Terug met Steven: De bottelroos verdween, Stahlbeton verscheen

De vliegende storm fluit de hele dag om onze oren. Het KNMI waarschuwt voor windstoten tot 100 kilometer per uur. Een uitgelezen dag voor een wandeling door ‘een restje duin achter de stad’ Den Haag met Steven van Schuppen, initiator van Op lemen voeten.

Verschenen in Op Lemen Voeten 2015-1

Meer foto's

Op de boulevard van Kijkduin doet een nordic walking club zijn rekoefeningen. De storm vreet aan de onvermijdelijke VVV vlaggen. De nog niet opgedoekte kerstversiering lijkt het te begeven. “Kijk daar op het strand zie je de Zandmotor. Geweldig hoe we de natuur gebruiken om de kustafslag tegen te gaan”. Onze weg loopt fiks omhoog het duin op, pal tegen de wind in. Een werveling tussen naargeestige jaren zestig flatjes blaast ons toch snel omhoog. “Deze windmotor is mooi meegenomen. Bij dit koude weer is de combinatie van tegenwind en helling-op dodelijk voor de accu’s van mijn scootmobiel”, glimlacht Steven tevreden.

Toen ik hoorde dat hij door een herseninfarct niet meer zo mobiel was, had ik het me anders voorgesteld. Maar Stevens kleine koets gaat net zo snel als zijn denken. Beiden doen me soms naar adem happen. Aan de telefoon voor een afspraak, neemt ie meteen het initiatief. Suggesties te over: Atlantikwall, Dubbelkrimp, de Langste stad. Allemaal te zien binnen een steenworp afstand van zijn woning nabij Kijkduin. Gelukkig sluit hij af met “Ik zal het wel even uitwerken en mailen”. Het worden routes uit de wandelgids “Den Haag & Leiden” die hij in 1992 met Vladimir Mars schreef.

Bottelroos en zandhagedis

In 1992 typeerden zij de duinstrook tussen Kijkduin en Scheveningen als ‘een restje duin’ dat werd bedreigd door de uitdijende stad en de Scheveningse haven. Hekken hielden de wandelaars op de paden. En de duinen blijken niet louter van zand, er is ook huisvuil en puin gestort. Zoals een Hagenees zo fijn kan zeggen: puuuinduuuin. Stukjes baksteen zijn er vreemd genoeg niet te vinden tussen de rottende bladeren. De natuurlijke gesteldheid van het duin vatten ze treffend samen: ”Ook al is niet alles even authentiek, een rigide floristisch purisme lijkt evenmin op zijn plaats, want er is hier toch een heel aangename begroeiing ontstaan – vooral de Japanse bottelroos doet het landschap goed.” 

“Daar begint de Sahara, pas maar op!” wijst een kwieke oude dame die haar slepende teckel uit laat. Het pad is overstoven met hopen zand. “Ze zijn hier flink bezig geweest om de natuur te ontwikkelen. Een paar jaar geleden zijn hele stukken afgegraven om het duinzand weer in beweging te krijgen”, vertelt Steven. “Het zand is zelfs gezeefd om de zaden van de door ons bejubelde bottelroos kwijt te raken. Die vreemdeling uit Azië vond men gewoon te opdringerig.” Het om ons heen stuivende zand maakt duidelijk dat hier natuurdoelen worden gehaald. De bottelroos verdween en ze hopen er de zandhagedissen voor terug te krijgen.” Even verderop sluipt een jong stel met zo’n grote vriendelijke hond met golvend haar door het grillige kreupelhout. Het bordje ‘Kwetsbaar natuurgebied, niets beschadigen of verontrusten’ is niet aan ze besteed. Hun Golden Retriever voelt zich minder op zijn gemak. “Tegelijkertijd met het strippen van de duinen zijn de hekken verdwenen. Niets houdt die hondenbezitters meer tegen. Zo is het nog lang wachten op die zandhagedis.”

Omgekeerde beeldhouwwerken

Langs ons pad steekt het verweerde beton van een bunkertje boven het zand uit. Nu het zand weer stuift, is er niet alleen maagdelijk zand naar boven gekomen. Ook de resten van de Atlantikwall kwamen te voorschijn. Dat deel van de roerige geschiedenis van de Residentie ontbreekt vreemd genoeg vrijwel geheel in de wandelgids van toen. “Vanaf 1942 werd de kust van Noorwegen tot Bayonne uitgebouwd tot een Perlenschnur aus Stahlbeton. Een van de parels die grondig werd verbunkerd was Den Haag,” zet Steven uiteen. Regeringszetel Den Haag, dichtbij Engeland aan zee gelegen, vormde in de ogen van de bezettingsmacht een aantrekkelijk doelwit voor de Geallieerden. Dus de Duitsers groeven zich hier in. Vele bunkers werden in de duinen gebouwd om een aanval vanaf zee af te weren, een versterkte gracht aan de landzijde moet oprukkende tanks uit het binnenland tegen houden.

De verdwijning en de latere terugkeer van de Atlantikwall in ons collectief geheugen is een wonderbaarlijk fenomeen. Veel bouwsels zijn snel naar de oorlog gesloopt, maar wat restte negeerden de Nederlanders. Pas na 2000 werd Hitlers verdedigingslinie herontdekt, iets waar Steven duidelijk aan heeft bijgedragen. “Er kwamen ook grote bunkers te voorschijn. Een fraai exemplaar ligt verderop boven op de Hoge Nol, het hoogste duin in de Bosjes van Poot”. In 2009 groef de Franse kunstenaar Cyprien Gaillard deze bunker uit het zand. Hij noemde het een omgekeerde vorm van beeldhouwen. “De gemeente heeft deze en andere ‘beeldhouwwerken’ die vanzelf onder het stuivende zand tevoorschijn kwamen weer laten begraven. Ze zitten niet te wachten op nieuwe taken en verplichtingen.”

