Wandelen langs de aquaducten van Romeins Mérida

Mérida was de belangrijke Romeinse stad in de Spaanse regio Extremadura. Dat is goed is af te lezen aan de vele goed bewaarde gebouwen, die heel wat bezoekers trekken. Ik zocht de rust en wandelde langs de sporen van het Romeinse watervoorzieningsysteem waaronder drie aquaducten die me naar stuwmeren en bronnen buiten de stad leidde.

meer foto's

“Mijn paard drinkt uit een Romeinse put”, lacht Angel gul. Het is heet; aan het einde van deze middag in mei in de campo rond Mérida. De goudgele graanvelden zijn al geoogst of het staat zo te gebeuren. “De winter was veel te droog”, zucht de paardenboer. “Nu moet ik morgenochtend vroeg weer met hem naar de put. Anders legt ie het loodje.” Op mijn vraag waar het water vandaan komt, wijst Angel heuvelopwaarts. “Daar in het bosje ligt een bron en begint het aquaduct van San Lázaro.” Je kunt het spoor van het aquaduct door het gele graan makkelijk volgen; groene struiken lebberen van het water in de goot.

Het aquaduct is een van de drie waterbronnen van de stad, die de Romeinen vijfentwintig jaar voor Christus stichtten en Emerita Agusta doopten. Ze kozen een strategische plek waar hun belangrijke noord-zuidweg in het meest westelijke deel van hun rijk, de Via de la Plata, de rivier Guadiana kruist. De plaats groeide al snel uit tot de hoofdstad van hun provincie Lusitania. De behoefte aan water nam snel toe, niet in de laatste plaats omdat de Romeinen graag met elkaar lummelden in de vele termen. Overal in de stad vind je resten. Zo zweeft aan de Calle Reyes Heurtas een nieuw appartementengebouw boven de opgegraven resten van termen. Donkerblauwe tegeltjes waren toen helemaal in. Ook in de opgravingen van prachtige villa van de voorname Romein Mitrea zien we ze terug.

Cornalvo, San Lázaro en Proserpina

Het oudste van de drie wateraanvoersysteem, het aquaduct van Cornalvo betrok zijn water uit de bovenloop van de Rio Alberregas en de Arroyo de las Mueles. Zo’n 16 km ten noordoosten van de stad werden twee stuwdammen aangelegd. In de stad is slechts een klein stukje terug te vinden, ergens verstopt tuusen het theater en de Plaza de Toros. Na Cornalvo volgde het eerdergenoemde aquaduct van San Lázaro. Het derde systeem wordt ook gevoed door een stuwmeer op slechts 5 km ten noordwesten van de stad: Embalse Proserpina.

Om vanuit de stad bij mijn logeeradres te komen moet ik door een poort in het gave aquaduct van San Lázaro, waarvan de granieten stenen zo’n tien meter boven de Rio Albarregas uittorenen. Mijn oog valt op een verweerd bord met een grof kaartje van Los Caminos del Agua Romanas. Het blijkt een wandelroute van 28 km waarvan de markeringen zo goed als verdwenen zijn. Ik voel me uitgedaagd en ga op stap. Eerst volg ik de rivier stroomafwaarts door een lommerrijk wandelpark naar het nog hogere aquaduct los Millagros. De imposante bogen van rode baksteen en grijs graniet dragen geen waterleiding meer, maar wel een tiental ooievaarsnesten. “Klepper-de-klep”, groet papa ooievaar zijn vrouw die met een bek vol ‘tapas’ aan komt vliegen. Af en aan zweven de zwart-witte vogels; je snapt opeens wat vliegtuigspotters en vogelaars van de straat houdt. Links voert het aquaduct naar de Romeinse restanten van het fontein en het waterverdeelcentrum in Calle Calvario. Netjes van informatiepanelen voorzien.

