De Hondsbossche waakt niet meer

Wie het nog niet weet zal zijn ogen niet geloven. Tussen Camperduin en Petten slaan de golven niet meer stuk tegen de dijk, maar rollen ze over het strand naar de duinen.

Tekst: Bert Stok  Foto’s: Jan Stok

Verschenen in Wandelmagazine 18-4

meer foto's

Ooit vroeg een Nigeriaanse vriend: “Laat eens wat meer van je land zien.” Ik dacht na en zei: “Kom mee naar de Hondsbossche Zeewering.” We gingen niet, Sunday Williams moest halsoverkop terug naar zijn land. Ik zou met hem de duinen bij Camperduin hebben beklommen. Vanaf de toppen uitkijken over het gat in de zeereep, gedicht door een liniaalrechte muur van aarde en basalt. Een groots uitzicht met links de zee en rechts de polder. Liefst had ik er op een onstuimige herfstdag heen gegaan, wanneer een woedende branding op de dijk beukt en het schuim langs het talud omhoog rolt de polder in. Kwetsbaar Nederland, dat had ik Sunday willen laten zien. Maar de dikke Hondsbossche is geen zeewering meer. Voor wie hem vanaf land nadert, lijkt alles nog zoals het was. Het machtige dijklichaam verheft zich ruim 10 meter boven het maaiveld. Na een steile klim verwacht je de Noordzee aan je voeten. Maar dan pats boem, weg is de zee. De wind klopt geen schuimrandjes meer op de golven, hij blaast de helm op de duinen krom. De strekdammen liggen bedolven onder hoge zandbulten, net als het wrak van de HMS Prince George. Bijna een eeuw mocht het gestrande schip op de punt van een strekdam langzaam aan zijn einde komen. Nu voorgoed verdwenen onder het zand. Het lijkt of de duinen er altijd al hebben gelegen, compleet met ruiter- fiets- en wandelpaden.

Met het stijgen van de zeespiegel werd de Hondsbossche Zeewering als een te zwakke schakel beschouwd in de kustverdediging. Met de nieuwe duinen ligt er nu een 60 kilometer lange doorgaande duinenrij van Wijk aan Zee naar Den Helder. Mocht Sunday ooit nog eens naar Nederland komen, zou ik hem dan toch de Hondsbossche Zeewering laten zien? Ik denk het wel. Het blijft een fantastische plek om onze strijd tegen het water te aanschouwen, nu nog meer dan voorheen. De nieuwe aanpak van Rijkswaterstaat lijkt simpel. Een paar sleephopzuigers voor de kust en spuiten maar. Maar er werd met beleid gespoten: het zand werd niet door bulldozers gelijk geschoven met de kruin van de dijk. De contouren van het dijklichaam zijn nog goed zichtbaar. Het is door een brede sleuf gescheiden van de duinen. Een plek waar zich al goudhaantjes en soms bladkoningen schuil houden. En in de luwte zelfs de bijenorchis groeit. Door verstuiving zal er in de toekomst een spannender landschap ontstaan, is de gedachte. Aan de noordzijde bij Petten hebben ze een fantastisch uitkijkduin gemaakt. Aan de zuidkant werd via een kerf in de nieuwe duinen water binnen gelaten waardoor een lagune ontstond waar kinderen veilig kunnen badderen. Met de 35 miljoen kuub zand is ook een schuin aflopende kust onder water gecreëerd waardoor de golven met minder kracht op de kust slaan.

Hoe vaak heb ik de wandeling al niet gelopen van het torentje van Groet naar de Hondsbossche Zeewering? Deze keer met mijn broer Jan. Minstens één keer in de week was hij vroeger op de dijk te vinden, speurend met zijn camera naar zeevogels, bij storm de capuchon strak om het gezicht gesnoerd. Sinds Rijkswaterstaat is gaan spuiten, komt hij er bijna niet meer. Wat er met de steenlopers gebeurde, vond hij heel erg. Het was altijd mooi om ze bij laagwater bezig te zien op de strekdammen. Met hun snavels haalden ze schelpjes en zeewier uit de spleten tussen de basaltblokken. Net als de kanoeten en de paarse strandlopers, allemaal verdwenen. We lopen over de ruige kruin van de dijk, zin in het fiets- en wandelpad door de nieuwe natuur hebben we niet. Dat lijkt wel een ‘Autobahn’.  Bij Petten duwt een jongen zijn fiets de dijk op. Wat zou hij vinden van die nieuwe natuur?: “Prachtig. Vroeger moest ik voor het strand helemaal daar heen”, wijst hij. Nu kan hij het huis uit, de dijk op en direct naar het strand. “Die heeft geen weet van steenlopers”, bromt mijn broer terwijl we verder lopen. Op de terugweg gaan we nog even langs het binnenwater bij de Putten, een soort tankstation in de polder aan de voet van de dijk. De vogels komen er uitrusten tot het weer laagwater wordt. Daar zijn met troostgeld voor aangedaan vogelleed een paar schelpeilandjes aangelegd. En het werkt: “Hoor je dat scherpe raspende geluid, dat zijn sterns. Dwergsterns zitten er ook,” zegt Jan enthousiast. Hij leent me zijn verrekijker en leert me de dwerg te onderscheiden. “Ik moet toch maar weer eens wat vaker naar de dijk komen, zoveel sterns heb ik hier nog nooit gezien”, hoor ik mijn broer zeggen.

Praktische info

Wandelroute: Een wandeling van 15 km vanaf Groet, bushalte Bokkesprong naar Petten en weer terug is te vinden op www.wandelzoekpagina.nl/trage-tochten/maaktragetocht.php?wnummer=17008

Voor Groet, Camperduin en Petten: bus 155 vanaf station Alkmaar

Informatiecentrum Kust, Zand tegen Zee. Strandweg 4 Petten. Dinsdag t/m zondag van 10.00 tot 17.00 uur