Wonen in de Amsterdamse grachten

Het honderd jaar oude binnenvaartschip Hendrika Maria ligt in de Amsterdamse Prinsengracht. Het daarin gevestigde Woonbootmuseum trekt al jaren meer bezoekers per vierkante meter dan welk ander museum in Nederland dan ook. Het overgrote deel is buitenlander. Vorig jaar zette het museum een wandelroute langs woonboten uit. Op Lemen Voeten verkende het wonen op het water van de Amsterdamse grachten samen met de oprichter van het museum, Vincent van Loon.

Verschenen in Op lemen voeten 15-1   Meer foto's

 

“Nederlanders denken dat ze alles van woonboten weten, maar als ze in mijn roefje staan, hebben ze precies dezelfde vragen als een Chinees of een Italiaan.” Die nieuwsgierige toeristen brachten Vincent bijna twintig jaar geleden op het idee om een woonbootmuseum te starten. “Toen ik  in 1989 terugkwam uit Afrika, zocht ik woonruimte in Amsterdam. Dat werd een woonark, hier even verderop de gracht.” Op een verjaardagsfeest ontving  hij zijn omvangrijke familie. Binnen bleken er twee Amerikaanse toeristen tussen te zitten die dachten dat er een rondleiding was. Dat bracht hem op het idee. Na noeste voorbereiding opende het museum in 1997 zijn luiken.

Philips kijkkast

Op de stoep voor het museum staat een typisch Vincentiaans stukje huisvlijt. Een mini-verbodsbordje van tropisch hardhout met een P met een rode streep er door. Zoals elke woonbootbewoner strijdt Vincent om Lebensraum tussen het geparkeerde blik op de wallekant. Het bordje staat strak in de lak zoals het hele interieur van de Hendrika Maria, het schip waarin het Woonbootmuseum is gevestigd. Met veel liefde is een vijftiger jaren interieur bij elkaar gebracht. In de Philipskijkkast, die ik ken van mijn grootouders, vertoont een LED scherm historische zwartwit filmpjes. Op een spant van het ruim is de geschiedenis van de boot samengevat in een tijdlijn. Alles is uitgezocht en gedocumenteerd: Een bladzijde uit het kasboek van de scheepswerf, waarom houthandelaar Kuhn zijn boot verkocht, de scheepsmotoren die kwamen, groter werden en weer van de hand werden gedaan. Later fungeerde de Hendrika Maria als drijvend atelier en woonruimte. De hele geschiedenis is zorgvuldig boven water gehaald. Voor de bouwtekening van het zeilschip vertelt een jonge medewerkster van het museum dat het type schip een Hagenaar werd genoemd. “Het schip is zo gebouwd dat het onder de Haagse Wagenbrug door kon. Dat was daar de flessenhals als je die stad door moest.”

Favelas

“Er liggen zo’n tweeduizend woonboten in Amsterdam”, vertelt Vincent. “Die zijn hier in korte tijd terecht gekomen In de jaren zestig was woningnood nog steeds nijpend en kon je voor een appel en een ei een heel schip kopen. Veel binnenschippers gaven toen de pijp aan Maarten. De concurrentie met de oprukkende vrachtwagen was moordend.“ De koper kon hem zo in de gracht afmeren, regels waren er niet. Een soort Hollandse favelas te water.

Toch ligt het niet overal vol met woonschepen. Zo zijn grote delen van de Heren- en Keizersgracht nog steeds vrij van woonboten.  In die grachten zie je alleen woonboten aan de stukken direct aan de Brouwersgracht of de Amstel. Tegenwoordig zijn alle ligplaatsen vastgelegd in het bestemmingsplan, vroeger waren lage bruggen en assertieve omwonenden een hindernis. “Ik denk niet dat de hoge heren van de Gouden Bocht toen zo’n roestig schip in hun voortuin dulden.”

