Een frisse blik op de Rijnstrangen

Rijnstrangen met zicht op ElterbergHoe vaak liep ik al niet langs de Rijnstrangen. Misschien wel honderd keer. Een gebied waar de Rijn zijn de rauwe sporen achterliet. Heen en weer was hier onontkoombaar want veel mogelijkheden om een rondje te maken waren er niet. Eind vorig jaar is het gebied voor de avontuurlijke wandelaar opengelegd. Het levert een verassende nieuw perspectief op.

Een wandelverhaal met foto's, wandelroute en achtergrondinformatie over wandelen in de Gelderse Poort: de wandeling Gangen door de Rijnstrangen.

Meer foto's

Vijfentwintig jaar geleden volgde ik voor het eerst mijn vriendin naar haar geboortegrond. Sindsdien komen we er regelmatig om een weekend met familie door te brengen en een wandeling staat altijd op het programma. Oud-Zevenaar is een gehucht vlak bij de Duitse grens, gevleid tegen een dijk met daarbovenop de veel te grote kerk van Sint Martinus. Een baken bij elke tocht. Hoog en steil is die dijk. Helemaal bovenaan is de dijk net wat steiler. Het wekt de indruk dat bovenkant er snel is opgegooid om het onverwachte hoge water te weerstaan. Een waterkerende dijk die vaak heeft gekreund onder de last van het hoge water van de Rijn. Achter die dijk was op het eerste gezicht echter niet veel meer te vinden van een woeste rivier; dat leerde een van onze eerste tochtjes. De Oude Rijn hield zich verborgen in het wilgenstruweel tussen de weiden. Rijkswaterstaat had afgerekend met het hoge water in de Rijnstrangen. Lang geleden had de Waal bij Lobith steeds meer water van de Rijn afgesnoept en was bovendien een handje geholpen door de mens. Er was steeds minder water overgebleven voor de Oude Rijn. Na 1745 reikte het water alleen nog tot de dijk als de Rijn bij hoogwater over de overlaat bij Spijk stroomde. Maar in 1959 was het ook daarmee gedaan, de Spijkse overlaat werd gesloten.

Prachtisolement
Meestal liepen we over de dijk hoog boven het land. Aan de ene kant knusse landerijen aan elkaar gebreid door bosjes, huizen, bomenrijen, kassen, waterplasjes en daarbovenuit de schoorsteen van de panoven. Achter de dijk, in de waard, was het land vooral leeg en ontoegankelijk. Veel gras, riet, wilgen, ganzen, kikkers en reeën, waar huizen en wegen vrijwel ontbraken. Een enkele boerderij, allemaal op een metershoge terp. Tot 1959 werd de enkeling, die daar wilde wonen, op dit eilandje teruggeworpen als de Rijn over de overlaat stroomde. De bewoners hadden duidelijk voor hun prachtisolement gekozen. Waar weggetjes vanaf de dijk de leegte in voeren stonden bordjes “eigen weg” en “verboden toegang”. Dus liepen we vooral over de dijk. Heen, en weer terug. Weg van de kerk en er weer naar toe. Met het bochten van de dijk verdween en verscheen de massieve toren achter de wilgen aan de voet van de dijk. Vooral aan het einde van de dag was dat prachtig met het licht in de rug, dat over de rietpluimen strijkt. Elke keer maar weer, ik kon er geen genoeg van krijgen. Zoals Nabakov zou hebben kunnen gezegd: “de goede wandelaar, is de wandelaar die keer op keer door hetzelfde landschap loopt. Die kijkt scherper naar het landschap”. Dat aan het einde van de tocht, aan de knusse kant van de dijk, mijn schoonmoeders dampende soepkommen al klaar stonden droeg zeker bij aan de wandelvreugde.

Geen paden
Na enkele wandelingen voelde ik me zo ingeburgerd dat ook ik de waard in durfde. Achter de kerk sluit een gietijzeren hek het karrenspoor af. Langs dat hek voerde een smal paadje dat duidelijk maakte dat mensen ook de waard in liepen. Ik zag voor het eerst welk schlemielig stroompje, verstopt tussen de wilgen,  restte van de Rijn. Twee, drie meter breed, meer was het niet. Maar ook de voormalige macht van de rivier werd duidelijk. Het land was absoluut niet vlak, maar doorsneden door metersdiepe groeven, al dan niet gevuld met water. Ze lieten zien dat de rivier overal was geweest. Aan die langgerekte rivierarmen, de Rijnstrangen waarnaar het gebied genoemd is, zat voor de wandelaar trouwens nog een praktisch probleem. Alle paden liepen binnen 10 minuten dood op een strang. Paden in de richting van de strangen, zo noodzakelijk voor een rondwandeling, ontbraken geheel en al. Afsteken door de velden deed je met bezwaard gemoed. Vanaf de dijk of terp liep je in het volle zicht van boeren die zo vol overtuiging voor hun isolement hadden gekozen. Dus altijd maar weer hoog over de dijken die de lege waard omsloten.

