Uitgepoetst landschap Hollumermieden

Rondom klinkt gekrijs van scholeksters op zoek naar een partner. Het is half maart. De kieviet en grutto zijn nog niet gearriveerd uit het zonnige zuiden. Ganzen eten hun buik rond, het gras is bezaaid met hun groenbruine keutels. Verder hangen er wat paarden en schapen rond. Deze weilanden rond Hollum, op de foto’s noord en oost, is het rijk van de hobbyboer. Er is geen grote boerenschuur te bekennen, alleen wat schuilhutjes en in groenblauw plastic geperste hooibalen. Ik raak aan de praat met Cees Visser die in een van de witte huizen in het oosten  woont. Hij kijkt al 50 jaar uit over de Westermieden. Mieden betekent hooiland. Grasland dat pas laat in de zomer wordt gemaaid.

Tot in de jaren dertig van de vorige eeuw vormden de mieden samen met akkers en de meent een uitgekiende landbouwsysteem. Elk van deze drie onderdelen had zijn eigen functie en plek in het landschap. De akkertjes lagen net als het dorp, waar alle boerderijen stonden, op de overgang van polder naar duin. Niet te nat en niet te droog . Het loslopende vee graasde op de meent, de gemeenschappelijke weidegronden van het dorp, in de duinen en op het buitendijkse kwelderland. In de mieden mocht de dieren niet komen, anders aten ze hun wintervoer op. Een ring van lage dijkjes beschermde de hooilanden niet alleen tegen dat vee maar ook tegen de zee. De kaart uit 1731 laat deze landschappelijke driegeleding nog prachtig te zien. De opdeling van de meent rond 1900 en de ruilverkavelingen van 1926, een van de eerste van Nederland, en 1955 hebben vrijwel alle sporen van dit landschap uitgegomd. Eerst werd de verkaveling van de landerijen en de waterhuishouding ingrijpend veranderd. Hierdoor verdubbelde de hooiproductie. De tweede verkaveling veegde alle lage dijkjes van de kaart. Alleen aan enkele doorbraakkolken kun je vermoeden waar die dijkjes ooit lagen.

Toch hebben deze dure ingrepen van staatswege maar 100 jaar iets opgeleverd. In de Westermieden heeft serieuze landbouw plaatsgemaakt voor de hobbyboer zoals de schoonzoon van Cees. Die heeft honderd schapen en tien rijpaarden, maar rijdt ook een taxi. Zijn schapen zijn net kort geknipt, de sporen van de tondeuse staan nog in hun vel. De Wolfederatie koopt de wol op voor een prijs waarvoor je ze niet kunt laten scheren. Gelukkig levert de verkoop van lammeren wel wat op. Morgen verwacht Cees de eerste worp. Een andere aanvulling op het inkomen is de vergoeding voor de vraat van de ganzen. “Ik ken een schapenboer die alles bij elkaar wel een ton vangt. Je bent gek als je melkvee wilt houdt”, lacht Cees vrolijk.