Paardenbak, Haarlemmermeer

 

Ingeklemd tussen Amsterdam en de uitdijende nationale luchthaven ligt nog een klein stukje oorspronkelijke Haarlemmermeerpolder. Die polder, in 1852 drooggelegd, was tot zo’n veertig jaar geleden vooral een boerenparadijs. De vruchtbare grond stond garant voor veel “graan voor visch”. Door een speling van het lot is juist het onland aan de oever van het meer gespaard uit de muil van Schiphol. Achter de bomenrij in het zuiden en oosten ligt nu het patserige golfterrein “The International”. De harde balletjes vliegen rond op de plaats waar het ophoogzand voor de luchthaven vandaan kwam. Twintig jaar geleden is de zandwinplas, die daarbij achterbleef, volgestort met het bouwpuin van Amsterdam. Geboerd wordt er allang niet meer op het gras dat op de foto’s te zien is. In het oosten scharrelen wat schapen, in het zuiden zijn twee paarden te zien. Ook zijn er in de weilanden een paar plassen uitgegraven om vogels een rustplek te bieden. In 1982 trok de familie de Jong in het huisje met paardenbak dat ten zuiden van het standpunt te zien is.

Het is een van de ruim 80.000 plekken in Nederland waar alles bij elkaar zo’n 450.000 paarden gehouden worden. In twee van de drie gevallen gaat het om burgers die louter voor hun plezier enkele paarden houden. Ook de paardenbak van de familie de Jong hoort daarbij. Hier strekken de ruinen, Tobias (16) en Zimmore (11), dagelijks hun benen. Moeder Ans laat trots haar beide Fjordenpaarden zien, een Noors ras dat dicht bij het wilde Przewalskipaard staat. Ze hebben mooie pony’s  en een fraaie donkere streep op hun rug. Nu het zo nat is buiten staan de ruinen op stal. Dat is niks voor hen. Binnen is het veel te heet, zeker nu het zo zacht is. “Vorige week hebben we hun dichte wintervacht moeten wegscheren. Ze stonden te zweten als otters,” verzucht dochter Masha. Ze kan niet wachten tot het droog genoeg wordt voor haar grote passie: de marathon enkelspan mennen. Om in goede conditie aan de start te komen, moeten er nog heel wat kilometers gemaakt worden met Tobias voor haar karretje. “Diegene die het snelst twee trajecten vol met natuurlijke hindernissen aflegt, wint”. Dat kunnen diepe plassen zijn of een smal kronkelpad tussen de bomen. “Als je niet oppast, kantelt je wagen met paard en al!  Ik heb wel eens met paard en al ondersteboven in de sloot gelegen.”