Strokenverkaveling, Woerden

 Noord                                                                                                            West
 
Zuid                                                                                                               Oost

Ik sta begin april op het meest afgelegen punt van het Groene Hart. Het uitzicht over uitgestrekte weilanden doorsneden door sloten is wijds, vooral naar het westen en het zuiden. In het noorden zien we een rij bomen. Die staan op de scheidingskade tussen Utrecht en Holland. Dat was ooit de provinciegrens. Na de herindeling van 1989 hoort dit stuk land ook bij de provincie Utrecht. In het oosten zien we de bebouwing van Woerden. Om hier te komen heb ik drie kilometer over ontluikend gras gelopen. Ik ben vertrokken van de boerderij van Arie en Truus van der Lely, die aan de rivier de Oude Rijn in het zuiden ligt. Het hele stuk liep ik in een rechte lijn over hun land; een van het langste kavels in Nederland. De afstand tussen de sloten aan weerszijden van de kavel is maar veertig meter.

Dergelijk lange, smalle kavels zijn kenmerkend voor middeleeuwse veenontginningen langs de Noordzeekust, van Sleeswijk tot Calais. Vanaf de tiende eeuw ontgonnen kolonisten van elders in korte tijd alle veenmoerassen met toestemming van lokale machthebber. Men spreekt van de Grote Ontginning. De machtshebbers, hier de graaf van Holland en achter de scheidingskade de bisschop van Utrecht, verleenden de kolonisten het recht van opstrek. De ontginners vestigden zich langs veenriviertjes en mochten het moeras achter hun boerderij ontwateren door sloten loodrecht op de rivier te graven. De diepte van de kavels in de veenontginningen varieert naar gelang de omstandigheden. Op dit punt zijn de kavels 3 km diep, aan de andere kant van de scheidingskade, waar de bisschop de regels stelde, zijn de kavels maar honderd meter. Voor langste kavels in Nederland moet je naar Staphorst , waar sommige kavels bijna 7 kilometer diep waren.

Boeren op zo’n smalle en lange kavel is in tijden van schaalvergroting en intensivering een grote uitdaging. Vroeger kwam de boer zelden op de achterkant van het perceel, hooguit om een keer te hooien.  Het was er niet alleen ver weg maar ook zeiknat. Zijn melkkoeien hield ie lekker dicht bij huis. Eigenlijk doet boer Arie nog steeds hetzelfde.  Het achterste stuk land pacht hij tegenwoordig van Natuurmonumenten. Daar mag hij na 15 juni hooien en zijn pinken inscharen. Arie’s 65 melkkoeien zijn “wat steviger dan normaal”. Ze zijn zodanig geselecteerd dat ze de vier kilometer per dag wandelen, van de stal naar achter en weer terug, gezond doorstaan.  Dat levert Arie wel wat minder melk op.