Zucht naar avontuur

De informatiepanelen zijn niks voor mijn zucht naar avontuur, dus ik sla rechtsaf, een smal parkje in. En ja hoor daar staan nog enkele grijsrode pilaren. Na een speeltuin begint een dikke muur met goten, die een paar honderd meter verder op nog maar net boven de grond uitsteekt. “Het water voor dit aquaduct kwam uit Embalse Proserpina”, vertelt een stevig Spanjaard in een strak rood T-shirt die zijn hond Avi uitlaat in een parkje. De muren slingeren tussen het gras naar rechts en dan weer met een wijde bocht naar links, zo een verlaten akker buiten de bebouwing van Mérida in. Na twintig meter verdwijnt elk spoor. Ik vraag of het spoor verderop weer op te pikken valt. “Nee”, lacht ie verrast, “Daar zijn te veel autowegen aangelegd. Maar je kunt de koninklijke schapendrift nemen. Dat loopt lekker rustig.” Zo’n schapendrift is een pad met aanpalende stroken openbaar land waardoor herders hun kuddes mochten laten lopen om van de zomerweiden naar de winterweiden te gaan en omgekeerd. Die stroken zijn soms niet breder dan een zandweg, maar ook wel honderd meter breed. Spanje kent duizenden kilometer van deze schapenwegen van noord naar zuid. Deze heet voluit Cañada Royal Santa Maria Arroyo.

Tot het stuwmeer is vandaag geen schaapskudde te bekennen, het blijft bij een voorbij zoevende mountainbiker, een ooievaar of de zoveelste rondcirkelende wouw. De laatste klim naar de stuwdam is even pittig. Die dam is echt indrukwekkend. Hadden de Romeinen al flink met granieten stenen gestapeld, de Visigoten, die hen verdreven, vertrouwde het zaakje niet en zetten er nog een fikse hoop klei tegen aan. Allemaal mooi beschreven op een woud aan informatieborden; de centjes van de EU-fondsen moeten duidelijk op. Maar geen tijd voor Eurosceptische gedachten, gauw het heerlijke frisse water in. En dan lekker drogen op de geel bestoven granietrotsen die uit het water steken. En wachten op de koelte van de avond.

Water kapen

Herboren zetten we de pas er maar weer in. Voordat we teruggaan, eerst nog een stukje op en neer over het pelgrimspad van Sevilla naar Santiagio, gewoon de Via de Plata van de Romeinen. Langs het pad ligt nog een obscuur deel van het Romeinse watersysteem: een kanaal dat het water van de aangrenzende Arroyo de Las Adelfas wegkaapte en naar Proserpina leidt. Het kanaal kronkelt dat het een lust is. De kortste weg terug inaar Merida s niet langs dit kanaal maar verder door de schapendrift. Maar dit is andere koek, geen brede zandweg, maar een ATB-spoortje dat al snel in allerlei schapenpaadjes tussen de geel bloeiende bezemstruiken verdwijnt. Gelukkig wijst de prikkeldraadazetting aan beide zijden van de schapendrift de weg. Maar na een kilometer waaiert de schapendrift nog verder uit en moeten we het zelf uitzoeken. Verder op schieten auto’s voorbij over een snelweg, en ja daar is een hoog viaduct. Daar moeten we onder door. Hup gewoon in een rechte lijn door de vaalgele steppe. Binnen de kortste keer zitten mijn sokken vol de puntige zaden van de grassen. Nog weken later ben ik met een pincet in de weer om ze eruit te pulken. Maar wat een mooi avontuur. Zo loop je over een lage granietkop met wat steeneiken, dan weer door een natte laagte vol donkergroene russen. Gebrandmerkte schapen schieten weg met koereigers op hun rug. Hagelwit fladderen ze op. Bij het viaduct is het nog even spannend. Een grote hond bewaakt een ezel en een paard, die het viaduct hebben gekraakt. Geen mens te bekennen, dus maar een steen gepakt want ik moet er onder dit viaduct door. Hups nog even het illegaal geplaats hek over zonder de tanden van de hond in de kont te voelen. En dan fluitend een lange rechte zandweg af, terug naar de Romeinse stad. Als ik de vertrouwde stenen muren van het aquaduct van San Lázaro zie, weet ik het. Ik ben bijna thuis. Moe maar voldaan.

Praktische informatie

Mérida ligt ongeveer halverwege Madrid en Lissabon op de Spaanse meseta. De stad is goed met trein en bus bereikbaar uit Madrid. Vanuit Lissabon zijn er nog snellere busverbindingen. Mérida kent een ruim aanbod aan overnachtingsmogelijkheden en eetgelegenheden. De horeca bij Lago Proserpina zijn slechts geopend op hoogtijdagen, als het heet is en de Spanjaarden vrij zijn.

Wandelroute van 23 km is beschikbaar op Wikiloc of via onderstaande Google Maps kaart.