Boven murmelt het water

Elzespaden in de PilionWandelen in Griekenland, een van de heetste landen van Europa, valt daar wel plezier aan te beleven? Ook zomers – en de zomer duurt hier lang - is het mogelijk als je maar vroeg opstaat en vanaf de kust een paar honderd meter omhoog de bergen in trekt. Daar stroomt het water dat leven geeft en zorgt dat de paden begaanbaar blijven. Overal vind je nog sporen hoe dat water werd gekoesterd.

Meer foto's

Het is vanaf de eerste dag bloedheet in Griekenland. In zee staan oudere Grieken urenlang met elkaar in het water te kletsen, badmutsen op. Het verkoelt en het kost niks. Alleen daar of onder oude plantanen op het dorpsplein of diep in de nacht is het buiten uit te houden. Niet koel, alleen wat minder heet. Wat ook helpt is dat het langs de lange Griekse kust altijd waait. Ook nu staat er een aangename bries. Het helder blauwe water van de Pagasitikos Golf in de verte schittert in de zon. De branding is al te ver weg om hier nog het geruis te kunnen horen. Hier is het rustig. De vakantievierders in de badplaatsen slapen op dit uur, net als de Grieken. Het café is nog gesloten; een kop koffie zit er niet in. Ik ben vroeg op gestaan en volg  een stoffige weg die door grijsgroene olijfboomgaarden omhoog slingeren. In de bomen hangen plastic jerrycans met een doodskop erop. Waarom is mij niet duidelijk, want een bikkelhard olijfje van de boom pikken is sowieso niet erg aanlokkelijk.

Kaleméra

Ik ben op zoek naar een oude spoorbaan die hier boven moet lopen. Die flauw oplopende baan maakt het mogelijk om zonder al te veel gezweet naar het  oude dorp Miliés te lopen. Na een bocht spuit een dikke stroom water uit een boomgaard de weg over. “Kaleméra”, groet ik een man met snor die met zijn hak snel een dijkje vormt. Het water verdwijnt nu in een pijp onder de weg door. De stroom over de weg valt snel droog. “Waar gaat dat water naar toe?” gebaarvraag ik hem. Hij  wijst ver in de diepte waar zijn olijfbomen staan. Nieuwsgierig naar waar het water vandaan komt, laat ik de weg achter me en klim de boomgaard in om het snelstromende water te volgen. Het valt nu op dat elke boom hier op een eigen terrasje staat. Zo krijgt het irrigatiewater de tijd om naar de wortels van de dorstige boom te sijpelen. Hogerop leidt de stroom naar een lange betonnen goot die steil verder naar boven loopt. Het is nu wel duidelijk dat dit water heel wat kilometers verderop uit een beek is geleid. Hoeveel kilometer  kom ik niet te weten want de spoorlijn is er eerder dan de beek. Een roestige goot voert het water hoog over de spoorbaan. De goot loop over de rug tussen twee dalen in. Zo kan je er alle kanten mee op.

Draaischijf

Er ratelt net een mini-locomotief voorbij. Twee mannen in korte broek zwaaien me vanuit de citroengele cabine toe. Ik stap op het spoor en zet de achtervolging in die ik niet wil winnen. Het uitzicht is hier fenomenaal met de zee en het strand beneden en de groen beboste toppen van het Pilion gebergte boven me. De lange bochten van de treinbaan zorgen er voor dat het perspectief steeds wisselt. De witte koepel van een kapel zie ik dan wel en dan weer niet. Spannend zijn de passages over de stalen bruggen, waar je in de afgrond staart en de tand des tijds het harde staal zichtbaar doet verdwijnen.  Later spreek ik de rondborstige Nicolaus op het eindstation van Miliés. Met een collega-vrijwilliger keert hij het locomotiefje op een draaischijf. “Deze spoorbaan is rond 1900 aangelegd om de olijven naar de haven van Volos te vervoeren” zegt met Nicolaus. “In de jaren zestig werd het vervoer met vrachtwagens zo concurrerend dat de trein stilviel”. Nu rijdt de trein weer voor toeristen én voor vrijwilligers die nooit met treintjes zijn uitgespeeld.

Platéia

In Miliés murmelt overal het water, in  bronnen, beekjes en wasplaatsen. Ook hier koesteren de bewoners elke druppel water. Ze hebben muurtjes van grijze kalksteen gestapeld om het water hun wil op te leggen en het daar te krijgen waar het meeste nodig is. Zo staat er hoog boven het pad een wit huis met een groot ijzeren waterrad. Er bruist geen water uit de roestige goot. Het rad staat stil. Hoe lang kan het oude vrouwtje dat er rondscharrelt niet vertellen, wel dat het rad ooit een olijvenpers aandreef. De paden en trappen in het dorp zijn met dezelfde toewijding verhard als de watergoten. Wat zal het een werk zijn geweest om de grove stenen zo precies in elkaar te leggen! De paden voeren naar het dorpsplein. Vier eeuwenoude plantanen met een enorme spanwijdte beschermen  de drie grote terrassen op dit plein tegen de brandende zon. Je vindt plantanen op alle Griekse pleinen. Niet voor niets noemen de Grieken een dorpsplein naar die boom een “platéia”. Onder de bom en is het leven is eindelijk een beetje op gang gekomen. Twee vrouwen doppen hun peulen. Scharminkelige poezen, veelal in de jonge leeftijdscategorie, scharrelen rond. Een oude man nipt aan zijn eerste ouzo. Wij bemachtigen onze eerste koffie.

IJzeren gordijnen

 “Auw!”roept Yvonne. Een van de vele lange bramenlianen wil haar niet meer los laten. Zonder leren handschoenen is het een hachelijke klus om haar uit de doornige omhelzing te bevrijden. Hier is het pad volledig overgroeid. Verderop is het pad weer duidelijk maar de eigenaar heeft alle eucalyptusbomen een jaar geleden gekapt maar nog niet weggesleept. Ze liggen als een enorme bos mikado-stokken over het pad. Met veel overleg kom je er overheen, maar zo tikt de klok harder dan de bewegwijzering aangeeft. Hoe verder we boven het dorp komen hoe meer hindernissen we op onze route tegen komen. Boven het dorp loop je aanvankelijk nog over prachtig bestrate paden, die ze hier  “kalderéme” noemen. Vroeger was het hier een komen en gaan van mensen en ezels die zich naar hun boomgaarden en akkers begaven. Nu kom je alleen af en toe een paar kersenbomen of een afgelegen wijngaard tegen waar een paar oudjes zwijgend hun werk doen. Van werkeloze jonge Grieken die vanwege de crisis weer naar het platteland trekken, is hier geen sprake. De enigen die zich hier vestigen zijn de rijkere Grieken die zich een zomerhuis met een schitterend zicht op de zee kunnen veroorloven. Maar ook daar is stevig de klad in gekomen. Betonnen staketsels die boven de groengele kastanjebomen uitsteken zijn de stille getuigen van de verpulvering van de Griekse middenklasse. Ook beweiding met schapen en geiten kom je in de hoge delen van de Pilion niet meer tegen. Da’s jammer want hun eeuwig malende kaken houden de paden nog wel vrij. Waar de geiten nog wel aan de struiken knabbelen is ook niet alles ten gunste van de wandelaar veranderd. Op het eiland Skyros heeft de herder met hond het loodje gelegd. De hond is vervangen door een four wheel drive. Lange onneembare hekwerken zorgen nu dat de geiten van de verschillende eigenaren niet door elkaar heen gaan lopen. Voor de wandelaar levert deze “ijzeren gordijnen” een andere onneembare hindernis op.