveel huizen leeg dat de woningbouwvereniging het hele gehucht tegen de grond wilde gooien. Bij het volgende gehucht Hongerige Wolf gaan we de Egyptische dijk op. Het moet ooit een strakke rechte zeedijk geweest zijn, maar is nu op sommige plaatsen als een pudding ingezakt. Waar heeft die dijk eigenlijk zijn naam aan te danken? We vragen het aan een man op klompen. Hij weet het niet, maar zijn buurman zei ooit dat er een Egyptische munt is gevonden. Hongerige Wolf, die andere poëtische naam, heeft volgens die zelfde buurman zijn naam te danken aan de waterwolf.

Het Oldambt is een gebied waar je van dijk naar dijk loopt. Oude kaarten laten zien dat hier ooit drie van de vele dijken samenkwamen. . Vanaf 1300 viel de streek ten prooi aan de zee. Hele dorpen verdwenen in de golven. Dat was niet zomaar natuurgeweld, de mens had hier een nijver aandeel in. Door de ontwatering was de oorspronkelijk dikke veenlaag ingeklonken. De dijken waren te zwak om het lage land bij hevige stormvloeden droog te houden. Maar Hongerige Wolf bleef gespaard. Pas in de zestiende eeuw begon men weer stapje voor stapje het verloren land terug te winnen. Van Finsterwolde tot aan de Dollard lag ooit een hele rits dijken. We  proberen ze terug te vinden. De oudste dijk waar ook Ganzedijk op lag, herken je niet meer. De tweede dijk, aan de westkant van Hongerige Wolf, is vrijwel vlak geploegd. Er rest niet veel meer dan een flauwe hobbel in het land. De Egyptische dijk met zijn bobbels is aangeknaagd door de tand des tijds. Alleen de laatste twee dijken liggen nog echt dijk te wezen. De een als slaper en de ander als delta-hoge dijk. Achter deze laatste dijk liggen de kwelders en slikken van de Dollard vredig onder het ijs. Dat hier ooit dorpen met prachtige namen zoals Ludgerskerke en Wynedaham lagen, kan je je nu niet meer voorstellen.

Gat in slaperdijk
In het dorpshuis van Drieborg hangen de kapstokken vol winterse jassen. Toneelvereniging de Drie Börgen speelt er voor de bejaarden het stuk Gain Piet, moar pizza. Onder de toeschouwers moeten nog stakers zijn uit 1929 en misschien zelfs een enkele bejaarde graanbaron. Op het mooie rechte weggetje van Drieborg naar de Dollard bij Nieuwe Statenzijl, snijdt de wind in het gezicht. De langste onder ons neemt de kop. De anderen imiteren de V-formatie van de ganzen boven ons. We verlangen naar het Zijl, daar kunnen we de wind weer de rug toekeren. De toegang tot de Johannes Kerkhovenpolder is een gat in de slaperdijk. Waar zijn de palen die bij dijkdoorbraak het gat moeten dichten? Vroeger lagen ze binnen handbereik in een houten huisje. Vreemd eigenlijk zo’n gat. De dijk moet, denken we, een obstakel geweest zijn voor zwaar beladen wagens. We proberen ons voor te stellen hoe in oogsttijd de wielen op de met modder-besmeurde helling dol draaiden.

Fossiel zeewater
Als we over de kruin van de Dollarddijk kijken, ligt de havenstad Emden scherp op de horizon en blinken schuimkopjes in de zon. Een vogelkijkhut staat op kwelderland tussen glanzend geel riet. Het is eb. Water licht op in donkere slikgeulen. Het gemaal van Nieuwe Statenzijl spuit met kracht een dikke straal water de Dollard in. Onze wandelroute gaat verder over de dijk langs de Westerwoldse Aa naar Nieuweschans, het einddoel van de wandeling. Windturbines steken hoog uit boven het vlakke land. Rechts aan de overkant van het water flitsen de lampen aan van het gasexportstation. Dat doen even later ook de lichten van het Duitse importstation, links van de dijk. Als de vierkante silotoren van Nieuweschans in zicht komt, jagen donderslag en hagel ons van de dijk. Het huidige station van Nieuweschans is niet meer dan een verhoogd trottoir met glazen abri’s. Dat moet in 1929 anders geweest zijn, toen hier Zuid-Hollandse stakingsbrekers onder boegeroep ontvangen werden. Tegenwoordig zijn het geen stakingsbrekers, maar gestreste burgers die naar (inmiddels) Bad Nieuwschans worden gelokt. In de thalassostudio van het Bad hopen ze herboren te worden in het fossiele zeewater dat hier uit de diepte wordt opgepompt.