De klinkertjes van Duindorp

Dat Steven een open en nieuwsgierige observator is, was me bij het eerste oogcontact duidelijk. Glinsterende felblauwe ogen onder grijswitte krullen keken me aan toen ik hem thuis kwam op halen. Die scherpe waarnemer wijst me in de duinen op een klinkerweggetje zoals ik al vaker in de Noord-Hollandse duinen heb gezien. “Die bruine bakstenen komen uit de straten van Duindorp, hier even verderop”. Deze buurt kwam in de Tweede Wereldoorlog in het Sperrgebiet tussen het zee- en landfront van de Atlantikwall te liggen. In 1943 verdreef de bezetter bewoners uit deze zone. Bijna een kwart van de Haagse bevolking moest verhuizen naar andere delen van de stad; of zelfs daarbuiten als je geen economische binding had. Zo viel ook de gesloten gemeenschap van Scheveninger vissers in Duindorp uiteen. Aan het einde van de oorlog kwam het lege dorp goed van pas om collaborateurs op te sluiten. Pas in 1951 keerde de laatste Duindorpers terug.

Tot op de dag van vandaag houden ze hun gelederen gesloten. “Als allochtoon kom je hier gewoon niet tussen. Vorig jaar zijn nog een paar weggepest”, bromt Steven. De witte nieuwbouwhuizen, in rijtjes langs doodlopende zijstraten, hebben kleine ramen en ommuurde tuinen. Ze houden vreemde blikken buiten. “De architect heeft de essentie van de gemeenschap treffend tot uitdrukking gebracht in zijn ontwerp.”

Terugwijkende rooilijn

Van Kijkduin tot aan het Gemeentemuseum, langs de Haagse Beek, ligt nog een langgerekt plantsoen waar tijdens de oorlog een zigzaggende tankgracht doorheen liep. Dit deel van landfront is nooit verdwenen, maar gewoon tijdelijk van onze radar verdwenen. Alleen de waterpartij is weer rechtgetrokken. “Kijk, hier is een breuklijn in de tijd zichtbaar.” Een eenvoudige bakstenen appartementengebouw staat strak tegen de versierde 19de eeuwse woningen van de wijk Duinoord. De terugspringende rooilijn benadrukt het leeftijdsverschil. Het flatje is gebouwd op de ingetogen wijze van de Delftse School, een bouwstijl waarmee tijdens de Wederopbouw de meeste gaten in de bebouwing zijn opgevuld. Dit gat was een deel van de brede strook aan weerzijden van de tankgracht waar huizen zijn afgebroken om een vrij schootsveld te maken. “Wat de Duitsers wel lieten staan in die sloopzone was het Gemeentemuseum, de fraaie laatste creatie van Berlage. Dat het niet is plat gegaan schijnen we aan die verknipte Seys-Inquart zelf te danken te hebben!”, lacht mijn gids.

Ook op het landgoed Meer en Bos is de kaalslag voor de Atlantikwall terug kunnen vinden. Ten noordwesten van het Segmeertje zijn de bomen veel jonger en gelijkvormiger dan elders. “Hier zijn de bomen niet zoals elders door de Hollanders gejat om de Hongerwinter door te komen, maar door de Duitsers omgezaagd. Net als de woningen belemmerden ze het zicht op de oprukkende vijand.” Nog zo’n doorkijkje in de tijd die een tocht met snelle Steven tot een feest maakt.

Steven van Schuppen                          

Halverwege de jaren zeventig ging werkstudent geschiedenis Steven van Schuppen aan de slag in de Amsterdamse boekhandel Tummers die een uitgebreide wandelkaartenhoek had. In 1977 groeide deze hoek uit tot een zelfstandige wandelboekwinkel op het Spui: Pied-à-Terre. Steven verhuisde mee en nam het initiatief voor het wandelinformatieblad Op Lemen Voeten. Steven vroeg Paul Hesp, een vaste klant van Pied à Terre, en medestudent Jan Erik Burger bij de redactie. In 1979 bracht de boekhandel het eerste gedrukte nummer uit. Vanaf 1982, het jaar van de oprichting van Stichting Op Lemen Voeten, komt het blad los van de wandelboekwinkel te staan. Begin 1985 is dat verzelfstandigingsproces afgerond; de Pied-à-Terre nieuwsbrief zit niet langer als katern in het blad. Steven was al een jaar eerder uit de redactie verdwenen. Daarna publiceerde hij vooral reis- en wandelgidsen voor verschillende organisaties en uitgeverijen zoals Uitgeverij Dwarsstap, de ANWB en Stichting LAW. Vanaf de eeuwwisseling verbreedden zijn publicaties zich naar landschap, geschiedenis en ruimtelijke ordening. Zijn laatste wandelgids is De stad geschonden. Naast zijn werk aan de Atlantikwall zijn belangrijkste thema’s: Dubbelkrimp en EURandstad. Met Dubbelkrimp vertelt hij hoe het wassend water en het slinkend volk aan de ruimtelijke orde van Nederland (gaan) knagen. EURandstad is zijn verhaal over hoe de Kleine Randstad zich tot Groot Europa verhoudt.