Klein Venetië op het droge

Comacchio het stadje in het zuidelijke deel van de Po delta lijkt op Venetië, maar dan zonder drommen toeristen. In de omgeving kun je wandelen langs lagunes waar duizenden flamingo’s rond waden. Je hebt er ook polders in allerlei soorten en maten.

Verschenen in Wandelmagazine 18-2

Meer foto's

Heeft u ‘la Donna del Fiume’ gezien, een film uit 1954 met Sofia Loren in de hoofdrol? Nee, nou wij ook niet, althans tot voor kort. We zagen het intro in de conservenfabriek van Comacchio waar de scenes werden opgenomen. Nu een museum, maar ooit een plek waar ze een overvloed aan vuistdikke paling in blikjes stopten. Op het filmdoek vaart een houten praam vol kronkelende palingen de fabriek binnen. Als een Italiaanse Elvis springt Rik Battaglia aan wal en kamt nog even snel zijn kuif. Veel oog voor de oude mannen die, tjakk, met een scherpe bijl, de kop van de aal hakken, heeft hij niet. ‘Elvis’ is op jacht naar het mooiste meisje van de fabriek. In de hitte van de fabriekshal draait de wonderschone Sofia Loren spiesen met paling langzaam rond boven het vuur. Op het ritme van de mambo dartelt ‘la Donna’ op haar houten sandaaltjes weg van haar aanbidder. Uitgelaten verlaten we de filmzaal. We willen ons onderdompelen in het vlakke land vol lagunes en ruige moerassen, het decor van de film.

Een lange strakke dijk voert ons door het filmlandschap. Heerlijk stappen met de zon in de rug langs verlaten zoutpannen waar een oude wachttoren is omgetoverd tot vogelkijkpost. Een zwerm roze flamingo’s klapwiekt over het open water. Later staan ze rustig te vissen met hun snavels ondersteboven in het water. Als we dichter bij komen lopen ze met statige pas een stukje van ons vandaan. Onder aan de dijk scharrelt een zwart-witte vogel met lange rode poten: de cavaliere d’Italia of steltkluut op zijn Nederlands. Zijn wij in Nederland ook zo chauvinistisch? Oké, wij hebben de Vlaamse Gaai, maar die hoort sinds 1839 bij België

Bilancioni

Gevist wordt er nog steeds in de lagunes en kanalen. Geen beroepsvisserij, maar ook een echt mannending. Dat gaat zo: een paar vrienden bouwen samen een keet op palen in het water, een bilancione. Daar gaan ze in het weekend drinken en kletsen. Onderwijl laten ze een reusachtig schepnet te water met behulp van een generator. Zo nu en dan halen ze het omhoog om de vangst er met een schepnetje uit te wippen. Visjes, niet groter dan een vinger lang, gaan met kop en al de frituurpan in. Dikke paling stoven ze in een witte wijnsaus. Langs de dijk ligt een lang lint met van die rommelige bilancioni op palen. Nieuwe bouwsels worden door de overheid niet meer toegestaan. Alleen bestaande visketen worden gedoogd. “Kom maar binnen”, wenkt Beppe. Hij en zijn zes gepensioneerde vrienden zijn de zaak een beetje aan het opruimen. Het witglinsterende net hangt werkeloos boven het water. Van 28 maart tot 31 mei mag er niet gevist worden. “Maar ook in het seizoen houden we ons aan de regels, als de vis te klein is gooien we ze terug in het water”, zegt hij streng. Op de muur hangt een lijstje, de paling moet minstens 30 cm zijn. De lange eettafel staat vol met aangebroken drankflessen. “Zin in een espresso met een grappa? Daar gaan jullie nog beter van lopen” grinnikt Beppe terwijl hij zijn vrienden op ons verzoek naar de loopbrug roept voor een foto.

