Eilanden in de Gelderse Poort

Schenkenschanz omspoeld door het water van de RijnWaar de Rijn ons land binnen stroomt is altijd veel om water te doen geweest. Wie hield het langst droge voeten, de Duitse Duffelt of de Nederlandse Cirkul van Ooij? Of hoe laat je Russische tanks die oprukken naar de Randstad, verzuipen? Verder is in de Millingerwaard het eerste natuurontwikkelings-project dat bewust geschapen is, te beleven. Een savanne onder Hollandse luchten. Door meer regen  dreigen de polders in de toekomst weer onder water te lopen. Zullen de dorpen, net zoals het Duitse Schenkenschanz, als eilandjes in een watervlakte komen te liggen?

Een verhaal over een tweedaagse wandeling van Nijmegen naar Kleef door het rivierenlandschap van de Gelderse Poort met foto's, kaarten en beschrijving van de wandelroute

'Moet je doen, door de Gelderse poort langs de rivier naar Kleef. Het is een van mijn mooiste wandeltochten,’ zei een vriend ooit enthousiast. Nu pas volgen we zijn advies en lopen vanuit de Nijmeegse binnenstad steil omlaag naar de Waal. De brede rivier schuurt met een wijde bocht langs de gok- en eetgelegenheden op de kade. Hoog boven de rivier staat op de brug te lezen wie van wie houdt. Met ware doodsverachting zijn de liefdesverklaringen op de bogen gekalkt. We gaan onder de brug door en staan opeens buiten de stad. Op nog geen kwartier lopen vanuit het centrum kun je hier al dwalen langs de steile stranden van de rivier. In de verte zien we boven de ooibossen de eerste schoorsteen van een steenfabriek.

Op de dijk staat een streng gebouw van grauwe baksteen. ‘Hollands-Duitsch Gemaal,’ staat er midden op de muur geschreven. Bouwjaar 1933, het jaar dat Hitler Reichskansler werd. Zou hij bij de opening van het gemaal zijn geweest? Later lezen we dat hij werd vertegenwoordigd door de Ober-Regierungspräsident van Westfalen. De nazi’s probeerden zich, ten onrechte, op te werpen als de grote animators van het project dat een eind zou maken aan het gesteggel over wateroverlast tussen beide landen. De Duitse Duffeltpolder moest immers zijn water kwijt door de Nederlandse Ooijpolder. De pastoors van dorpen over de grens werden benaderd om vanaf de preekstoel te verkondigen dat het gemaal aan de Führer te danken was. Dat lukte niet echt.

Op de dijk is het een komen en gaan van fietsers en auto’s, maar de polder ligt er rustig bij. Het felgroene gras, net voor het eerst gemaaid, steekt af tegen schaapjeswolkenlucht. De dijk is nog gehuld in de gele zweem van boterbloem. Dan zien we iets vreemds: een stuk beton dat zomaar uit de dijk omhoog steekt. Onze fantasie krijgt geen kans, een bord legt alles uit: het is een bunker van de IJssellinie. Als de communisten de Amerikaanse atoombommen zouden trotseren moest het water van de IJssel de Russische tanks tot stilstand brengen. Een smalle rivier als de IJssel zou zoiets natuurlijk niet in z’n eentje kunnen. Maar Rijkswaterstaat stond voor niets. Door hier een paar grote caissons de Waal op te varen en tot zinken te brengen, was het mogelijk om al het Waalwater door de IJsselvallei naar het IJsselmeer te persen. Elk kwartaal werd deze manoeuvre geoefend, zonder dat de caissons tot zinken werden gebracht. Zo herleefde hier in onze jeugd nog even de glorie van de Hollandse waterlinies. Tijdens de Cubacrisis werden de eerste stappen gezet om de zaak onder water te zetten. Vijf jaar later was de IJssellinie ontmanteld. Zo snel kan het gaan.

Na de traditionele wandel-Duvel in dijkuitspanning Oortjeshekken komen we in het dorp Ooij. Als de waterstaatsingenieurs hun zin krijgen ligt het in de toekomst zo nu en dan als een eiland in het water. De polder die het dorp omgeeft is opvallend leeg. Op de hoger gelegen dorpjes Ooij en Persingen na geen huis of boerderij te zien. Wie laag in de polder bouwde kreeg het rivierwater over de vloer, ook toen geen graag geziene gast. In de 19de eeuw liet men de Ooijpolder jaarlijks voorzichtig onder water lopen door de dijk te verlagen. Dijkdoorbraken hadden in de jaren daarvoor veel levens gekost en de landerijen met zand bedekt. Door de Ooijpolder als overloop te gebruiken werd de kans op dijkdoorbraken verminderd en kregen de boeren gratis en voor niks vers rivierslib voor een rijke grasoogst. In de toekomst wil de overheid de Ooijpolder opnieuw als overloopgebied gebruiken. Opnieuw om te voorkomen dat de rivier de dijken zal breken.

