De Avondvierdaagse van Paramaribo

“Dag mevrouw, dag meneer, lekker wandelen?,” roept een man enthousiast vanuit zijn hangmat op de veranda. “Ja, lekker,” roepen we terug vanaf onze fiets. Na drie weken Suriname weten we inmiddels dat je het hier zelfs met de auto kunt doen. ‘Echt’ wandelen doen ze in Suriname natuurlijk ook. Tijdens de swingende avondvierdaagse bijvoorbeeld.

 

Tekst & foto's: Bert Stok & Ineke Hoeksema

 

De 41ste avondvierdaagse gaat vanavond vlak langs ons logeeradres, door de Hogestraat, en de Verlengde Hogestraat. We kiezen voor het parcours langs één van de afwateringskanalen, een mooi decor voor zoiets Hollands als de avondvierdaagse. Veel in Suriname doet denken aan thuis: de sluisjes, de gemalen en de polders. Echt Hollands, maar toch ook weer heel Surinaams. Als er één beeld is dat dit soort landschappen in onze herinnering zal samenvatten dan is het de Hindoetempel op de kruin van de zeedijk bij Nickerie.

Waar precies de stoet langs het kanaal gaat lopen, weten we niet. Maar dat is geen punt, we fietsen gewoon de massa achterna. Niemand die zich zorgen lijkt te maken over de donkere wolken, waaruit geheid regen gaat vallen. De stad is in de ban van het wandelfeest. De beste plekjes zijn al bezet, de meegebrachte stoeltjes uitgeklapt. De ijsverkopers van Fernandez in hun blauwe jasjes, bellen er fanatiek oplos. Ze doen goede zaken. De vrouwen aan de overkant van het kanaal hengelen rustig verder, de ogen strak gericht op hun  rode dobbers. Het doet denken aan die mooie zomeravond in de Bijlmer, toen een hele groep Surinaamse vrouwen stond te vissen in het park.

Om 17.00 is de stoet van start gegaan en een half uur later passeren de eerste lopers. De vissers rennen nu ook, met de hengel over de schouder, naar het parcours om een glimp van de wandelaars op te vangen. Een stoere man met een vogelkooitje in zijn armen, bekijkt het gebeuren van een afstandje. Drieduizend  mensen, verdeeld over 46 groepen (bedrijven, verenigingen, scholen, religieuze organisaties en politieke partijen) wandelen mee. Senioren lopen 12 km per avond en de junioren 17 km. "Waku fu feti a fatu” staat er op de spandoeken. “Wat betekent dat,” vragen we aan een vrouw met een kindje op schoot. “Oooh, ze lopen tegen het vet,” zegt ze.

De ene groep wandelt gewoon in spijkerbroek en T-shirt, de andere in felgekleurde kotomissies. De Parbo-bierfabriek heeft charmante serveersters met schortjes de straat op gestuurd. De leden van de brassband blazen de wangen bol. De wandelaars zingen. Een vrouwengroep danst, en hoe! Heupen wiegen, billen trillen. Het publiek gilt en klapt. Het kleine meisje naast ons springt van haar moeders schoot, doet haar handjes in haar nek en begint met haar heupjes te draaien. Maar dan bedenkt ze opeens dat er mensen naar haar kijken, gauw gaat ze weer op schoot zitten. “Je mag wel dansen hoor,” zegt haar moeder, maar ze doet het niet meer. Op kruisingen waar veel toeschouwers staan, houden de vrouwen stil om nog eens extra met hun billen te schudden. Door al dat gedans schiet de stoet niet erg op. Er wordt niet meer gewandeld maar geslenterd. Geen probleem voor de  Nike-wandelgroep, die loopt op mooie sportschoenen, maar wel voor de meisjes en vrouwen op hun instappertjes met kraaltjes en pailletjes. Langzamerhand begint het te schemeren, de lucht wordt almaar dreigender. Twee mannen lopen langs, geen spandoek, geen leuze, geen groep, zo maar twee individuen. Dan wordt opeens alles paars, de kleur van de NDP, de partij van Desi Bouterse. Jongens en meisjes zijn het, de grootste groep uit de stoet.  ‘Des for Pres, dat is helemaal niet fout,’ scanderen ze. Snerpende fluitjes geven het ritme aan. Het meisje op de schoot van haar moeder doet haar oogjes dicht en de handjes op haar oren.

Wanneer de sector gezondheidszorg passeert, barst de regen los. Paraplu’s klappen uit,  toeschouwers rennen naar hun  auto’s. Wij kiezen ook eieren voor ons geld en rennen naar een moestuintje, waar we van onder een afdak de optocht blijven volgen. De wandelaars willen van geen wijken weten. Een Javaanse groep met metershoge poppen trekt voorbij. Creolen in hun vrolijk gekleurde kotomissies glibberen verder door de modder.

Wanneer de laatste loper is gepasseerd, stopt de regen. In het schrale licht van een liggend maantje springen we op de fiets en rijden langs de stoet, die aan de overkant van het kanaal voorploetert. Het is hier eenzaam lopen, geen huizen, geen toeschouwers. Ook het wachthuisje voor de bermwacht is leeg. De voorste en achterste lopers van een groep knippen, ter verhoging van de verkeersveiligheid, de zaklantaarns aan. Gezongen wordt er nog steeds en deze keer in het Nederlands: ‘Van je hela hola houd er de moed maar in.’ Bij weer een plensbui schuilen we onder de luifels van slagerij Stolk in Tourtonne, een wijk waar veel Braziliaanse goudzoekers wonen. “Aqui o Paraiso das Carnes para Brasileiros”( hier is het vleesparadijs voor de Brazilianen) heeft Stolk op zijn gevel geschreven. Duwen/empurre staat op de winkeldeur van weer een andere winkel. Bijzonder zo’n wijk waar de  Nederlandse en Portugese taal zo dicht bij elkaar komen, uniek in de wereld, denken we. De regen is weer opgehouden, nog een paar kilometer lopen door een schoon gewassen stad en dan zijn de wandelaars bij de finish. Wat zouden de Brazilianen eigenlijk vinden van de avondvierdaagse? We vragen het in een Braziliaans restaurantje aan een roodverbrande goudzoeker. Het Europese Portugees van ons beantwoordt hij in het Engels:  “Surinam carnival good, Brazilian carnival very good.”

Tags: