Terug naar Egbert Kunst (I.M.): Het populairste langeafstandswandelpad van Nederland

Brink van Rheeze ala Egbent KunstHet Pieterpad is bijna even oud als het 35 jarige Op Lemen Voeten. Hans Farjon liep samen met fotograaf Wim van der Ende een van de mooiste etappes: van Hardenberg door het zomerse Vechtdal naar Ommen. Wim is vanaf het eerste uur nauw betrokken bij dit lange afstandswandelpad. Het gesprek gaat over de betekenis van het pad  en hoe het landschap langs de grootste kleine rivier van Nederland veranderd is. Ook halen we zijn herinneringen aan collega-fotograaf en oud redacteur Egbert Kunst op, die een hele serie verhalen over de Nederlandse LAW paden voor OLV schreef.

 

De ‘sneltrein’ uit Zwolle stopt op elk stationnetje. In tegenstelling tot de doodse stoptreinhaltes elders floreren hier de stationsrestauraties. De vrije tijdseconomie bloeit in het Vechtdal. Maar liefst een op de tien mensen werkt in de gastvrijheidssector. Kennelijk is dat nog niet genoeg. Overal wapperen frispaarse vlaggen het merk Vechtdal aan te prijzen. Buiten de dorpen is er niets meer van dat alles en prijst alleen het prachtige landschap zich zelf aan. Het veelkleurige groen van bossen, struwelen, houtwallen en bomenrijen is weelderig.  Hoog opgestoven rivierduintjes, zandverstuivingen en de bolle akkers naast zompige laagten van oude rivierarmen versterken de afwisseling. En voor een streek met zoveel campings, hotelletjes en vakantiewoningen is het verassend stil op deze zonovergoten augustusdag. Af en toe slingert een fietsend gezin met jonge kinderen ons voorbij. De Sprookjescamping weet  de duizenden bewoners zodanig in zijn ban te houden dat zij nauwelijks het terrein verlaten. Alleen het zachte getingel van een draaimolen verraadt dat het daar plezierig toeven is.

Kronkelende lijn

“Kijk ik heb de mooiste atlas van Nederland meegenomen”. Voorzichtig haalt Wim een kloek deel van een historische atlas uit zijn rugzakje. Het landschap van begin 20ste eeuw is er in vastgelegd. Om zijn verwondering te kunnen delen heeft de beroepsfotograaf zelfs zijn zware apparatuur thuis gelaten. Foto’s maakt hij die dag met een minuscule camera die met plakband in elkaar is geplakt. “Je kan hier goed zien hoe mensen eeuwenlang samen met de natuurlijke elementen dit landschap hebben geboetseerd”. Liefdevol volgt zijn wijsvinger de kronkelende lijn van de rivier de Vecht over het kaartblad Hardenberg uit 1904. Een paar pagina’s terug, op kaartblad Ommen uit 1908, is de rivier al langs een liniaal gelegd. De kronkelwaarden van de Junner Koelanden liggen er nu verloren bij. Het rivierwater schuurt niet meer door de lange buitenbochten om het meegevoerde slib verderop langs de binnenbocht te laten vallen. Wat had hij toen daar graag willen rondstruinen door die geurende hooilanden.

 

Een voet steekt uit het donkerbruine water

Toch is de gekanaliseerde Vecht zijn kuren niet kwijt. “Toen ik nog voorzitter van de Werkgroep Pieterpad was, kreeg ik een brief van een wandelaar die was vastgelopen op de buiten zijn oever getreden stroom.  Zelfs de brug bij Hardenberg stond op instorten.” Om te voorkomen dat het Vechtwater niet verder buiten zijn bedding stijgt in de komende decennia met meer plensbuien, voert Rijkswaterstaat het programma Ruimte voor de Vecht uit. Net buiten Hardenberg is dat te zien. Naast de brug steekt een grote blote voet van wit polyester uit het donkerbruine rivierwater. De integrale aanpak van de rivier betekent niet alleen het graven van nieuwe geulen, maar ook dat er andere cadeautjes zoals dit kunstwerk en, even verderop, een wildwaterbaan worden uitgedeeld. Daarmee proberen de ingenieurs draagvlak voor hun gegraaf te verwerven. Het pad is omgelegd en voert nu door wat prozaïsch het Rivierpark Hardenberg is gedoopt. Roodbonte Hereford koeien doen zich te goed aan het lange gras dat is opgeschoten na de grafwerkzaamheden. “Ze rukken op in Nederland,” zegt Wim, “hun maag kan het stugge natuurgras veel beter verteren dan de Hollandse melkkoeien uit de wei. En ze blijven ’s winters op hun post”.