Grenzen roepen vragen bij ons op. Wat maakt in één Europa, behalve een laatste wegkwijnende grenspaal, nog duidelijk wat tot voor kort verschilde. Ja, de ramen van woningen, daar zijn we het over eens. Maar zijn er meer meidoornhagen aan de Duitse kant van de grens of niet? We komen er niet uit. Een ding is wel duidelijk: de grens is een dijk. In 1835 waren de Duitsers het zat. Als de Hollanders bij hoge waterstand het water de Ooijpolder in liet stromen, moesten zij dat weten. Maar nattigheid wilde ze niet in de Duffelt. Op de grens werd een dwarsdijk, de Querdamm, aangelegd.

Bij het dorp Kerkerdom gaan we de wildernis in en laten het land achter ons, dat op allerlei manieren laat zien hoe de bewoners het moeizame evenwicht met de natuur hebben bewaard. De bloeiende meidoornhaag en de gemaaide wei maken plaats voor pluizend wilgenbos, stuivend duinzand en een Afrikaans ogende savanne. De knaagsporen van de radiogepeilde bever mogen dan moeilijk zijn te vinden, de kudde wilde paarden roept spontaan een oergevoel op. Wat past dat goed onder de Hollandse hemels. De natuur mag in de Millingerwaard weer doen wat het wil, dijken heb je er niet meer. Niet spontaan maar op initiatief van de mens. Je kunt je al heel moeilijk voorstellen dat hier tien jaar geleden nog uitgestrekte maïsakkers en eentonige graslanden lagen. Hier is het gedachtegoed van het plan Ooievaar uit 1986 voor het eerst toegepast. Dit visionaire plan van Delftse en Wageningse ingenieurs koppelde ruimte voor natuurlijke processen in de uiterwaarden aan vrij baan voor de landbouw binnendijks. De kracht van het water moet samen met de grazers het dichtgroeien van de uiterwaarden voorkomen. De plannen voor het binnendijkse lijken nu al achterhaald, steeds meer boeren stoppen ermee. Boven op het rivierduin kijken we uit over de rivier waar de binnenvaart onverstoorbaar zijn gang gaat. Water spat hoog op voor de boeg van een slanke vrachtboot. De vierkante duwbakken ogen daarbij vergeleken maar lomp en onnatuurlijk.

Voorbij Millingen zien we een groepje fietsers op de dijk staan. Daar moet het pontje over de een oude Rijnarm varen. De oevers liggen er bloot bij. Het duurt maar even en dan zijn we al aan de overkant. De veerman heeft nauwelijks tijd om zijn geld op te halen. Eenmaal afgemeerd is er de rust voor een praatje, niemand meer op de dijk die staat te wenken. De rivier lijkt nu een brede sloot waar je met een paar sprongen overheen springt, maar dat is niet altijd zo zegt de veerman. Bij hoog water, wanneer de uiterwaarden onder water staan: ‘Vaar ik helemaal naar het dorp,’ wijst hij in de verte. Dat dorp is Schenkenschanz, eenzaam gelegen op het schiereiland Salmorth. Dat betekent zoiets als het oord waar de zalmen leven. De daken en kerkspits steken boven een aarden wal uit, die op sommige plaatsen met een fonkelnieuwe vestingmuur is verstevigd. Als we het dorpje inlopen door een gat in de muur, komt een bejaarde man ons tegemoet. Hij laat ons zien dat het gat in de muur kan worden afgesloten met een stalen deur. Op de deurpost staat een peilstok. Jaartallen geven aan hoe hoog het water ooit kwam. Het record is in handen van 1995. Toen liep het dorp voor de tweede keer in een paar jaar onder. De bewoners van de Schenkenschanz worden sinds kort in hun strijd tegen het water geholpen door die moderne vestingmuur. Ook vroeger werd het uitzicht al bedorven. Niet door beton maar door een aarden vestingwal. Alleen aan de zuidkant van het dorp is daarvan nog wat terug te vinden. Heel anders dan op oude tekeningen. Daarop maakt de schans met zijn hoge wallen nog een onoverwinnelijke indruk. Op die tekening is ook te zien waarom hier in de wei, zo ver van de rivier een imposante vesting verrees. De Schenkenschanz lag ooit op de splitsing van Waal en Rijn. Die is inmiddels door de mens geholpen een paar kilometer opgeschoven. Buiten het dorp kijken we nog een keer om. Zullen alle dorpen in de Ooijpolder zo’n betonnen ommuring krijgen? Onvoorstelbaar is het niet als je weet hoeveel hier al met water is geschoven.