Weerbarstig
De laatste keer door de Rijnstrangen was een nieuwe eerste keer. Ik ben de lege waard rondgegaan. Alles is zoals het moet zijn als je door polderland wandelt. De vorst heeft de lucht geklaard en het pad door gras en leem gehard. De eerste schapenwolken verschijnen. De zon prikt al en laat de rijp op zonzijde van de ploegvoren verdwijnen. Het is nog stil, zelfs reeën laten zich nog niet zien. Ik volg paaltjes met de tekst “Gangen door de Rijnstrangen” de dijk af; eerst nog over het asfalt naar zo’n boerderij op terp. Niet alleen het verbodsbord is hier verdwenen; hoeve de Nootenboom heeft de poort zelfs geopend. “De tuin is tegen betaling te bezichtigen” zegt de eigenaar met een twinkeling in zijn ogen. Het pad voert via opstapjes over hekken naar wielen, zomerkaden en zelfs een oude sluisdeur. Door het lage standpunt, niet meer op de dijk maar in de waard, is de ruimte uitgedijd. Het pad is hier weerbarstig. Om de natuur een tikkeltje afwisselender te maken worden oude riviergeulen weer open gegraven. De ontdooide klei plakt aan mijn schoenen. Binnen een paar stappen heb ik klompvoeten en glijd ik bijna het water in. Een jongen van een jaar of tien scheldt “rotmodder” naar zijn ouders die hem dit tochtje hebben aangedaan. Even later is me duidelijk hoe deze principiële anti-wandelaar is meegelokt. Het water van de Oude Rijn is niet langer een barrière. Een zelfbedieningspontje  biedt uitkomst en avontuur. Je kunt de glimmende schuit vol modderkluiten aan een touw naar de overkant trekken. Het enige pretparkelement in deze wandeltocht.

Bulldozer
De rest van de attracties zijn spekkie voor de herwandelaar.  De zomerkade is niet veel meer is dan een verhoging van een stroomrug op de plaatsen waar het water overheen kon. Een basaltpaal met de tekst HP 38 herinnert aan de tijd dat de rivier hier nog vrijelijk stroomde. En gelukkig voor de herwandelaar zijn niet alle grote gladmakers verdreven naar het rechttoe-rechtaan boerenreservaat aan de andere kant van de dijk. Waar de paaltjes de wandelaar van de kade leidt, heeft een boer alle elementen naar zijn hand willen zetten. We mogen niet over zijn land, dat met een bulldozer vlak is gestreken. Het biljartlaken steek scherp af tegen de richels in het omliggende land. Het land wordt geheel in stijl gemarkeerd door een rechte rij populieren. De populieren zijn allemaal even lang bedoeld, maar de wind heeft er een paar toppen uitgeslagen. Als later zo’n duizend grauwe ganzen opvliegen vormen ze zwarte strepen door de lucht die de peppels kruizen. 

Dijkmagazijn
Gelukkig mogen we nog een stuk over de kruin van de hoge dijk. Half op de dijk staat een lang gebouwtje met kleine ramen. Het dijkmagazijn uit 1879 was ooit volgestouwd met spullen om dijkdoorbraken te voorkomen of repareren. Nu heeft het zijn functie verloren. Maar voor hoe lang? Juist nu de waard opengaat en boeren de recreanten verwelkomen, lijkt het water terug te keren. Het water dat eeuwenlang de leegte van de waard en het isolement van haar enkele bewoners garandeerde. Minister Dekker heeft bepaald dat er de komende tien jaar niets gebouwd mag worden in de waard, want Rijkswaterstaat wil de Spijkse Overlaat weer in ere herstellen. Dat is nodig om de toenemende hoeveelheid water van de Rijn te kunnen opvangen.
Het laatste stuk vertrouwde dijk voert naar de herberg naast kerk. Sinds 1615 voor pelgrims en kerkgangers, maar nu voor de recreërende mens. Het biljart is verdwenen. “Het stond in de weg en alleen een enkele oud mannetje gebruikte het nog” verklaart de serveerster beschroomd. Toch is het stil op die mooie zondagmiddag. De goed gevulde bonensoep smaakt goed. Soep? Mijn schoonmoeder was een dagje op stap. Moet kunnen voor een keer. Maar moge ze honderd jaren leven. Dan kan ik de stad nog vaak verlaten om dit mooie stuk Nederland te herbeleven.

 

Verschenen in Op Lemen Voeten 2006-2