Belgisch Beemster was eeuwenlang waterlinie

De Moeren, een drooggemalen meer in West-Vlaanderen, ligt er op de kaart bij als een opengeslagen meetkunde boek. Kaarsrechte sloten en wegen vormen een patroon van vierkanten. Als op een Mondriaan. Vierkanten vind je verder alleen in de Hollandse polders de Beemster en Borsele. Ploegde de boer in de Beemster na drooglegging rustig voort, in de Frans-Belgische grensstreek werden het land steeds weer onder water gezet. Zo konden de omliggende stadjes zich beschermen tegen de vijand.

Verschenen in Op Lemen Voeten 2002-5

Meer foto's

De afgelopen nacht heeft mist uit het Kanaal het vlakke Vlaanderland omgetoverd in een kerstkaart. De lucht is diepvriesblauw. Alles is onder een dikke witte rijp bedekt. Het knerpt onder de schoenen. Witte ademwolkjes voor het gezicht. Heerlijk! Het is windstil maar de zon heeft nog niet genoeg tijd gehad om ons op te warmen. We volgen de smalle Ringsloot, die de oever van het vroegere meer markeert. In 1626 werd het meer leeg gepompt. Droogmakerijen vindt je niet veel in de wereld en zeker niet buiten Nederland. In de eerste decennia van de 17de eeuw gold het droogmalen van meren als een aansprekende investering voor Hollandse kooplui. De fascinatie voor de techniek was daarbij belangrijker dan de reëel te verwachtte rendement. Heel wat Hollandse meren werden toen drooggelegd. Ook in Sleeswijk, Engeland en Frankrijk waren Nederlanders als investeerders, ingenieurs en uitvoerders betrokken bij drooglegging van meren, moerassen en kwelders. De Moeren is een van de weinige droogmakerijen ter wereld die niet door Nederlanders is geschapen. De drooglegging is bedacht en uitgevoerd door een Antwerpse Leonardo da Vinci. Wenceslas Cobergher was een alleskunner, schrijver, kunstenaar en bouwmeester. De Moeren is trouwens wel een kopie van de Hollandse Beemster. Geen Belg zal het toegeven. De Beemster viel veertien jaar eerder droog en werd in een uitzonderlijk patroon ingericht: wegen en sloten in perfecte vierkanten.

De stilte en kou versterken de uitgestrektheid van het "blote land". Eentonig maar niet saai. Mannen in lieslaarzen verstoren die rust. Met lange stokken slaan ze wakken in dun ijs. Een paar eenden zijn al in het vrije donkere water neergestreken. Vreedzaam dobberen ze tussen de op het ijs rammende mannen. In de berm ligt een hoopje kunststof eenden. Dat maakt het duidelijk. We zien de voorbereidingen van een jacht. De mesthopen tussen de glanzende rietpluimen blijken geschutskoepels. Opgewonden ganzen gakken in kooien, jachthonden lopen nerveus heen en weer. De jagers warmen zich aan een houtvuurtje. Nog even en dan zijn de met Kerst geplunderde voorraden van de poelier weer op peil. We verstoren dit arcadische tafereeltje maar niet.

Nog even verder langs de Ringsloot en dan dwars door de droogmakerij over een lijnrechte dijk. Het voormalige meer is door de dijk in tweeën gehakt. Niet gevoegd naar Coberghers vierkantenspel maar er onverbiddelijk dwars doorheen. Hier loopt de Schreve, de grens die de Moeren in Belgisch en Frans Vlaanderen verdeelt. Het karrenspoor op de dijk is vanochtend door een loodzware tractor opengereten. Zelfs een mountainbiker trapt hier niet meer. Hij holt verder met de fiets over de schouders. Nergens doorsnijden sloten deze dijk. Het is duidelijk, hier wordt nog niet over de grens samengewerkt. Fransen malen Frans land droog en de Belgen alleen Belgisch. Het contrast tussen de beide landen is groot. Aan Belgische zijde bepalen statige bomenlanen met berijpte populieren het beeld. Over de grens ligt het polderland er wit en bloot bij.

