Juni 1944 Atlantikwall roept uiteindelijk afschuw op

Zeventig jaar geleden landden de geallieerden op de stranden van Normandië en een klein jaar later stonden de Russen in Berlijn. OLV volgt vier nummers de weg van de Atlantikwall naar de Brandenburger Tor. In dit nummer de plek waar de Duitsers dachten dat de Geallieerden zouden landen, de stranden langs het Nauw van Calais. Ze bouwden er een schier onneembare vesting. Tot hun verassing kwamen de Geallieerden pas veel later en niet over zee maar van land. Je kunt er heerlijk wandelen over de kliffen en witte stranden langs Grande Randonée du Litoral. Ook kom je hele ritsen bunkers tegen. De ene nog groter en dikker dan de ander. Die roepen tegenstrijdige gevoelens op.

Meer foto's

Even verderop kringelt witte rook uit fabriekspijpen en gaan op in de onheilspellende wolken boven de stad Calais. De glooiende duinen zien geel van de ratelaars. Er is geen mens te zien of te horen. Dat is in het jachtseizoen wel anders; dan klinkt geknal uit de kleine bunkertjes langs de vele waterplassen. Op een luchtfoto lijkt het wel een serie bomkraters, volgelopen met water. Maar de plassen zijn gegraven om trekkende eenden en ganzen te verleiden om in het schootsveld van de jagers neer te strijken. Nu zien we er alleen lokeenden. Tussen 1941 en 1944 gebruikte de Duitse bezetter veel grover geschut. Binnen een paar kilometer komen we de vijf betonnen kolossen tegen die samen Kustbatterie Oldenburg vormden. In elke betonkolos zit aan de zeezijde een soort lege oogkas, een gapend gat waar ooit een stalen geschutskoepel uitstak. In een van de ‘kassen’ is net een Duitse man in camouflagepak verdwenen, op zoek naar het verleden. Of is het zijn verleden, we weten het niet. Wij klimmen achter hem aan en kijken richting zee. Vreemd genoeg is het water niet te zien. De vijand moet ongemerkt het strand op hebben kunnen sluipen.

Rommelasperges

Wandelend over de GR du Littoral van batterij Oldenburg naar Batterie Todt, 30 km zuidelijker, komen we dezelfde groepen bunkers nog drie keer tegen. Daar tussen wemelt het van de kleinere bunkertjes. Waarom zijn er zo weinig bunkers bij de stranden? Op een oude foto zien met een strand vol houten palen. Mannen in lange zwarte leren jassen op inspectie lopen er tussen door. Voorop generaal Rommel wiens naam is verbonden aan deze hinderlijk palen, de Rommel-asperges.  Op de stranden is geen asperge meer te vinden, wel zien we stukken beton en ijzer tegen. Op een roestige granaat groeit zeewier.

Op het strand onderaan de hoge klif van Cran de Quette liggen manshoge roodbruine rotsblokken als mega-eieren over het steile strand gestrooid. Springend over rotsblokken, weg zakkend in het grove grint en kruipend over de steile helling, banen we ons moeizaam naar boven. Ook zonder de bunkers boven ons voelen we ons klein en kwetsbaar. Hijgend kruipen we over de rand om langs de rand van de klif verder te wandelen. Geen wonder dat Churchill en Roosevelt hier hun mannen niet naar boven joegen. Om de afschrikkende werking te benadrukken, en het thuisfront op hun gemak te stellen, had het Propagandaministerie de verdedigingslinie Atlantikwall gedoopt. Nadat Hitler zijn poging om Engeland te veroveren had gestaakt, werden de batterijen die de aanval op Engeland moesten ondersteunen, omgebouwd om Engeland te bestoken. De geschutskoepels van de slagschepen die naar Engeland zouden opstomen, eindigden in de ‘oogkassen’ van de batterijen langs de kust.

In maart 1942 gaf Hitler de opdracht om de verdedigingslinie uit te breiden van de Noordkaap tot de Spaanse grens in het zuiden. Begin 1944, toen de angst voor een invasie op de westelijke stranden groeide,  kreeg generaal Rommel de regie. Vooral dit stukje Kanaalkust kreeg de meeste aandacht van de generaal.  Zelfs na D-Day dachten de Duitsers dat de Geallieerden ook hier zouden toeslaan. Dat gebeurde pas veel later. Tot eind september 1944 lieten ze de kuststrook tussen Duinkerken en Boulogne-sur-Mer links liggen. Pas na de mislukking van Operatie Market Garden werden de Duitse batterijen langs het Nauw van Calais in de rug aangevallen door de Canadezen en in korte tijd onschadelijk gemaakt.

