Kogelvanger, druipkokers en het Straatje van Vermeer

Over water kun je niet lopen; dat kan alleen Jezus. Dus verschansten de Hollanders zich achter het water. De Nieuwe Hollandse Waterlinie uit de 19de eeuw, met zijn indrukwekkende forten en inundatiewerken ligt er prachtig bij. Het vernieuwde Waterliniepad voert je over linie- en rivierdijken langs de Vecht, de Lek en de Waal.

Verschenen in Wandelmagazine 2020-1        Meer beeld

‘Privaat voor officieren’ staat er in strakke letters op de deur van het vrouwentoilet. De mannen moeten plassen in het toilet van de onderofficieren. “Het resultaat van onze lange strijd voor vrouwenrechten. ” De vrouw die het zegt, staat erbij met een lachje om haar lippen. In theehuis Fort WKU geeft ze leiding aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ooit was het een plek waar officieren en soldaten zich te pletter verveelden. Een mannenwereld met maar één vrouw: de wasvrouw. Geen volkse vrouw, maar de echtgenote van een officier. Daar durfden de hunkerende soldaten hun handen niet naar uit te steken. In een van de gewelven, nu vergaderzaal, tekende een soldaat een grappig tafereel. We zien een vrouw op klompen touwtjespringen. Twee soldaten draaien in opperbeste stemming het touw rond. Met een beetje fantasie hoor je ze zingen: “In spin, de bocht gaat in. Uit spuit, de bocht gaat uit.”

De forten - gebouwd tussen 1815 en 1870 - liggen als een fraai lint half verscholen in het groen van de polders. We zouden wel een drone willen zijn om het echt goed te zien. Even vanuit de hoogte omlaag kijken naar een vesting omringd door singelgracht met ‘ophaalbrug’. Vanaf de grond kun je beter zien hoe de schietgaten aan de oostzijde zitten en de ramen aan de westzijde: de vriendzijde. De Nieuwe Waterlinie is de opvolger van, u raadt het al, de Oude Waterlinie, een militaire verdedigingslijn die in het rampjaar 1672 de Fransen wist tegen te houden. Maar konden die Fransen het water echt niet met een schuit oversteken?

“'t Kon niet. Het water stond te laag boven de velden.
En doorwaden dan?
't Kon niet, ze zouden in de ontelbare sloten en vaarten, die niet te zien waren, verdrinken. Langs de hogere dijken en wegen voortrekken?
't Kon niet: elke weg, elke dijk was voorzien van sterke schansen, waaruit de kanonnen hen aangrijnsden. . . ”

(Toen en Nu, leesboek over de geschiedenis van het vaderland, 1923)

Amsterdam bleef behouden, maar Utrecht viel in handen van de vijand. Om ook die stad beter te kunnen verdedigen werd de Waterlinie naar het oosten verlegd, voorbij de Domtoren. Driemaal gingen de inundatiesluizen open en stroomde het water over het land, maar nooit volgde een aanval. De eerste keer tijdens de Frans–Duitse oorlog en vervolgens in de Eerste Wereldoorlog. Toen het echt menens werd, vloog de vijand over het water en bombardeerde Rotterdam.

Langs de Vecht

De waterlinie loopt van het IJsselmeer tot aan de Biesbosch. Helemaal lopen doen we het niet. Vandaag wandelen we langs de Vecht. Het kost moeite om de bus in Nederhorst den Berg te verlaten, regenvlagen kletsen tegen de ruiten. Geen weer om herfstbladeren te horen knisperen onder onze voeten. In het bushokje gaan de regencapes om. Na een uurtje soppen breken de eerste strepen zonlicht door. Zwart van de regen glimmen de boomstammen in het zonnetje. Rietkragen lichten goudgeel op. De fel gekleurde herfstbladeren op de gazons van de statige buitenhuizen knallen ons tegemoet. “Dag”, groet een meisje, de krat voor op de fiets gevuld met schoolspullen. In een slinger van de Vecht ligt, half overwoekerd door bramenstruiken, een geheimzinnig object. Een inundatiesluis vermeldt het infobordje. Kosten30.000 gulden. Geen idee hoeveel dat nu waard zou zijn. Later lezen we dat de hele waterlinie ruim twee keer zo duur was als de Deltawerken.

Vlammend rode bladeren wervelen door de lucht en vallen neer op dicht struikgewas. Op Fort Nieuwersluis kun je de vijand niet meer zien naderen. Vroeger moet het kaal zijn geweest om goed te kunnen mikken op de tegenpartij. We zijn verbaasd als we horen dat Defensie veel aandacht besteedde aan het aanplanten van bomen en struiken, vastgelegd in het “Memorandum van beplanting.” Ze had zelfs een eigen kwekerij op Fort Vossegat. Langs de fortgracht werd meidoorn geplaatst, de natuurlijke voorloper van het prikkeldraad. Populieren en kastanjebomen werden aan de achterkant van een fort geplant. Zo kregen de forten een donkere achtergrond waardoor ze minder zichtbaar waren. Naast camouflage was er ook behoefte aan geriefhout.

Kogelvanger

De volgende dag wandelen we ten noorden van de Lek, fijn hoog over de bandijk langs de glinsterende rivier. Aan de overkant het torentje van Everdingen en verscholen tussen de bomen het gelijknamige fort. Je kunt er heen met het Liniepontje. We waren er afgelopen zomer en zagen in het helgroen van de polder een merkwaardig object: een vierkant van baksteen op hoge poten. Wikipedia biedt uitkomst. Het is een kogelvanger. Als soldaten mis schoten op de schietbaan ving de muur, het scherm, de kogels op.

