Windmolen Windpaard, Zaanstad

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ten noorden van het standpunt ligt de boerderij van melkveeboer Jan van der Laan verscholen tussen de bomen op zijn erf. In het oosten is de oprukkende nieuwbouw te zien van de Vinex-wijk Saendelft. Verder oogt het landschap weids en open. Het kan hier, in de polders rond Assendelft, lekker waaien. Een goeie plek voor een windmolen. Op een heldere dag kun je vanaf dit punt drie van de circa tweeduizend windmolens in Nederland zien. De grootste van de drie, de 120 meter hoge Trompet, staat drie kilometer naar het westen en is eigendom van de gemeente Heemskerk. De helft kleiner is de molen van een boerin in ruste die met de inkomsten uit de molen haar AOW aanvult. Die draait anderhalve kilometer naar het zuiden. De kleinste, het Windpaard, steekt boven Jans bomen uit. Vergeleken met de modernste molens, zoals de bijna tweehonderd meter hoge Ambtenaar bij Medeblik, is de twintig jaar oude windmolen op het erf van Jan een dwerg: de wieken reiken maar tot veertig meter boven de grond.

Tot mijn verbazing blijkt Jan niet de eigenaar van de molen te zijn. Hij heeft alleen 23,6 vierkante meter van zijn erf beschikbaar gesteld en houdt het Windpaard in de gaten. Hij ziet het vooral als een vriendendienst aan de honderd leden van de Zaanse Energie Koöperatie (ZEK), die met eigen en geleend geld de molen aanschafte en liet plaatsen. Dat geld hebben ze er al lang uit. De ZEK is een voorloper van de ruim honderd lokale energiecoöperaties die Nederland telt. Zo’n coöperatie is een groep burgers die samen investeren in de opwekking van hernieuwbare energie en daar ook samen de vruchten van wil plukken.

Tegenwoordig gaan deze coöperaties vooral voor zonne-energie, ook de ZEK. De Zaanse heeft net geïnvesteerd in 240 zonnepanelen op het dak van een manege. Ze krijgt namelijk geen toestemming van de provincie om het Windpaard te vervangen door een moderne molen. Nog afgezien van de vraag of ze de miljoenen die daarmee gemoeid zijn bij elkaar krijgen. Niet vreemd dus dat in Nederland coöperaties maar 4% van de windenergie opwekken. Veel minder dan in Duitsland waar coöperaties een vijfde van de windenergie voor hun rekening nemen.