Nazi Mega Structures

Boven op de kliffen golft het Franse land, daaronder glinstert de zee. Witte ferryschepen komen en gaan, hun buiken vol met auto’s en passagiers. Het graan is op sommige velden al een beetje aan het kleuren, het gras nog vitaal groen. Soms zijn de weilanden pokdalig van de bominslagen. Een witte schelpenpad voert ons er tussen door. Grijs beton in allerlei soorten en maten steekt er bovenuit. In de verte liggen een paar hele grote. Op een daarvan staat een macaber woord in grote letters: TODT. Het is geen verwensing gericht aan de Engelsen, maar de naam van de Nazi ingenieur en Minister van Bewapening, Fritz Todt, die hier wordt geerd. Aan hem hebben we niet alleen het Autobahnnetwerk te danken maar ook een gestroomlijnd aanneembedrijf, Organisation Todt, dat met inzet van een continue stroom van dwangarbeiders, de Atlantikwall uit de grond stampte. Nu is het Musée du Mur de l’Atlantique in de deze batterij gevestigd. We lopen door zalen vol met allerlei opgepoetste wapentuig. Op de bordje lezen we over millimeters kaliber, tonnen gewicht en kilometers draagwijdte. De grootste blikvanger staat voor de deur. Maar liefst 2 x 12 assen dragen een spoorwagon met een loodzwaar kanon. Dit Krupp K 5 kanon weegt 218 ton en de granaten werden tot wel 86 km weg geschoten. Het was zo zwaar dat het alleen kon schieten in de richting van de spoorstaven. Het kanon kon niet op de wagon draaien, want dan zou het door zijn gewicht van de spoorstaven kantelen. Twee dagen lopen langs de Atlantikwall en ons bezoek aan dit museum laten ongemerkt een zekere bewondering voor het technische vermogen van de Duitsers in ons sluipen. Het gevoel waar TV programma’s zoals Nazi Mega Structures van National Geography hun kijkers mee trekken.

Tallboys

Pas de volgende dag, als we twintig kilometer landinwaarts Blockhaus d'Eperlecques bezoeken prikt het naargeestige verleden door deze bewondering heen. In het frisgroene beukenbos staat de overtreffende trap van betonnen bunkers die we eerder bezochten. Maar liefst vijf meter dik zijn de wanden. Daarbinnen, in een fabriekshal krijgt eindelijk de afschuw de overhand. Hier is het Vergeltungswaffe Zwei, een V 2 raket, op ware grootte geprojecteerd op de achterwand. Ooit had deze 20 meter hoge hal helemaal vol moeten staan met zo’n honderd van deze raketten. Dagelijks zouden maar liefst zesendertig van deze dood en verderf zaaiende mega-sigaren op de Engelse steden zijn afgevuurd uit deze industriehal des doods. Hier beseffen we dat al die kanonnen langs het Kanaal niet alleen de bedoeld waren om de Geallieerden van het lijf te houden, maar ook om dood en verderf langs de Engelse kust te zaaien.

Een spoorlijn en ondergronds station zorgden de constante aanvoer van rakketten. Daar zouden ze rechtop een lopende band gezet zijn, die langzaam naar de lanceerplaats voerde. Op die band werden ze voorzien van dynamiet en brandstof.

Buiten het Blockhaus zit een enorm gat in het beton. Ook zijn sommige van de dakplaten verschoven. Er groeien boompjes uit. Op 28 augustus 1943, het werk van dwangarbeiders en ingenieurs zat er bijna op, vernietigde Amerikaanse bommenwerpers het stationsdeel van de bunker. De aanvoer van rakketten stopte, er zou alleen nog maar vloeibare zuurstof, de brandstof van de V2’s, gefabriceerd worden. In juli 1944 stopte ook dit deel van de vernietigingsindustrie In Eperlecques. Toen lieten de Britten hun aardbevingsbommen, Tallboys, los boven Eperlecques. De trillingen van inslagen waren zo heftig dat de Duitse ingenieurs vreesden dat hun vaten met vloeibare zuurstof zouden exploderen.

Witzand

Landschappelijk het meest afwisselend is het traject tussen de beide kapen, Cap Blanc Nez met zijn hoge witte krijtrotsen en Cap Griz Nez met zijn lagere grijze kliffen. Steil dalen we af naar het strand, dat net zo wit is als de naam van het badplaatsje Wissant aangeeft. We lopen op deze zomerse Hemelvaartsdag zeker niet alleen. Voorzichtig stappen we tussen de dunne draden van de kitesurfers door. Verderop liggen mensen te zonnen in de luwte van een bunker die zo van een duin lijkt te zijn gegleden. De beukende gloven dringt de duinen duidelijk in de verdediging. Aan de boulevard van Wissant eindigt een houten trap een meter boven het strand. Waar zijn de bunkers gebleven die hier jaren geleden op het brede strand lagen?, vragen we de van de zon genietend dagjesmensen. “Die heeft de burgemeester een paar jaar geleden weg laten halen, ze vormde een gevaar voor de badgasten.” lachen ze ons toe. Ook elders is het afkalven van de duinen en kliffen te zien. Hoog aan het klif bungelt de helft van een bunker. Het beton lijkt met een gigantische valbijl door midden gekliefd. Je kijkt zo een knus ogend kamertje in. Vanaf Cap Blanc Nez is een groot rond meer te zien, aangelegd voor de bouw van de Chunnel. Het batterij Sangatte zijn daarbij verdwenen. Zo verdwijnen de Nazi Mega Structures langs het Nauw van Calais langzaam maar zeker, net als de herinnering aan het dood en verderf dat het wapentuig te weeg bracht