Vandaag is het absolute hoogtepunt torenfort Honswijk aan de noordoever van de Lek. Toen het in 1848 klaar was, stond de toren met kantelen en ophaalbrug mooi te zijn in het open rivierenlandschap, een baken voor de scheepvaart. Twaalf jaar later, na de introductie van de zogenoemde getrokken loop, werd de bovenste verdieping van de toren gesloopt en verdween de rest achter een kolossale aarden wal, een contrescarp. Om de granaten die van boven kwamen te smoren, werd er tien meter aarde op het dak van het fort gestort. Maar dat hielp maar even. Binnen een jaar nadat deze ingrijpende verbouwing was afgerond, had de introductie van de enorme slag kracht van brisantgranaat het fort tot een dood weermiddel gedegradeerd. Gelukkig bleef het water bescherming bieden.

Vernuftig bouwwerk

Vrijwilliger Peter de Klein, wijkagent in ruste, opent het poortgebouw met een knoert van een sleutel. Tot 2014 was dit verboden gebied: ‘Bewaking met honden’. Klein is vol bewondering over het vakmanschap waarmee het fort is gebouwd: “Kijk dit raamscharnier, daar is nog geen druppeltje olie opgedaan en alles werkt nog perfect.” In een van de zalen van de toren opent hij een houten luik in de muur. “Splashhh”, er valt een waterdruppel in een duister reservoir onder het kastje. Als Klein met het paarse licht van zijn mini zaklamp in de duisternis schijnt, zien we het regenwater drup voor drup in het reservoir vallen. Deze druipkoker was een deel van de watervoorziening voor de troepen. Het regenwater dat op het grasdak van het fort valt, dringt in de dikke afdeklaag en sijpelt over de bakstenen gewelfbogen naar een goot. Via goot en druipkoker komt het water in het reservoir terecht. “Gezuiverd drinkwater, heel vernuftig”, zegt Klein enthousiast. Tsja en dat paarse licht? Dat zit zo. In de winter slapen in het koele fort heel wat vleermuizen. Er hangt er een boven ons hoofd in diepe slaap. “Als ze de warmte van een gewone lamp voelen, denken ze dat de lente is aangebroken en gaan ze fladderen.”

Het juweel van Honswijk is zonder meer de omgang aan de vriendzijde van het fort. “Door de bijzondere lichtinval noemden de soldaten de galerij het Straatje van Vermeer, zegt onze gids op gedempte toon. Boven ons hoofd een wirwar aan gemetselde bogen. We raken niet uit gefotografeerd. Hier moet Esscher zijn inspiratie hebben opgedaan voor zijn tekeningen waarin bogen en trappen op onmogelijke wijze met elkaar zijn verbonden.

Groeneweg

Even verderop langs de Lek, op het Werk aan de Groeneweg beseffen we op eens de impact van de brisantbom. Het meest imposante deel van de waterline, de grote forten onder aarden dekens, werden nutteloos door dat wapen. Daarvoor in de plaats kwamen zwermen groepsschuilplaatsen, bunkertjes waar acht mannen beschut zaten bij vijandelijk vuur. Aan de vriendzijde is het betonblok afgeschuind en steken er ijzeren haken uit. Daar hingen ze een camouflagenet aan op. Langs de 600 meter lange Groeneweg tellen we er twintig. Ze liggen als paaseieren verstopt in het hoge gras tussen de fruitbomen. Twee dijkjes kronkelen vlak naast elkaar door de boomgaard. Wat ooit een loopgraaf was, is nu een fraai wandelpaadje.

Adventwater

“Het water staat niet hoog, het adventwater moet nog komen”, zegt de stuurman van de watertaxi die ons over de Waal van Gorkum naar Loevestein brengt. Of beter gezegd schiet. Het rivierwater spuit wit omhoog bij de schroef. De kracht past wel bij de breed uitwaaierende rivier en de grote duwboten. Het brede water waar tot 1904 ook nog al het Maaswater in de Waal terecht kwam, was een kwetsbare plek in de linie. Niet voor niets omringen drie vestingen het water waarover de vijand Holland binnen kon glippen: de vestingen van Gorkum en Woudrichem en Slot Loevestein. De poort van het Slot staat uitnodigend open maar wij slaan af en lopen door de wilde uiterwaarden langs de Waal. Overal schieten wilgen op, wilde paarden zijn ingezet om het geen bos te laten worden.

Hoog, bovenop Batterij onder Brakel staan een paar boompjes te wiegen in de wind. Een leuk gezicht, maar helemaal in tegenspraak met het Memorandum van beplanting. Op de liniedijk bij het fort treffen we bij toeval veelwandelaar Rolf Craanen. De kranige zeventiger met wandelstok houdt het vandaag bij 25 kilometer. In zijn jonge jaren liep hij in één ruk, zonder te slapen, 200 kilometer en meer. In één nacht zou de jonge Rolf met gemak de hele afstand hebben gelopen waar wij drie dagen over deden. En het hele Waterliniepad, 350 kilometer, in ruim twee dagen en nachten. Ongelooflijk, wat een lijf. We troosten ons bij de gedachte dat wij de tijd namen voor de kogelvanger en de druipkokers.

Wandelwijzer

Waterliniepad €19,45 Donateursprijs € 17,51 ISBN 9789492641076. Wandelgids met interessante achtergrondverhalen

Voor routes: www.wandelnet.nl/wandelroute/850/Waterliniepad/overzicht

Het Fortterrein van Honswijk is permanent geopend voor publiek tussen zonsopgang en zonsondergang. Rondleidingen vinden plaats elke zondag om 14.00 uur. In de periode van april t/m september zijn er op de eerste zaterdag van de maand ook rondleidingen, ook steeds om 14.00 uur.

Bij een bezoek aan het Waterliniemuseum Fort bij Vechten kun je een parachutevlucht maken. We zweefden er boven de waterlinie. Heel bijzonder.