Wandelambtenaar

“Ik liep Toos tegen het lijf bij het NIVON waar ik in 1980 net was aangenomen.” De Tilburgse domineesvrouw Toos Goorhuis liet hem een ringbandje zien waarin ze samen met haar vriendin Bertje Jens uit Groningen een 492 km lange wandelroute van Pieterburen naar de Sint Pietersberg had beschreven. Het idee was ontstaan op een van hun wandeltochten. Vier keer per maand trokken de vriendinnen er samen op uit. “Op dat moment dachten ze nog helemaal niet aan een gedrukte uitgave. Ze wilden de route als fotokopietjes onder vrienden en familie verspreiden.” Toentertijd hadden leden  van het NIVON al een paar lange afstandspaden uitgezet, die hun Natuurvriendenhuizen met elkaar verbonden. Bij Wims aantreden borrelde er al meer op wandelgebied. Verschillende organisaties vroegen tegelijkertijd subsidie aan bij het Ministerie. “De wandelambtenaar die daar toen zat trok dat niet,” zegt Wim olijk kijkend over zijn blauw omrande bril, “hij stuurde ons terug met de boodschap dat we samen maar met een plan moesten komen. Zo is Stichting LAW, de voorloper van Wandelnet, ontstaan.” Samen tekenden ze in 1983  een compleet netwerk van lange afstandspaden. Twintig jaar later met de opening van het Marskramerpad was het werk af: 7000 km pad was met wit-rood in het veld gemarkeerd en beschreven in de bekende gidsen. Het pad van Toos en Bertje was de eerste lange doorgaande route en is nog steeds de bekendste. Het NIVON wilde wel optreden als uitgever van de gidsen. “Dat kostte niet veel moeite. Toen ik van een LAW vergadering terugkwam met de boodschap dat alle paden in twee richtingen beschreven diende te worden, gingen de dames goed gemutst weer op stap om al die  kilometers in de andere richting te documenteren. Wel moest ik mijn bestuur overhalen. Dit pad deed slechts één  Natuurvriendenhuis aan. ”

GPS voor dialecten

Bij de stuw van Junne schittert het snel stromende water van een brede vistrap in de zon. Een groepje zwartbonte koeien zoekt verkoeling in het heldere water. De rivier zelf ligt er rustig bij. De plek verleidt wandelaars en fietsers om even uit te rusten en over het water te staren. We zijn een eindje opgelopen met een stel uit het Limburgse Boxmeer. Hun Duitse Kwartelhond heeft ons op een recht stuk door boswachterij Hardenberg ingehaald. Dan blijkt Wim een ‘GPS voor dialecten’ te hebben. Net heeft hij een vrouw in het Saksisch proberen te verleiden om zijn schoenen te ruilen voor haar fiets, nu schakelt hij naar het Lèmbörgs om de hond toe te spreken. De wandelaars zijn dit jaar gestart in Pieterburen en lopen het pad in blokken van drie dagen. Vandaag is hun hond voor het eerst mee. “Het Pieterpad lijkt wel een magneet voor bed & breakfast gelegenheden. Tot nu toe hebben we direct langs de route lekker kunnen slapen. Dat moet goeie handel zijn.” verzucht de vrouw.

Enorme borstels
Op deze etappe liggen de mooiste toeristische voorzieningen langs de brink van het gehucht Rheeze. Rietgedekte boerderijen staan in een ruime kring rond een centrale weide omzoomd met statige bomen. “Kijk daar is de boerderij die Egbert voor zijn verhaal in Op Lemen Voeten heeft gefotografeerd.” roept Wim enthousiast. We zoeken exact de plek van waar eenendertig jaar geleden de wandelende fotograaf zijn foto schoot. Niets van het beeld blijkt veranderd. “Toen ik Egbert Kunst en zijn vrouw Atty leerde kennen via Toos, zag ik de overeenkomsten in onze fotografie. We hadden toen dezelfde kijk op het landschap. En hij fotografeerde met zo’n mooie Leica!”  Nu fotografeert Wim anders. Terwijl ik zo exact mogelijk de foto van Egbert probeer over te maken, doet Wim juist een paar stappen terug. Door de boom aan de andere kant er bij te pakken, plaatst hij de boerderij in zijn context.

“Elke keer als mijn kapper vraagt of hij mijn wenkbrauwen zal bijpunten, denk ik aan Egbert. Hij koesterde zijn enorme borstels, geen kapper mocht daar zijn schaar inzetten.” Toen hij gepensioneerd was. heeft hij zich volledig op het fotograferen en het lange afstandswandelen gestort. Vanaf het allereerste begin tot eind 92 staat zijn naam in het colofon van OLV. Bovendien was hij de fotografische kurk waar het blad al die jaren op dreef. In een nummer tel ik maar liefst drie van de vijf artikelen geïllustreerd met fraaie zwart-wit foto’s van zijn hand. Pieterpad, Noorse Alpen en Waterland, hij reisde kennelijk heel wat af.

“Hier kun je goed zien dat het boerenbedrijf steeds verder los van de natuur is komen te staan.” De uitgestrekte gemillimeterde grasvlakte zonder koeien doet een beetje pijn aan onze ogen. “Dat was dertig jaar geleden wel anders. Het is allemaal groter en eenvormiger geworden op de boerderij” bromt Wim op mijn vraag wat de grootste verandering in het landschap langs het Pieterpad is. Maar eerlijk gezegd is daar in het Vechtdal verder niet veel van te zien. Echt grote stallen kom je hier nauwelijks tegen. Even voorbij het gehucht Junne slaan we de Marslaan in die langs een boomweide voert. Hier komt de fotograaf echt tot leven. Wim richt zijn toestelletje op de kudde roodbonte pinken die prachtig kleurt bij het zomerse groen. Een rustiek plaatje dat ook Egbert niet zou versmaden.