Woeste Waal, Druten

Noord                                                                                                           West

Zuid                                                                                                               Oost

We staan op het puntje van een krib die de grootste rivier van Nederland, de Waal, insteekt. Het is begin juli en laag water. We kunnen over de basaltblokken lopen. Een krib is een dam die bij laag water de rivier in een vaste bedding dwingt en zo voorkomt dat er ondieptes ontstaan. Alle stenen zijn bedekt met een grijs sliblaagje, dat bij het laatste hoogwater is afgezet en na droogvallen is gebarsten. In het noorden, westen en oosten is het stromende water te zien. Het kolkt om de punt van de dam. Die kribben zijn er niet altijd geweest. Op oude topografische kaarten zien we voor dit deel van de Waal vanaf 1900 de eerste kribben verschijnen. Dertig jaar later is de bekribbing volledig. Voor die tijd zien we nog zandbanken in de rivier. De rivier kon toen nog bij een hoogwater zijn loop plotseling verleggen. In het zuiden is de begroeide rand van de uiterwaard te zien, die Rijswaard heet. De Rijswaard ligt drie meter hoger dan ons standpunt. Het is moeilijk voor te stellen dat daar voor 1870 de rivier stroomde. Nog moeilijk voor te stellen is dat het hoge water van de ene op de andere dag een brede zandrug op heeft geworpen die bijna nooit meer zou overstromen.  Bij hoog water ligt de krib onder water. Een paar jaar geleden heeft Rijkswaterstaat alle kribben ruim een meter lager gemaakt om de doorstroming bij hoogwater te vergroten.

Over het water van de Waal varen grote schepen af en aan. Stroomafwaarts gaat het snel, de andere kant op, richting Duitsland langzaam en met veel gestampt.  Die laatste boten hebben niet alleen de stroom tegen maar zijn meestal ook zwaar beladen. Bijvoorbeeld met auto’s, zoals de “Tossa” die op de foto’s te zien is, of met bergen steenkool of tanks vol gas of benzine. De drukke vrachtvaart was de reden dat in de zestiger jaren vrijwel alle voetveren over de Waal zijn opgeheven. Binnen vier km van dit punt voeren er maar liefst vier. Sinds kort vaart er weer een voetveer van Druten naar Dodewaard weer. De veerstoepen liggen precies in de ongedekte hoeken van het fotokwartet. Nu er vitale pensionado’s zijn die vrijwillig de eigele “D’n Overkant” tussen de beurtschippers heen weten te sturen, kunnen wandelaars en fietser hier weer de Waal oversteken.

In het oosten is de oude schoorsteen van steenfabriek “de Turkswaard” te zien. Hij valt wat weg tussen de hoogspanningsmasten en de staken die het uiteinde van een krib markeren. Het is één van de twee schoorstenen die nog resten van de 16 die hier tot zo’n dertig geleden te zien waren. Veel meer rest er niet van de fabriek die in 1978, toen ik hier onderzoek deed, op volle toeren draaiden. Vrachtwagens vol klei reden af en aan. Zeven jaar later was het gedaan. Niet omdat er geen klei meer was maar door de schaalvergroting. Nog steeds gaat er klei uit de zuidelijk gelegen uiterwaarden naar een oven zes kilometer verderop. Dat de steenfabriek net als het voetveer ooit terug zal komen van weggeweest, lijkt onwaarschijnlijk.

Wandeltip

Struinroute van pont naar Tiel en/of terug (15-30 km)
Vaartijden van de voetveren op de Waal

Animatie van rivierontwikkeling 1850-2018