Strijd op het water

Ook de laatste jaren is de strijd om het Amsterdamse water moordend. De oevers waar geen woonboten liggen, is nu een bonte aaneenschakeling van roeibootjes, pieremagoghels en kostbare sloepen. Sommigen staan vol water en hangen lamlendig aan hun trossen. De bootjes en dekzeilen zijn grauwgroen uitgeslagen van de alg. De eigenaars lijken hun scheepjes te zijn vergeten. Op zomerse dagen is dat anders. Dan zetten deze scheepjes zich in beweging en sluiten aan in de file van waterfietsen en rondvaartboten. De picknickend, lallende en dansende varensgezellen drukken dan de pret van het wonen langs en op de grachten. “Ik woon nog steeds op de Prinsengracht, maar heb wel de stilte van een achterhuis opgezocht,” zegt Vincent met enige weemoed. Wederom lijkt de overheid het juiste moment gemist te hebben om de wildgroei op het water een halt toe te roepen. “Een voorstel om op de grachten eenrichtingsverkeer in te stellen hebben het nog steeds niet gehaald.”

Schark

Door de massale gebruik van binnenvaartschepen als woonboot is veel varend erfgoed van de sloop gered gekomen. Deze historische schepen komen we op onze grachtenwandeling in verschillende metamorfoses tegen. Zo zijn er schepen waar vrijwel niets aan het elegante uiterlijk is veranderd. Er zijn wat patrijspoorten bijkomen of er is glas in het dak geplaatst. De Hendrika Maria is een voorbeeld van een middelgroot schip. Voor de grote moet je naar de Amstel of de Eilanden, waar het water dieper en goed toegankelijk is. Daar, langs de Zoutkeetsgracht, vindt je bijvoorbeeld nog het prachtige jacht van koningin Emma, de Nympaea. “In kleine schepen met weinig diepgang, zoals tjalken of dekschuiten was maar weinig ruimte om te wonen. Daar is dan een woonkeet op gebouwd. Die worden ‘schark ’ genoemd, een samentrekking van schip en ark” doceert Vincent. De ark, een betonnen bak  met een keet er boven op, is de doorzon-woonboot voor diegene die gaan voor de voordelige keuze: veel licht en ruimte en weinig kosten voor het onderhoud.  “Ik ben net weer met de Hendrina Maria naar de werf geweest om de bodem te laten inspecteren. Dat is veel gedoe, je vaart maar niet zo onder al die bruggen door. “

Verveloze keet

De oudste en nieuwste woonboot op onze wandeltocht liggen vlak bij elkaar aan het Amstelveld. De nieuwste, “De Schoen” is een golvende creatie van roestend plaatstaal, waar de ramen nog in ontbreken. “Dat zoiets door de Welstandcommissie is gekomen,” verbaast Vincent. Hij heeft niet zoveel met de modernistische bouwkunst te water. Nee, zijn hart gaat sneller kloppen van de groene Dogger, vier boten verderop. Zonder het verhaal achter dit schip is zijn liefde niet te begrijpen. Wat ik zie is een bijna doorgeroeste schip met verschillende verveloze houten keten er boven geflanst, die bijna op instorten staan. “Het schip is volgestort met beton. Dat zie je daar al door het staal heen komen,” wijst Vincent aan. “Met dit schip haalde de Amstelbrouwerij tot 1888 water voor zijn bier uit de rivier de Vecht. Later was het een handel in kolen en turf.” Vincents handen jeuken om ook dit schip van de ondergang te redden.

Breedbekstuurhut

“De woonbootbewoner is van een hippie en kraker in een yup veranderd. Was het vroeger goedkoper om op een boot te wonen, tegenwoordig zijn de woonkosten per vierkante meter vergelijkbaar met die van een grachtenpand,” weet Vincent uit eigen ervaring.  Door deze verburgerlijking van de woonboot rukt ook het postmodernisme langs de grachten. Vincent noemt dit de opkomst van de ‘Donald Duck’ boot. Dit zijn nieuwgebouwde stalen woonschepen waarin de behoefte aan optimaal comfort en het verlangen naar een schip van vroeger samen komen. Varen kunnen ze niet. Alle wanden zijn kaarsrecht op de boeg na. ”Zo is het binnen lekker ruim en ziet ze er uit als een boot uit een kindertekening of de Donald Duck”. Samen lopend langs de zonovergoten grachten halen we deze schepen er steeds makkelijker uit. “Kijk in die stuurhut ontbreekt het stuur. Er valt ook helemaal niks te sturen voor die kapitein” kraait Vincent. “Wat zijn ze uit hun krachten gegroeid; net zo breed als de boot en zo hoog als de Welstandscommissie toestaat. Het lijkt wel een breedbekstuurhut, “ vul ik aan. De bewoner van een Donald Duck boot heeft zo een ruime plek om samen met de zijnen alles te bekijken. En een plek waar je gezien kunt worden.