cope

De cope van het land van Cocagne

In de 11e eeuw werden de uitgestrekte venen van Holland en Utrecht strak georganiseerd ontgonnen. Vanaf de oevers van veenstroompjes werden evenwijdig aan elkaar afwateringssloten gegraven. Zowel de lengte van de sloten als de breedte van de tussenliggende stroken waren aan vaste maten gebonden. De boerderijen lagen 120 meter van elkaar en de maximale lengte van de sloten 1250 meter. Deze ontginningsvorm staat bekend als "cope".

Priester Hendrik en de Hollandse dorpen langs de Elbe

Waterwerken, daar zijn Nederlanders altijd goed in geweest. Willem Alexander brengt tegenwoordig deze kunde buiten Nederland aan de man. Priester Hendrik uit het gehucht Jacobswoude ging hem daarin ruim 900 jaar geleden voor in Noord-Duitsland. In het Altes Land bij Hamburg staat zijn standbeeld en kennen de Duitsers zijn geschiedenis.