De polder in

 

Even voor we de polder inlopen staat een oorlogsmonumentje ter nagedachtenis aan vijf kinderen, slachtoffers van een Duitse blindganger. De bom was bedoeld om een gat te slaan in een dijk. Door water in de polder te laten, hoopten de Duitsers de oprukkende geallieerden tegen te houden. Achter de dijk waren de eerste bewoners nog maar net in hun spiksplinternieuwe boerderijtjes getrokken, met dank aan Mussolini. Hij was het die de “vialli”, de lagunes bij Comacchio, had drooggelegd om er landloze boeren uit zijn achterban te huisvesten. Ze staan er nog steeds die boerderijtjes van de Duce. Ondanks alle uitbouwtjes is de grondvorm nog goed herkenbaar: vierkant, één verdieping hoog, bekroond met rode dakpannen en een knusse schoorsteen. “Nee, de boerderij is niet meer van de staat, hij is van ons” zegt een vrouw van achter de sloot bij haar toeristenboerderij. Na de oorlog ging het droogmaken van lagunes gewoon door in de geest van il Duce. Heel wat landloze boeren vonden er een nieuw bestaan. Pas dertig jaar later werd de laatste lagune leeggepompt: de gigantische droogmakerij Valli del Mezzano. De polder is volkomen leeg, zonder boerderijen. De landloze boer was verdwenen, die kon in de fabriek meer verdienen. ’s Winters dansen kraanvogels in de oneindige leegte.

De verdwenen paling

Dottore Ingeniero Allessandro Bondesan wijst trots naar de schakelkast met groene en rode lampjes,. Van achter zijn bureau bedient hij de drie machtige gemalen van de Grande Bonificazione Ferrarese, een gebied dat al in de 16de eeuw, ver voor de waterwerken van Mussolini, werd ontwaterd. Hij geeft ons, in een soort jagersoutfit, privé-college over de waterstaatskundige geschiedenis van het zuidelijke deel van de Povlakte. De ingenieur is gespannen. Zo’n ingewikkelde zaak uitleggen in het Engels is niet zijn dagelijkse werk, maar het lukt. Hij weidt uit over riviertakken die verzanden, arrogante Venetianen die het modderige water van de Po hierheen afleiden, het inklinken van het land, de noodzaak om sluizen te verplaatsen en kanalen uit te diepen. Te veel om na te vertellen. Wel snappen we nu waarom de palingfabriek zijn deuren heeft gesloten. Op een prachtige kaart uit 1840 ligt Comacchio eenzaam op een eiland in een uitgestrekte lagune tussen de Po en de Adriatische Zee. Nu ligt het stadje op het droge, grotendeels ingeklemd door polders. Minder water betekende minder paling. We zouden Allessandro nog willen vragen waarom ook het land rond Venetië niet is drooggelegd, maar we doen het niet. Het is goed zo, we willen naar het oude stoomgemaal met zijn machtige schoorstenen. De ingenieur voert ons langs zes eigele elektrische pompen waar ooit de stoommachine stond te hijgen en te puffen.

Grachten en bruggen

In Comacchio, onder aan de Torre dell’Orologio staan altijd wel een paar mannen met de fiets aan de hand verwikkeld in een geanimeerd gesprek. Ze doen dat in het Comacchino; geen dialect, maar een echte taal die af zou stammen van de oude Etrusken. De restanten van hun haven Spina zijn hier in de buurt gevonden. Op het geïsoleerde eiland kon het Italiaans lang geen wortel schieten. Menig palingstroper ontliep zijn straf omdat de Italiaanse sprekende rechter moest vertrouwen op een lokale tolk. Net als in Venetië wordt Comacchio doorsneden met grachten en ook hier zijn de bruggen blikvangers. De gekleurde huizen, van oker tot gebrand siena, spiegelen zich in het water. Heel bijzonder is de Trepponti-brug, in 1630 ontworpen door kardinaal Pelota. Drie grachten komen op dit strategische punt samen in een stadspoort met torens.

Igor de moerasmoordenaar

U wilt misschien nog weten hoe het precies is gegaan met het droogleggen van de lagunes rond Klein Venetië? Dan moet u naar Argenta voor een bezoek aan het Museo di Bonifica, het Italiaanse woord voor polder, dat letterlijk sanering of verbetering betekent. Daar hadden wij ook graag heen gewild, maar een paar kilometer voor het oude stoomgemaal, waarin het museum is gevestigd, houden gewapende Caribinieri, strak in zwart uniform met rode strepen, ons tegen. We moeten terug. In de zompige bossen en rietvelden rond het museum jagen 300 soldaten al dagen op Igor de moerasmoordenaar. Twee mensen heeft ie al vermoord. Drie maanden later is de zoektocht gestaakt. Niemand die weet waar Igor zich ophoudt. Misschien ligt hij wel onder uw bed.