In de eerste jaren na Coberghers drooglegging was de grens niet zo duidelijk als hij nu lijkt. Al vrij snel begon de Franse Zonnekoning delen van Vlaanderen in te lijven. Dat ging met horten en stoten. Zowel Vlamingen als Fransen zetten om beurten De Moeren onder water om steden als Duinkerken en Veurne te verdedigen. Acht jaar na de drooglegging liep de polder vol. Bijna tweehonderd jaar zou het gebied onder water staan. In de kerktoren van het dorp Moeres huisde zelfs een kolonie zeerovers. Pas tegen het einde van de 18de eeuw was de politieke situatie weer zo stabiel dat de Hagenees Vandermey geld in de drooglegging wilden steken. Boeren trokken weer de zuigende modder in om uitdijende bossen van wilde wilgen te kappen en riet te verwijderen. Nog voor de tweede drooglegging een feit was stroomde het zeewater binnen. Ditmaal moest de graaf van York op afstand gehouden worden. Veel hielp het niet. Het land was wel geruïneerd door het zoute water. Tegen 1814 was het water weer zo zoet geworden dat men weer ging pompen. Maar opnieuw zorgden oprukkende Engelsen er voor dat de Duinkerkenaren de zeesluizen open wilden zetten. De opzichter DeBuyser zag het al voor zich; zijn werk voor tientallen jaren opgezout. Zijn pleidooi voor inundatie van de Moeren met zoet rivierwater overtuigde de stad. Zo kon acht jaar na later het werk van Cobergher eindelijk worden hersteld.

Steeds meer wint de zon aan kracht. Hele stukken ijs vallen van de telefoondraden. Gelukkig voor ons dwarrelen ze in verbrokkelde toestand op het hoofd. Waar een klinkerweg de Schreve kruist staat een café. Wandelaars zijn welkom, maar de deur is dicht. Met de neus tegen de ramen zoeken we tevergeefs naar de waard. Die haalt slaap in na het oudejaarsweekend. Of bezint zich op de euro. Op de volgende grensovergang nog een café. Ook die is gesloten. Aan beiden kanten van waar ooit een rood-witte slagboom de weg versperde, staat een benzinepomp. Overblijfsels uit een tijd dat zeulen met goederen over de grens nog geldelijk gewin opleverde. Het blote land moet trouwens weinig dekking hebben geboden aan smokkelaars. Spekkie voor de spiedende commies. Nee, die Schreve behoort over een tijdje helemaal tot het verleden. Dat voelen we aan de spiksplinternieuwe euro’s in onze zakken. De eerste euro scheppen een band met kasteleins en neringdoenden. ‘Hoe ziet jullie euro eruit,’ willen ze weten. Het omrekenen van de prijzen is nog niet overal ter hand genomen en vraagt veel rekentijd die wij begripvol uitzitten.

In Veurne galmt dansmuziek over het Middeleeuwse stadsplein. Jongens en meisjes draaien er rondjes op een kunstijsvloer, niet veel groter dan de oppervlakte van een ruime woonkamer. Het stadje lag tijdens de eerste wereldoorlog in het vrije België. Door een sluis in de nabijgelegen IJzer open te zetten, stuitte de snelle opmars van de Duitsers naar Parijs op ondergelopen land. De koning leidde het verzet vanuit Veurne. Beschermd door watervlakten hield het Belgische leger vier jaar stand op het kleine stukje Vlaanderen. Ook de Moeren vielen voor de zoveelste maal ten prooi aan het water. Nog twee keer zou er water vloeien in de Moeren. Dat was aan het begin en het einde van de Tweede Wereldoorlog.

In één nacht kwam de winter en in één nacht ging hij weg. Zwarte vette klei ligt te glimmen waar gisteren nog sneeuw lag. In de verte hoor je het gebrom van de tractor, die de klei omlegt. We kopen bij een boer aan huis nog een echte Cobergher paterkaas. Pas dan keren we terug naar het andere Holland.